Jonge agro-ondernemers

Vijverbergsessie 7 september 2016 17.00 - 19.00 uur


Image: http://youthagroentrepreneurs.blogspot.nl/

De conferentie The Future of Farming and Food Security op 22 juni 2015 leverde als belangrijke conclusie het volgende op:
Landbouw moet niet meer iets zijn voor dummies en het is ook niet iets dat je bij gebrek aan beter doet.
De ontwikkeling van jonge boeren-entrepreneurs moet centraal staan in het beleid. Je maakt dan een keuze, want de ene boer is de andere niet. Hoe de selectie tot stand komt? Mensen zullen zichzelf aandienen of op een andere manier in het vizier komen. En ja, je weet ook dat veel mensen van het platteland zullen vertrekken omdat er geen emplooi meer is. Daar kun je apart beleid voor ontwikkelen. Maar hier gaan we het hebben over beleid dat specifiek gericht is op de categorie van jonge boer-ondernemers die voor grote kansen en uitdagingen staan. Die willen we gaan ondersteunen.
“The future is for young, well educated, market oriented and organized farmer-entrepreneurs.” Wat betekent dat?

Met Marije Balt, Spring Factor, jongerenexpert en voormalig diplomaat, en Wouter Kleijn, KIT, adviseur sustainable development en jeugdwerkgelegenheid.

Verslag

Marije Balt

Als diplomaat heb ik 4,5 jaar in Kenia gezeten, daar bezig gehouden met OS en politiek. Kenia is een partnerland van Nederland, de samenwerking is o.m. rond voedselzekerheid. Bij de grote krisis in 2007 aldaar speelden jongeren een grote rol: ze lieten zich aanvankelijk voor karretjes van politici spannen, lieten zich mobiliseren voor geweld, maar geleidelijk kwam er ook een beweging van jonge ondernemers uit het bedrijfsleven die de toekomst voor Kenia wilden werken.

Terug in NL heb ik onderzoeksbureau SpringFactor opgericht. In dat kader heb ik interviews met jongeren over hun relatie met werk gedaan, in West Afrika en de Sahel, maar ook in Oost Afrika, met name Rwanda. Daarbij ging het omvragen als: Welke rol kan de Dutch Diamond spelen hier? Welke voorwaarden zijn er nodig voor jong ondernemerschap, en hoe zorg je dat jongeren kiezen voor de landbouw.

Youth-smart agriculture: Van ‘youth bulge’ naar ‘youth dividend’. Wat is daarvoor nodig?

In een groot aantal Afrikaanse landen is de helft van de bevolking onder de 18. Pas heel recent zijn beleidsmakers begonnen met na te denken over de consequenties: die jongeren moeten aan de slag en hun plek vinden in de maatschappij. De 125 miljoen banen zijn nodig in de directe toekomst.

De Wereld Bank richt zich hier overigens niet alleen op landbouw, maar meer op ‘household-enterpises’, de private sector dus. De gedachte daarachter is gebaseerd op de toenemende urbanisatie. Er zijn kansen: de komende periode gaan 25 miljoen mensen met pensioen. En, uiteindelijk 40% van de benodigde banen moet volgens de Wereld Bank in de landbouw worden gecreëerd.

De toekomst voor ‘well educated’? Dat is nog wel een probleem in Afrika:

Drie hindernissen/uitdagingen voor jongeren

Ongelijk speelveld voor jongeren: in rurale gebieden waar de structuren nog traddtioneel zijn is de toegang tot moeilijke toegang tot de assets die ze nodig hebben om een bedrijg op te bouwen. Land wordt oneindige vererfd en verdeeld (de dochters doen hier niet aan mee), als de oudste tenminste het land wil verdelen. Contacten en netwerken zijjn veel belangrijker dan we vaak denken. Wij richten ons op aanbod, het produceren. Maar als niemand jouw product wil kopen en als er geen opening is in de waardeketen, kan je geen onderneming runnen. Toegang tot financiering krijg je niet als je geen afnemers hebt. Hoe krijg je het dan voor elkaar dat niet steeds dezelfde spelers de markt verdelen.

