foodFIRST Vijverbergsession

Coming up: Join-Up

foodFIRST theme 2016/17 "The African future is for young, well educated, market oriented and organized farmer-entrepreneurs" -- more to this theme on: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa, Vijverbergsession of 2 December 2015.

Locatie: 7AM, Buitenhof 47, 2513 AH Den Haag.

12 December 2017 17.00 - 19.00 uur

Op deze speciale Vijverbergsessie willen we de  narrative voor de internationale conferentie van 8 en 9 februari, “Join-up with African Agripreneurs” centraal stellen, het verhaal dus dat richting geeft niet alleen aan de conferentie maar ook - en daar gaat het vanzelfsprekend om - aan het beleid van het kabinet en de andere actoren in de vierhoek in de komende periode, betreffende de samenwerking met Afrika rond de thema’s voedsel en landbouw. Conclusie van de discussie: richt de focus op het traject van boer naar consument.

Ewald Wermuth

Eerst iets over Afrika en de AU/EU top in Abidjan. We spreken nu met recht over de AU nu alle 55 Afrikaanse landen ook lid zijn. Probleem hier is dat het over instituten gaat en niet over continenten, en ook nog asymmetrische instituten: een geïntegreerde EU en een intergouvernementele AU. Europa had weinig politieke wil voor een open dialoog over migratie. EU heeft 4 miljard ter beschikking gesteld voor projecten, geld waar men in Afrika natuurlijk niet vies van is. Tegelijk wil Europa de ACP-relaties (Amerika, Cariben, Pacifisch) niet ter discussie stellen, de oude kolonies, waarvoor in 2018 een nieuw verdrag moet komen en waarvoor 30 miljard beschikbaar is. De landen die dit betreft zijn allemaal redelijk ontwikkelde economieën intussen en men wilde verkomen dat er een discussie vanuit Afrika kwam over of dit geld nu echt wel aan de acp’s besteed moet worden. Want eigenlijk is de toekomst van ontwikkelingssamenwerking de Sub-Sahara.

Afrika op haar beurt heeft geen zin in gesprekken over sexuele en reproductieve rechten. Of governance: hebben jullie ook geen probleem met Polen en Hongarije, die waarden van jullie worden bij jullie thuis ook niet zo uniform geleefd. Een top dus met weinig mogelijkheden tot politieke resultaten.

Was dit de top die de jonge bevolking van Afrika had moeten inspireren? Nee dus. Ik zag een interview met eenjonge migrant die uit Libië was teruggekomen. Via de extended familie had hij 6500 euro bijeen vergaard, en hij was dus nu 6500 euro plus een illusie armer. Dan vraag je je toch af: als hij dat nu eens had geïnvesteerd in iets productiefs in Afrika. Maar blijkbaar is de calculatie dat investeren in een reis naar Europa meer oplevert dan investeren in Afrika.

65% bevolking is onder de 35. Hun relatieve aandeel wordt alleen maar groter, voorlopig. Je hebt jaarlijks 18 miljoen banen nodig om deze groep te absorberen. De feitelijke banengroei is 3 miljoen. Van de jongeren is 1/3 werkloos of staat anderszins buiten het arbeidsporces; 1/3 heeft precair werk ; 1/6 is in loondienst. Het onderwijs is wel degelijk goed ontwikkeld de laatste decennia, maar de vaardigheden die geleerd worden, passen niet goed op wat de arbeidsmarkt (private sector) vraagt. Richt je dus bij onderwijs op beroepsonderwijs, praktijk gericht. De afstand tot de arbeidsmarkt en het ondernemerschap lopen te veel uiteen.

Want er is hoop, de jeugd wil wel wat! “We hebben genoeg van onze leiders”: de gemiddelde leeftijd van politiek leiders in het westen is tussen de 40 en 45, en van de jongeren tussen 15 en 20. Afrikaande leiders zijn boven de 65, en de jongeren zijn nog jonger dan hier. Zij voelen zich niet vertegenwoordigd! De leiders beginnen hun speeches met hoe het was 50 jaar geleden. “He, maar toen begon toch de onafhankelijkheid: wat hebt u gedaan voor ons in die tijd!?” Afrika heeft een intergenerationeel probleem.

