foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel

© 2013-06-14 | Hans Groen

Bij het verbeteren van de voedselproductie moet je niet exclusief letten op de economische factoren. Beleid moet zich rekenschap geven van de sociale en religieuze context ter plekke. Coöperaties, bijvoorbeeld, vooronderstellen een cultuur van vertrouwen; als technisch-functionalistische oplossing alleen werken ze niet.
Indertijd vroeg toenmalig president Jimmy Carter om de inbreng van de 5 grote religies in zijn rapport over voeding. De invloed van een meer algemeen levensbeschouwelijke idee over voedsel en voeding blijkt uit de opkomst van de Slow Food* beweging in Europa.

In de verbinding tussen cultuur, religie en voedsel gaat het om drie relaties. Eerst de relatie van mij met mijn medemens: het morele appel dat voedsel meer is dan een commodity en dat mijn medemens geen honger mag hebben. Dan is er de relatie met de aarde, de schepping, wat in het Handvest van de Aarde heel duidelijk in een spirituele dimensie wordt gezet â?? sprekend van â??Moeder Aardeâ?? â?? en de vervreemding die er in deze relatie is opgetreden. Ten derde is er de relatie met onszelf: in veel godsdiensten en culturele tradities is er een bewust en selectief omgaan met voedsel, bijvoorbeeld één dag geen vlees eten.
Hoe werkt één en ander door in ons verbouwen van voedsel, ons eten, en de toegang tot voedsel.

A Wát eten we â?? Spijswetten en Slow Food
Hoe kunnen we in het westen onze voedingskeuze in verband brengen met religie en levensbeschouwing? We zijn in problemen gekomen doordat die koppeling is losgelaten, en we zoeken in allerlei bewegingen, zoals Slow Food en ecologische landbouw, hoe we die verbinding weer kunnen leggen. Willen we een zekere duurzaamheid hebben, dan moeten we dat verankeren in een levensbeschouwing. Slow Food is een duidelijke manifestatie die die verbinding weer wil maken: voedsel staat voor meer dan een snelle hap. Daarin komt de disciplinering terug die in religieuze spijswetten is vervat.