Landbouw levert niet genoeg op . Het hoofdprijs, zo wordt de jongeren voorgehouden, is werken voor de overheid. Als dat niet lukt is er het bedrijfsleven. En als dat niet lukt ... De landbouw is niet winstgevend genoeg om een onderneming op te bouwen. Er zijn wel specifieke waardeketens waar je als jongere best een rol kunt hebben, bijv. ananassen in Rwanda. Maar in het algemeen is er het probleem dat je een gewas moet hebben dat snel groeit, en dus snel iets een oogst oplevert die je kan verkopen, want je hebt geen buffer hebt om veel voor te financieren. Veel gewassen groeien echter te langzaam. Bijkomend probleem is de ‘obliged solidarity’. Als jongeren een lening hebben, is er ook een grote druk van de gemeenschap. De buurman heeft vroeger de boeken voor jou betaald, er is nu geld nodig voor de begrafenis van je tante, en jij hebt toch geld? Over hoe die lening te managen wordt te weinig nagedacht

Vastlopers De vererving van land is problematisch. Dan zijn er de regels van de formele sector. Waarom koopt het hotel niet tomaten bij de lokale boeren? Die zijn niet geregistreerd, het hotel heeft een reputatie op te houden, betaalt pas aan het eind van de maand, of over een paar maanden, dus die boeren moeten een buffer hebben. Hoe krijg je het voor elkaar dat die grotere bedrijven gaan afnemen van die jonge ondernemer. Het antwoord hier is niet zomaar meer geld geven.

De jong ondernemer registreert zich niet omdat dat in de aanloopfase van zijn bedrijf te veel kost. Veel van onze hulp komt niet terecht bij jongeren. Via gevestigde netwerken komt de hulp bij diegenen terecht die de meeste invloed hebben. Dan kan je het gooien op de ‘enabling environment’ die ontbreekt, maar omdat geldschieter hier niets aan kan doen, is dat ook makkelijk excuus. Doelgroepen-beleid is hier ook niet handig: als je eerste de vrouwen gaat helpen, dan creëer je een belemmering voor als je later jongeren gaat helpen. Voor de jonges is landbouw dan een ‘vrouwenzaak’ geworden.

Hoe dan wel

Het gaat om een eco-systeem waarbij jongeren een carrière in de landbouw ambiëren. Hoe krijg je dat? De landbouw moet competitiever zodat jongeren een kans krijgen, en beoordeeld worden op hun verdienste en niet op contacten en netwerken.

Transparantie bij aanbesteding is nodig. De financiering afhankelijk maken van of jongeren betrokken worden in de realisatie – de WereldBank doet dat in Ghana. Dat is een goed voorbeeld.

dan is er de vraag hoe je de druk van obliged solidarity kan ondervangen.

Cooperaties zijn geen panacee. In Rwanda is sociale cohesie een probleem, mensen vertrouwen elkaar daar te weinig. Cooperaties trekken vaak ook veel profiteurs aan.

De toegang tot land, dat jongeren eigen land kunnen hebben, is een belangrijke stap.

In het algemeen moeten de overheden in Afrika actiever een jongeren beleid ontwikkelen. Nu houdt het beleid er geen rekening mee.

Gesprek

Je kijkt naar de overheden en het creëren van condities, maar wat speelt zich af in de hoofden van die jongeren. Veel plattelands jongeren denken dat je beter af bent als je naar de stad gaat, of naar Europa, dat idee zou je moeten doorbreken. Als er ict aan te pas komt, wordt het wel weer fancy voor de jongeren (tuinbouw is hier een voorbeeld), maar die traditionele landbouw is zwaar en heeft een lage status.

In Kenia zie je jongeren die land op afstand beheren, maar dat zijn over het algemeen geen arme mensen, dat is een middenklasse.