Macron heeft nog rondgereisd in West Afrika, de achtertuin van Frankrijk (in Abidjan zie je dezelfde verkeersborden als in Parijs; en spreek niet over ‘Ivory Coast’). Macron kreeg in Ghana een lesje ontwikkelingssamenwerking. De president zei hem: “Development cooperation did not work,does not work, and will not work.” Er is nu een generatie gekomen die inziet dat buitenlandse investeringen door bedrijven groter zijn en ook nodig zijn, dat men van de diaspora veel geld terug ontvangt, en dat ontwikkelingshulp maar een steeds kleiner aandeel heeft. Men is zich ervan bewust dat men het zelf moet doen. Dat is hoopvol, dat dat besef er nu is. Daarmee ontstaat ook een gelijkwaardiger dialoog tussen Europa en Afrika. Met nog veel ongerijmdheden. De regio in Ghana waar mensen en masse wegtrekken, is vanouds een regio waar pluimvee gehouden werd. Maar vanuit Europa worden goedkopere (biologische) pootjes en vleugeltjes ingevoerd, waardoor die hele industrie is weggevaagd. Ook wij moeten ons beleid bezien, of we niet met de ene hand geven wat we met de andere nemen.

Ton Dietz

In Abidjan zag ik dat er vier gevaarlijke misverstanden gegroeid zijn bij Merkel, Macron en Rutte. Eerste: in Nederland zijn dit dezelfde mensen die 15 jaar lang OS/IS hebben ondermijnd door te zeggen dat het niet werkt; nu zeggen ze dat je met OS geld employment kunt genereren, en daarmee migratie verminderen, en dat OS dus wèl werkt – dat is heel cynisch. Tweede: wetenschappelijk is het onzin te denken dat ontwikkeling en werkgelegenheid migratie afremt. Het is precies andersom, hoe meer ontwikkeling, hoe meer migratie. Ten derde: het aantal Afrikanen in beweging die nu nog in Afrika zijn en waarin door hun achterban geïnvesteerd is -- in de stellige overtuiging dat de opbrengst veel meer zal zijn (en dat klopt ook, gemiddeld) – en die nu gefrustreerd zijn doordat zij teruggestuurd zijn, zijn een enorm veiligheidsrisico voor Afrika en Europa. Mijns inziens gaat het om tenminste een half miljoen. Dezelfde warlords in Libië die de Afrikanen eerst overzetten, houden die mensen nu gevangen, laten hen dwangarbeid verrichten, en vragen losgeld aan ouders en dorpen. Dus wordt er nog eens 5000 euro betaald en zijn zijzelf en de familie echt alles kwijt. Zij zijn totaal mislukt, kunnen vaak daarom niet terug naar hun eigen dorp, en blijven in de steden hangen. Dat gaat heel veel ellende opleveren (radicalisering, hun frustratie richt zich op Europa en de nationale leiders). Op de top werd die link tussen migratie en veiligheid helemaal niet gelegd.

Vier, er zijn 300 miljard Afrikanen tussen 20 en 35, 1/6 heeft een geregelde baan. Stel dat je erin slaagt voor de helft van de mensen een bevredigende baan te creëren, iets ook waarvoor ze gestudeerd hebben en wat tegemoet komt aan hun aspiraties. Dan heb je de helft nog niet bereikt, en die blijven niet wachten tot de banen komen. Vergeet het maar, ‘employment creation will stop migration’. Nog afgezien van de migratie door klimaat en oorlog en instorten van voedselprijzen.

Over het verhaal voor de conferentie: hoe radicaal kun of wil je dit verhaal brengen?