1) Spijswetten â?? ingeleid door Henk Jochemsen
Naast de relaties met de medemens, de natuur, en met mijzelf, stelt religie een vierde relatie centraal, de relatie met God. In een religieuze cultuur, zoals die in grote delen van de wereld bestaat, wordt geen scheiding tussen de materiële en de geestelijke wereld ervaren; de twee zijn onlosmakelijk verbonden. Tegelijk is er de ervaring dat er in de materiële wereld ook een verstoring is: er is het kwaad, bederf, chaos, en die heeft te maken met de gebrekkige relatie met de geestelijk wereld. Bederf is gevolg van het ontbreken van de relatie met God, of het aangaan van een relatie met de verkeerde geestelijk macht. Die relatie met de geestelijke wereld werkt dan door in de drie relaties waarin de mens staat.
Een juiste relatie met de goddelijke wereld gaat samen met de juiste relatie tot de stoffelijke wereld, en omgekeerd geldt dat ook. In dat verband moet je de spijswetten zien, de regels die aangeven wat je wel (â??reinâ??) en wat je niet (â??onreinâ??) mag eten. Die spijswetten zijn niet zomaar wat regeltjes om een beetje structuur in het leven aan te brengen. Zij zijn een uitdrukking van de fundamentele gedachte dat we alleen in een juiste relatie met de goddelijke wereld staan als we ons ook op een juiste manier tot de stoffelijke wereld verhouden.
Daarin ligt overigens een verschil tussen de joodse religie en christelijke religie. Voor de christelijke religie is de juiste relatie tot God niet een voorwaarde vooraf, maar een manifestatie van de geschonken goede relatie met God.
Veelal wordt over de joodse spijswetten gezegd dat het een gezondheidsleer is â?? het reine voedsel is ook het gezondere voedsel. Maar de eigenlijke bedoeling ligt elders.
Het onderscheid tussen rein en onrein in de Joodse spijswetten heeft, volgens Leon Kass (The Hungry Soul) te maken met het respectvol behandelen van de werkelijkheid. Wat verboden is, zijn die wezens die een orde doorbreken, die in plaats, beweging, of respect voor leven, die orde niet volgen. Geen carnivoren en aaseters, want die zijn verbonden met de dood, niet met het leven. Geen ambivalente vormen zoals amfibiën, want wat is hun plaats: aarde of water? Een paling, is het een vis of een slang? Die dieren zijn onduidelijk en manifesteren niet de orde. Een krab beweegt zijwaarts en die beweging als zodanig is niet fout, maar het dier voegt zich niet in de â??gewoneâ?? orde van het geschapene. Het respect voor die ordening is nodig voor wat wij tegenwoordig duurzaamheid noemen. Het is een oefenen in het onderkennen van goed en kwaad, rein en onrein.
Het gaat mij hier niet om de vraag of deze zienswijze op de Israelitische spijswetten geheel juist is of niet maar om de manier van denken en leven.
Meer algemeen kun je vanuit een religieuze zienswijze zeggen dat eten een zich verbinden is met voedsel en daarmee met de krachten en deugden met datgene wat je eet. Je assimileert het levende schepsel dat je eet en daarmee verbind je je met de scheppingskracht waarmee de Schepper de dingen schiep en in stand houdt. Nog een stapje verder: in zijn voedsel verheft de mens het stoffelijke tot de verering van God. In het offer, plantaardig of dierlijk, is dat heel duidelijk, want offers werden ook gegeten. Dieren werden in veel godsdienstige culturen (niet in de Israelische) in het kader van een offer gegeten. In het offer wordt het schepsel dus verhoogd tot de verering van de Schepper. Dat staat voor een heel andere houding tot de wereld waarin wij ons bewegen dan onze cultuur. Hoe disciplineren wij onszelf dan in het gebruiken van de schepping voor ons eigen onderhoud?.

De joodse spijswetten leveren een voorbeeld van hoe religie / levensbeschouwing verbonden is met ons voedsel, een voorbeeld ook dat niet onbekend is in onze eigen cultuur. Het voorbeeld bedoelt niet een sacralisering van het wereldbeeld te bewerken. Wel misschien een hersacralisering van de schepping. Dat sluit dan aan bij het recente betoog van Louise Fresco, die nieuwe, seculiere taboes wil introduceren om het gedrag van mensen te sturen.
Die spijswetten lossen niet meteen het probleem op van de één miljard mensen die te weinig te eten hebben, de volgende miljard wiens eten te weinig voedingswaarde heeft, en de omstreeks een miljard die aan overgewicht lijdt. Maar als de richting van de oplossing de ondersteuning van kleine boeren in arme landen is, zoals De Schutter en de FAO stellen, en om met respect voor de natuur een hogere productie te bereiken, dan hebben we wel een nuttig kompas in handen. De de-sacralisatie van voedsel in de moderne landbouw, en tegelijk de sacralisatie van de markt, heeft desastreuze gevolgen gehad op de langere termijn; een zekere re-sacralisatie van de schepping kan dan een andere, en voor de toekomst noodzakelijke, houding bewerken â?? bijvoorbeeld dat we voedsel niet meer als alleen maar handelswaar zien. En dat een andere omgang met de natuur geboden is, wordt algemeen onderschreven.