Basisconditie is een fatsoenlijk stuk land, dan kan je ook zinvol investeren in machines – op een halve hectare is dat onzin, en blijft het dus zwaar werk. Als je niet kan verdienen, houdt het op, en dat geldt ook in Nederland. Die subsistence farmer zou zo wat anders gaan doen als er ook ander werk is dat meer oplevert.

Kijk naar Nederland in de jaren ’50: en dankzij werkgelegenheid in niet-agrarische sectoren is er een uitstroom geweest en productiviteitsvergroting. Het gaat niet alleen om werkgelegenheid in de landbouw, maar ook om werkgelegenheid in niet-agrarische sectoren.

Kijk daarom ook uit dat je de positie van de jonge boer isoleert ten opzichte van de problemen van de ondernemers in het algemeen. Ondernemers succes komt ook door deelname in onderneming en daarvan leren. Dat jongeren in middelgrote onderneming kunnen werken, niet aleen in agrarische, is een belangrijke leerschool. Je alleen richten op de jonge boer is goed, maar ook beperkt. Die jonge boer heeft ook voorbeelden en kansen nodig.

Het beeld van een eco-systeem intrigeert. Wat mij op de conferentie in juni trof, was dat gezegd werd: kunnen we ook eens aandacht hebben voor de boeren in Afrika die de kansen aangrijpen en daarin succes hebben, die voedsel voor de grote steden produceren, in plaats van steeds heel afrika weer op de schop te nemen. Maak het mogelijk dat zij die kansen kunnen benutten, en niet de grote bedrijven, en niet wij hier in Nederland.

Als landbouw niet winstgevend is, is het nietinteressant voor jongeren. Ook banken zien landbouw vooral als businesscase, met regels, eigen vermogen, en in Afrika nog onderpanden. Toegang tot financiering is een knelpunt, maar vaak zijn er meer knelpunten in de ‘enabling environment’.

Wouter Kleijn, KIT, adviseur sustainable development en jeugdwerkgelegenheid.

Het them a is “The future is for young, well educated, market oriented and organized farmer-entrepreneurs.” Dat zijn eigenlijk twee vragen: 1) Wie zijn die jongeren en 2) hoe ondersteunen we ze.

Een voorbeeld met betrekking tot de eerste vraag: Willen jongeren echt zo graag naar de stad? Hangt er maar vanaf. Uit een studie die KIT deed in Marokko eigenlijk niet, daar voelen ze zich door gebrek aan mogelijkheden gedwongen. In Z. Afrika in de buurt van Johannesburg lijken de jongeren juist graag te gaan.

Een ander voorbeeld: Als je werkt met entrepreneurs heb je vaak een grotere kans op succes als je met iets ‘oudere’ jongeren werkt. Vaak weet deze groep beter wat ze wil, hebben ze al meer ervaring en netwerken

Ondernemen is ook niet altijd de beste optie om vooruit te komen. Bij een experiment in Ethiopie kregen jongeren of een baan aangeboden, of een zak geld om hun eigen onderneming te starten. Die laatsten deden het na verloop van een aantal jaren iets beter dan hen die een baan kregen aangeboden.

Hoe ondersteun je ondernemerschap? Vaak is ondernemerschap een mooi woord voor een armzalig boerenbestaan. Dat betekent niet dat we het niet moeten ondersteunen, maar enige bescheidenheid is wel noodzakelijk: ondernemerschap is een moeilijke weg zijn voor een iets beter bestaan. Een bredere politek en economische ontwikkeling in Afrika hangt van veel meer af.

Ik concentreer me vandaag op een specifiek soort interventie: De capaciteitsopbouw (skills training), één van de meest gekozen interventies waarin veel geld wordt gestoken door donoren. De resultaten lijke niet onverdeeld positief. Ik zal een paar lessen delen die we geleerd hebben door de jaren heen Ondernemers hebben meerdere inkomstenbronnen, ondersteun hen dan ook in de andere activiteiten die mensen ontplooien om een inkomen te verwerven (bijv. een agro-dealer die een cement-bedrijf hebben naast de boerderij

Gesprek

Een ondernemende geest moet je van jongs af aan kweken. In Mali had ik geweldige studenten, maar ondernemen? In het onderwijs wordt er steeds op gehamerd dat je altijd binnen de lijntjes moet blijven. Op je 20ste leer je het niet meer vrij te denken.