1 Het verhaal stelt het primaat van de markt. Het probleem is dat óók het woord ‘diamond’ wordt gebruikt, de vierhoek waarin de overheid een rol speelt naast bedrijfsleven, kennissector en de civil society. Op het moment dat je de markt centraal stelt en dan de diamant introduceert, gaat het schuren met de overheid. Je kan dan zeggen: OS moet de volgende stap zetten en afzien van overheden als partners – radicaal, maar wel direct gevolg uit dit verhaal. Dan kiezen we bijvoorbeeld om dicht bij de NL ondernemers te blijven en die initiatieven versterken. Je kunt ook de lokale agripreneurs in Afrika centraal stellen, en de NL-link als die er toevallig is. Of je kunt de diamond zelf centraal stellen, de insitutionalisering van samenwerking in de vierhoek die aan het ontstaan is. Ik proef dat er niet gekozen wordt; ik denk ook dat het beter is dit niet te expliciet te zeggen, maar intern moet je wel kiezen, vooral als het gaat om de rol van de staat.

1-ii Op het einde van het verhaal is er erg veel NL. En dan ineens komt Europa nog in twee alinea’s aan de orde. Maar voor wat NL eigenlijk wil doen, is NL te klein. Je moet bij voorbeeld een paar partners kiezen in de EU waarmee je met sustainable diplomacy werkt aan regionale hubs (niet nationale) -- maar je kunt die hubs niet zelf alleen bedienen, daarvoor heb je partners nodig. Wie kies je dan als je partner in Afrika? Neem daarin de AfDB als scharnierpunt, is mijn advies (ook via ander kanalen reeds aangegeven: F&BKP).

1-iii Het voedsel probleem is niet alleen een productie probleem, maar ook een distributie/logistiek probleem. Kijk naar welke banken met die logistiek bezig zijn – bijv. de Banque Afrique uit Marokko die veel investeert in de landbouwsector in Afrika. Die banken moet je een rol geven in je continentale benadering. Niet voor niets is Marokko weer terug in de AU!

2 Terecht gaat het over de link stad-platteland. Maar heel veel in die relatie stad-platteland gaat over nationale grenzen heen en functioneert regionaal. De transportsector, groothandel en supermarkten hebben hier een belangrijkere rol dan het stuk laat zien. En als je dan wat afstand neemt van centrale overheden, geldt dat je wel kunt kiezen voor de stedelijke overheden. Allerlei organisaties in Lagos en andere steden in Afrika (privaat en publiek; actie en kennis) functioneren als diamant, sluit daarop aan.

Sustainable diplomacy hubs: NL zou in alle grote steden van Afrika een plek moeten hebben om dan vanuit die stedelijke economieën te kunnen functioneren. Dus niet in Abuja gaan zitten omdat dat nu eenmaal de hoofdstad van Nigeria is. En voor zo’n netwerk van hubs heb je dus partners nodig.

3 Relatief gezien worden importen belangrijker voor Afrika. Wat ik mis is het geopolitieke risico dat hierbij om de hoek komt kijken. Er zijn nu maar 3 landen die netto exporteren, relatief kleine landen als Swaziland, Cote D’Ivoire, Malawi. Alle andere landen zijn netto importeur geworden, met name van granen. In een aantal landen is de import boven de 50% (bijv. Egypte) en als er geen tegenwicht vanuit de export is, kan dat gevaarlijk worden. Er is een grote verschuiving van de import-relaties gaande. Import (bulk) was voorheen vooral uit de VS – die is nu afgezakt naar nummer 5 of 6. Nummer 1 is Rusland, een beetje in competitie met Oekraïne! Niemand die dit overigens echt ziet. Alleen Frankrijk doet nog een beetje mee, verder Argentinië, Brazilië. Rusland zal het voedselwapen gaan gebruiken, daar hoef je niet op te wachten. En als er één vulkaanontploft, is er het volgend jaar een massaal voedsel probleem, en dan trekt Afrika aan het kotste eind! Als er dan opstand uitbreekt, bijv. in Egypte met 30 miljoen nu al ontevreden mensen van tussen de 20 en 40, is Syrië kinderspel. Stimuleer zoveel mogelijk Afrikaanse landen op regionale basis de voedsel-situatie op orde te hebben, niet alleen voor voedselzekerheid, maar ook voor geopolitieke belangen (want als het misgaat met de wereldmarkt van voedsel, dan koopt China natuurlijk alles op en heeft Afrika het nakijken ...)