2) Slow Food â?? ingeleid door Joris Lohman
Rond de principes van Slow Food is een wereldwijd netwerk ontstaan van professionals die door middel van voedsel de wereld willen verbeteren. Het is een interdisciplinaire beweging van boeren, koks en de voedselindustrie. De beweging wil tweeërlei: de oplossing van de voedselproblematiek en de herwaardering van voedsel.
Beter eten is een â??hypeâ?? geworden, maar een noodzakelijke, realistische. In de grote steden leeft de vraag naar waar ons eten vandaan komt. Voor de politiek is er de toekomst van 2050 met 9 miljard monden om te voeden.
De basis filosofie van Slow Food is â??good, clean, and fairâ??, lekker, puur en eerlijk. De trend van â??fast-foodâ?? vervreemdt ons van de intrinsieke waarden van voedsel, van de voedingswaarde, de smaak, en de manier waarop je het eet. Fast food gaat over hoe je er geld mee verdient, hoe het snel kan en zo goedkoop mogelijk. Puur staat voor duurzaamheid, de balans met de directe leefomgeving en de wereld als geheel. Eerlijk gaat niet alleen over Noord-Zuid, maar geldt ook binnen Nederland: in de waardeketen moet ieder, van boer tot winkel, een eerlijke prijs krijgen.
Voor de kern van de Slow Food beweging gaat het wel wat dogmatisch om haast een blauwdruk voor kleinschalige biologische landbouw. Voor de Youth Food Movement zijn die idealen meer een kompas. Kleinschalige, biologische productie, het gebruiken van lokale producten, het beschermen van biodiversiteit via het bord, want wat je niet eet, wordt ook niet meer geproduceerd, bijvoorbeeld de Goudse Kaas, een Ethiopische koffie soort die niet industrieel kan worden gemaakt. Maar die kleine schaal is niet per definite de kleine boer. Het gaat om een wijdere kring, namelijk de gemeenschap waarin voedsel gegeten wordt. De regionale afdelingen van YFM heten daarom Convivia, naar een idee die juist voor de Nederlandse tak, want Nederland is één van de meest technologisch ontwikkelde producenten.
20 jaar na de oprichting van SlowFood blijken de basis ideeën opnieuw relevant geworden, want in de steden zijn jonge mensen op zoek naar de verbinding met hun voedsel en willen ze weten waar dat voedsel vandaan komt, mede als reactie op de mondialisering. Met name de afgelopen drie jaar is die extra aandacht duidelijk: de kookprogrammaâ??s, de festivals, ook de voedselschandalen en de vraag hoe de wereld te voeden. De kernwaarden van Slow Food krijgen steeds meer aandacht. In het debat in de politiek, de stad en de agrarische wereld, is er veel te winnen door al die werelden bij elkaar te brengen (om bijvoorbeeld ook misverstanden op te ruimen alsof biologische boeren altijd â??goedâ?? zijn en grote boeren â??foutâ??).

In het licht van de wereldvoedselproblematiek is de traditionele Slow Food beweging soms wel elitair. De beschermde producten zijn ook weer zo duur dat alleen een elite ze zich kan veroorloven. Er is natuurlijk niets mis met lekkere wijn en geitenkaas, maar het gaat om meer. De kern, waar YFM zich ook voor inzet, blijft wel het vormgeven aan respect voor voedsel. In het geïndustrialiseerde voedselsysteem in het westen is voedsel zo goedkoop en â??waardeloosâ?? geworden dat mensen die waarde ook niet meer zien. We staan er niet meer bij stil hoe ons voedsel wordt geproduceerd. Het gaat dan niet om specifiek dit of dat eten, maar dat je weet waar je eten vandaan komt. Ga zelf koken, ga bij de boer kijken. Als je meer met je eten bezig bent, ga je je ook meer met de algemenere problematiek bezig houden. Als we ons in het westen realiseren wat voor rijkdom we hebben met ons goedkope voedsel, worden we, is de verwachting, ook bewuster van de honger problematiek. Genieten van eten is de brandstof voor die bewustwording.