Maar onderzoek in India en Bangladesh zegt toch iets anders. Kan je iets kweken? Kan je samenwerking kweken. Of mensen willen ondernemen hangt ermee samen of mensen risico willen nemen. Een cashtransfer bijvoorbeeld neemt het risico weg, anders dan een lening. Risicobereidheid kan je heel weinig trainen, maar je kan wel zorgen dat mensen ondernemend worden en die risicobereidheid minder zwaar weegt.

In Nederland hebben we borgstellingen gehad, een overheidsinstrumenten om risico te verkleinen. Dat moet ook gepaard gaan met voorlichting en begeleiding. Banken horen in dit samenspel thuis om dit risico management vorm te geven.

En, er is nog iets vooraf aan de bereidheid risico te willen nemen: je hebt ambitie nodig, de drijfveer om iets en het te maken

Werken met de besten werkt het best: dat zag je in de Noordoostpolder. Niet iedereen is ondernemend of een goede boer, dus de investering in de grond wil je wel zo goed mogelijk vrucht laten dragen, en dus kreeg niet iedere boer die wilde en erop hoopte een stuk land. Dat geldt ook voor Afrika. Alleen, als 70% van de mensen van werken in de landbouw afhankelijk is, kun je ook weer niet zeggen: we gaan alleen maar met de ondernemers aan de gang. Je moet ook iets voor die ‘minder goede’ boeren bieden. Noem het dan ook armoedebestrijding; en richt je anderzijds op de jonge ambitieuze boer om die ook te ondersteunen.

Het gaat om het creëren van een omgeving waarin verschillende actoren met verschillende rollen aan de slag kunnen en mensen dan kunnen kiezen wat het beste bij hen past. Daar zijn programma’s voor. De landbouw moet meer jeugd-inclusief zijn, en er kunnen meer banen in de hele keten van voedsel productie en verwerking gecreëerd worden, maar pas op voor de idee dat jonge ondernemers de problemen in landbouw even gaan oplossen

Hoe kan de Dutch Diamond een Kenian Diamond maken? Die Dutch Diamond moet niet wat elders aan activiteiten en instituten wordt ontwikkeld onderdeel van de eigen diamant maken; het model zélf moet geëxporteerd worden, denetwerken en institutionele verbanden en capaciteiten. Rijk Zwaan doet dat bijvoorbeeld nu al. Onze interventies moeten de capaciteiten tot het zelf doen elders vergroten.

Around foodFIRST

11 Aug 2017 | Brexit Down on the Farm
Brexit no doubt carries many risks, but it may also carry a key opportunity: the possibility of building a more efficient, innovative, world-leading a ...

31 Jul 2017 | Fifth Africa – EU Summit: A watershed moment for Africa-EU relations?
In November 2017 European and African leaders will meet in Abidjan, Ivory Coast for the 5th Africa – EU summit. This meeting between representatives ...

16 Jul 2017 | Video: SASS – Our work on Sustainable Food Systems
Our work on Sustainable Food Systems for Sustainable Development – Sistemi Alimentari e Sviluppo Sostenibile (SASS) SASS is a consortium project ...

29 Jun 2017 | Making sustainable agriculture a future for youth in Africa
The conference will be co-hosted by the European Commission together with the African Union Commission and the incoming Estonian presidency, and will ...

28 Jun 2017 | The what's, where's and how's of Agricultural Innovation Platforms
Marc Schut from the CGIAR International Institute of Tropical Agriculture and Wageningen University recently published a book with Guidelines for Inno ...

[> all messages

 

Available for download: FoodFirst on the Floriade Venlo 2012, the illustrated short report of the FoodFirst conferences in 2012.

 

foodFIRST Video

FF Floriade 28 August 2012

The WorldFoodClock