4 De middenklasse: die komt op, ja, maar overdrijf dat niet. 5 % van de Afrikaanse economisch actieve bevolking is in rijkdom vergelijkbaar met ons. Tussen de 80e en 95e percentiel kun je benoemen als lokale middenklasse. Alles daaronder zit onder de 2 dollar per dag – 60e tot 35e percentiel zit op minimaal 1,5 dollar – redelijk voedselzeker, maar er hoeft maar iets te gebeuren en het wordt fragiel. Van de 30e tot de 0 e percentiel is onder de 1 dollar, nog steeds, de ultra poor. De meeste ondervoeding van kinderen zit in die groep, een kwart in de steden, driekwart op het platteland. Als je inzoomt op de middenklasse, staat dat heel ver af van ondervoeding. Voor die ultrapoor moet je voedsel heel erg goedkoop maken, en dus moet je import voedsel hebben, en het voedsel dat ze kopen moet je volwaardiger en voedzamer maken (wat bijv. Unilever doet). Je moet investeren in heel goedkoop goed voedsel voor die markt.

Urbanisatie is de rode draad in het verhaal, maar die urbanisatie ia al zestig jaar bezig. In de laatste zestig jaar is de stedelijk bevolking van 60 miljoen naar een half miljard gegaan, verzevenvoudigd dus. Aspecten van urbanisatie zijn al decennia gaande, het is niet recent begonnen. Het effect van urbanisatie voor voedsel is dat de laatste 50 jaar het grondgebruik voor akkerbouw is verdubbeld , de productiviteit is verdubbeld, en de productie (dus) verviervoudigd. Voor Afrika als geheel is de omvang van de productie sneller gegroeid dan de bevolking. Alleen wie er van profiteert is ongelijk verdeeld. Import is nodig omdat veel voedsel geëxporteerd wordt, of voor veevoer gebruikt (en deels geëxporteerd: cassave voor Chinese varkens). Arable productie heeft gelijke tred gehouden met de bevolkingsgroei. Sneller gegroeid is de productie van fruit/groente, kippen en eieren (ondanks het eerdere verhaal van die vleugeltjes), maar alle andere eiwitproductie is achtergebleven – melk, vlees, vis. Ondervoeding is ‘stunting’ (te kort vergeleken met de leeftijd) en niet zozeer ‘wasting’ (te dun voor de leeftijd) proteïne gebrek is veel meer een probleem in Afrika dan calorieën gebrek. Echte ondervoeding bestrijd je met proteïne. Dat kan plantaardig eiwit zijn, maar de meeste proteïne komt van vlees en vis, en die productie opvoeren heeft enorme gevlogen voor biodiversiteit, overbevissing, en de competitie tussen landbouw en veeteelt. Met de wens om minder vlees te eten zet je de ondervoeding in Afrika erg onder druk.

De te verwachten productiegroei in Afrika komt van meer land voor landbouw én productiviteitsvergroting. Het verhaal heeft het vooral over productiviteitsvergroting. Areaalvergroting is echter even hard nodig. Hoe gaat dat gebeuren? Rond de grote steden zit veel vruchtbare grond die nu wordt verkocht voor huizenbouw, want dat levert de boer veel meer op dan een varkensboerderij. De verschuiving van landbouwgrond gaat steeds meer richting marginale gebieden. Optimisten zeggen dat er veel ict-technologie nu in de landbouw opkomt, waardoor jonge boeren wel weer de agri in willen. Omdat de Afrikaanse bodem heel divers is (en grotendeels is het een arme, oude bodem; veel meer dan in de Groene Revolutiegebieden van Azië, waar vooral rijke overstromingsbodems voorkomen) , is er veel behoefte aan specifieke bemesting en bewerking van de bodem. Ontwikkelingen hier gaan heel snel.

Uiteindelijk moet je de jeugd in Afrika grootschalig structureel in de landbouw geïnteresseerd krijgen. Suggesties zijn dan toegang tot kapitaal, kennis, netwerken, marketing. Maar de meeste jonge boeren moeten werken in een gerontocratie autoriteitssysteem waarin ze geen kant uit kunnen als hun vaders, grootvaders, soms ook grootmoeders het niet willen. In Afrika heb je “Youth in waithood”. Vroeger werd de gerontocraat 60, nu wordt die 80, en die blijft dus langer aan de macht vasthouden. Hoe pak je dat aan?

5. Het verhaal is door mensen vóór mensen. Maar stel dat je een breder perspectief kiest, de mens ziet als dier, en je zou zo’n stuk schrijven uit de wereld van natuurbescherming, dan krijg je een totaal ander stuk. Sustainable? Maar het is evident dat in Afrika een massale vernietiging van natuur en biodiversiteit gaat plaatsvinden. Wat zijn de woorden waard -- biodiversiteit, sustainable -- in het licht van wat onvermijdelijk staat te gebeuren? Ja, het staat er dat je het land dat we nu hebben zo intensief en productief mogelijk gaat gebruiken, en niet verdere vergroting van landbouwgrond ambieert. Maar dan moet je daar nu al vol op inzetten en het lijkt niet erg reëel om te denken dat de productiegroei alleen maar voort gaat komen uit productiviteitsgroei.

Gesprek

Gender-thema’s: “women make Africa work”. Het veiligheidsprobleem is vooral een probleem met mannen. Het moet benoemd gaan worden. En als we in de landbouw meer kennisintensief worden om het sexy te maken, is Nederlandse kennis dan nog wel relevant? Is het niet eerder ‘wijsheid’ die we moeten exporteren en het bevorderen van zuid-zuid dialogen (‘lokale diamanten stimuleren”) .

Marktversterking en institutionele veranderingen die nodig zijn, en sustainable diplomacy zijn de lijnen in het verhaal. Afrika in the lead: wat vraagt je dan van Nederland. Laat zien dat Nederland wat kan bieden op de verschillende niveaus. Je moet laten zien wat in de agrosector mogelijk is, bijvoorbeeld wat mogelijk is in biologische gewasbescherming, bijv. Laat het omdenken ook praktisch zien met wat je te bieden hebt. Dat komt wel in het verhaal naar voren, maar kan ook veel helderder. Met name zit ik met de vraag: wat is het handelingsperspectief voor de transformatie, wat gaan wij gewoon doen?

Gender: langs welke weg ga je iets aan de bevolkingsgroei doen? Het is bijna ‘not done’, maar je moet het dan over onderwijs hebben, mondigheid van de vrouw. Het zal alleen wel wat tijd nemen voordat het effect heeft.
Daarnaast, meer aandacht aan de waarde toevoeging, want daarmee creëer je inkomsten om banen te scheppen, en in het toevoegen van waarden wijn wij ook goed. In die waardetoevoeging is de gerontocratie bovendien nog niet aan de bak, en het is sexie.

Reacties van inleiders

We moeten wel een keuze maken welke richting het op moet, wat te benadrukken. Het verhaal moet het decor geven. We willen eerder de knelpunten benoemen, en niet meteen de agenda vaststellen. Ik weet niet of we meer naar de politieke risico’s moeten kijken. Dat leidt wel tot een andere dynamiek met de sprekers. Je kan niet zeggen ‘jullie zijn een groot gevaar voor ons’. Kan je de rol van China en Rusland, waarbij Europa gaat verbleken, aan de orde stellen? De idee van ons is, dat Afrika door Afrika wordt gevoed, dat voedsel productie een lokaal gebeuren is, tegenover verbouwen voor de export, met alle mercantilistische belemmeringen die daarbij optreden.

“Youth in waiting”: hoe statisch is onze Afrikaanse cultuur werd gevraagd op een bijeenkomst in Pretoria. Één jongere in het parlement is geen verandering. Wat het probleem is, is de waardering voor het werken voor het publieke goed, en dat de achterban/gemeenschap vraagt ‘wat krijg ik ervoor terug’. Hoe kunnen we nu de gemeenschapswaarden die we meekrijgen laten evolueren zodat ze niet botsen met de democratische waarden. De jongeren willen naar een nieuw model, weg van de gerontocratie: de transformatie naar een nieuw Afrika, die zoektocht naar het verbinden van de twee normatieve kaders.

Je kan via landbouw die generaties wel met elkaar verbinden: vraag de ouderen specifiek hun kennis weer te etaleren.

Ja, zo erken je de cultuur en laat die in zijn waarde. Alles wat met grond, water en bomen te maken heeft, zit in Afrika in heel oude culturele structuren verbonden. Modernisatie van landbouw leidt altijd tot een botsing, daar moet je iets mee doen. Maar als er waarde wordt toegevoegd aan de primaire productie, komen er voor jongeren en vrouwen allerlei nieuwe kansen, die niet onder traditionele culturele patronen vallen. In West Afrika is de tomatenexort een vrouwenaangelegenheid, bijvoorbeeld. Die economie biedt nieuwe mogelijkheden. De vraag is, of vergroting van vraag tot meer industrialisatie leidt. Ik denk van wel. De komende 35 jaar komen er een anderhalfmiljard stedelingen bij, en die mensen produceren niet hun eigen voedsel. Vanuit die stedelijke markt en de supermarkt komt er druk op de boeren om commerciëler te gaan produceren. In Nigeria is de sorghum teelt geëxplodeerd doordat Heineken hier is gaan investeren en de vraag naar sorghum exponentieel gestegen is. De staat is hier niet aanwezig, het is puur markt. Die Nigeriaanse boeren haddenmaar een kleine duwtje nodig om te commercialiseren.

Voor “Join Up with Agripreneurs” is dit stuk niet zo inspirerend, ik mis de hoop. Het is allemaal toch sterk aanbod gedreven, terwijl die importen uit Rusland en andere landen ook aangeven dat er grote vraag is. Ik mis in het verhaal ook het Afrikaanse perspectief, wat we op de conferentie toch centraal willen stellen.

Er is een olifant in de kamer als jet het over landbouw in Ethiopië en Rwanda hebt: eucalyptus. Er is een eucalyptisering van de landbouw plaats: boeren gaan eucalyptus verbouwen, want het groeit snel, het hele jaar door, en er is veel vraag naar het hout als brandstof en bouwmateriaal. Rondom steden loop je door eucalyptus bossen. De groei van de stedelijke bevolking in Afrika zal een gigantische druk op de landbouw uitoefenen. In de jaren 30 waren Ethiopië en Rwanda kaal, nu staat het vol met eucalyptus. [... en palmolie].

Bedrijven of overheid: die twee zijn zo verbonden dat je via de bedrijven direct bij de overheid uitkomt. Belangrijker hier is hoe transparant die bedrijven zijn. En als hoe de overheid van investeren in bedrijven terug gaat naar infrastructuur, etc., dat is nog een groot vraagteken. De overheid is daar (Ethiopië) tegelijk het bedrijf.

Dan, in 1963 is het aantal mensen dat per boer gevoed wordt net zo groot als nu. Productiviteit is dus heel veel groter met minder land.

Op het moment dat er een toekomst is, gaan mensen aan het werk, en als er ergens succes is, dan wordt dat gekopieerd (daarom zijn er zoveel varkens in Brabant). Wil je dit met de mensen samen veranderen, dan moet je structureel daar aanwezig zijn. Het gaat om een gedragsverandering, en dat duurt generaties. Op dit moment ontbreekt het aan samenhang op de niveau’s waarop we opereren. Trainingsprogramma’s bijvoorbeeld: in Kenia lopen heel veel mensen rond die bestaan van het volgen van trainingen – ze krijgen eten en worden ervoor betaald. En als je wat succes hebt, komt de overheid wel naar je toe.

Wat willen we nu precies? De centrale vraag moet zijn: wat kunnen wij bijdragen als je de problematiek voor ogen hebt. En doe het in kleine stappen. Voedselproductie is een regionale en lokale aangelegenheid -- hoe kunnen we dan behulpzaam zijn.

Wat is belangrijkste agro-export? Vlees, zuivel? Nee, het debat zèlf: we praten over al onze shit in het publiek. Dat publieke veld is vrij en veilig, dat is een groot goed.

In veel Afrikaanse landen is er inmiddels een krachtige ondernemersklasse die de overheid meeneemt en ‘manipuleert’ (negotiating the government’); je ziet dat nog meer bij vrouwelijke ondernemers, die een dubbele drempel moeten nemen. De ondernemers zitten op de chauffeurstoel, de weg is niet meer dat je via de overheid een bedrijf opzet. Je kan heel goed een aantal van dat soort succesnummers uitnodigen, er zijn genoeg leiders onder de zakenmensen in Afrika die kunnen met ons kunnen discussiëren over wat zij nodig hebben.

Onderwijs is belangrijk, dat jongeren kunnen doorleren en naar landbouwonderwijs stromen. En dat we ook voor andere leeftijdsgroepen concepten doorgeven.

Er zijn legio jonge en krachtige agro-ondernemers te vinden die je als voorbeeld kunt invliegen en laten optreden.

In 2015 stond er een aantal uitstekende boeren–ondernemers op het podium die heel concreet vroegen: wat kunnen jullie voor ons betekenen als wij het bedrijf dat we al hebben verder ontwikkelen. Hoe kunnen we Afrika behulpzaam zijn bij het verder ontwikkelen van de landbouw, het aanhaken bij wat er daar gebeurt, het inhaken van de diamond in Afrika, van kennisinstituten, overheid, etc. OS is nodig om die markt-geleide activiteiten in een institutioneel kader te geven, met infrastructuur, onderwijs, etc.

Laat zien waar je goed in bent op de conferentie; richt je op de waardeketen, daarin zijn wij heel goed, van die ervaring kunnen anderen leren. Boeren daar zijn jaloers op de hightech en low-tech bedrijfsinitiatieven hier. Ook beroepsopleiding versterken, eerst door de Afrikaanse Universiteiten zelf, die dan op basis van eigen ervaring bij andere universiteiten te rade gaan.

Around foodFIRST

18 Apr 2018 | Transforming Nigeria's vegetable markets
East-West Seeds is giving a workshop at SDG Conference "Towards Zero Hunger: Partnerships for Impact": "Transforming Nigeria's vegetable markets Impac ...

18 Apr 2018 | Kamerbrief over accenten in het voedselbeleid voor de komende jaren
Minister Schouten (LNV) en staatssecretaris Blokhuis (VWS) informeren de Tweede Kamer over het voedselbeleid en de specifieke accenten die zij hierin ...

21 Mar 2018 | Een woord van advies aan Minister Kaag: wees kritisch op de NGO middle man
Afrikaanse vrouwen worden door westerse NGO's te veel als slachtoffer geframed binnen de discussie over hun Seksuele Reproductieve Gezondheid en Recht ...

20 Mar 2018 | Africa's Free-Trade Future
With the launch of the African Union's long-awaited Continental Free Trade Area this month, African leaders have an opportunity to set their countries ...

16 Mar 2018 | Food Security's Social Network
The number of chronically undernourished people in the world is rising again, as crises like climate change and violent conflict weaken food security. ...

[> all messages

 

Available for download: FoodFirst on the Floriade Venlo 2012, the illustrated short report of the foodFIRST conferences in 2012.

The WorldFoodClock