B Hoe verbouwen we? Land en economie

1) De waarde van het land â?? ingeleid door Ton Duffhues
Voedsel is de verbinding tussen hemel en aarde, zoals op het schilderij â??Angelusâ?? van Jean-François Millet dat op het programma is afgedrukt, uitgebeeld wordt. Uit diezelfde tijd stamt ook bijvoorbeeld â??De Aardappeletersâ??. Deze kunstenaars schilderden tussen de boeren die worstelden met het schamele bestaan. Die boerse taferelen laten een geïnternaliseerde bijbelse genade zien. Die representaties van het boerenbestaan pasten in een tijd van snelle vooruitgang in de tweede helft van de 19de eeuw: industrialisatie, spoorwegen, steden breiden uit, gewoonterechten werden afgeschaft, marktwerking deed haar intrede. In de kunst van die tijd spiegelt zich de ambivalentie van een burgerij die spijt heeft van wat ze zien verdwijnen.
De tegenwoordige representaties van het leven op het land laten nog steeds die twee kanten zien. De boer als archetype van een universeel verlangen met de grond verbonden te zijn. Boerenleven en -cultuur is een idee van de urbane klasse.
In de discussie over voedsel en landbouw spelen deze en andere representaties een rol. Bijvoorbeeld de stadslandbouw. Drie bewegingen en verlangens komen hierin bij elkaar. Eerst de spirituele dimensie van de stadsmens die met de handen in de aarde wil wroeten en proeven uit eigen tuin. Dan de politieke dimensie van stadsbesturen die een voedselstrategie formuleren. Zij bevestigen zo het belang van voedsel úit en vóór de eigen regio. De angst voor schaarste speelt hier zeker ook een rol. Voedselproductie wordt door hen tevens gezien als middel om sociale cohesie te bevorderen en kinderen vertrouwd te maken met voedselproductie. Een derde is de techniek. Met hoogwaardige technologie kan je in de stad voedsel produceren. Gebouwen waarin onder ledlampen bloemkool wordt gekweekt, varkensflats, etc. De vraag is of de technologische mogelijkheden om voedsel te produceren hier leidend zijn, of de angst voor te weinig voedsel voor het toenemend aantal bewoners.
Die angst speelt ook in het mondiale debat over de voedselvoorziening. Qua technologie hoeven we ons geen zorgen te maken dat we meer, en ecologisch verantwoord, zullen kunnen produceren. Het is een verdelingsvraagstsuk. De immense groei van de steden speelt hier: de bewoners willen en kunnen een eventuele schaarste voor hun ouders en kinderen niet accepteren.
Voor de toekomst moeten we de lessen uit het verleden trekken om op zijn minst een beredeneerde gok te kunnen doen op wat we morgen moeten doen. Waar halen we echter de wijsheid vandaan; bij de FAO, de WUR?
Landbouw en voedsel zijn mondiale themaâ??s geworden. We hebben echter de situatie dat de ontwikkeling en de besluitvorming aan het oog worden onttrokken. Het ligt niet vast wie inzichten inbrengt, en welke de inzichten zijn die de koers gaan bepalen. Dat is de uitdaging van de situatie nu. Hoe stellen we ons morele kompas dat het de weg wijst naar duurzame productie, terwijl we tegelijk leren omgaan met nieuwe (bio-) technologieën en met dreigende rampen als het opwarmen van de aarde.
Daarom is die 19de eeuw belangrijk, want dat was ook een tijd van maatschappelijke en technologische verschuivingen. Nieuwe landbouwtechnieken werden door wetenschap en notabelen en grootgrondbezitters geïntroduceerd en getoond op de vele tentoonstellingen. En boeren gingen zichzelf organiseren, in beweging gebracht door door o.a. christelijk-sociale opvattingen over boeren en landbouw. De agrarische kwestie kwam op de maatschappelijke agenda te staan. Veel rechten van de adel â?? jacht, tienden, pacht â?? werden ter discussie gesteld. Nieuwe sociaal-religieuze opvattingen over het bestaan en het goede leven lagen hieraan ten grondslag. Het resulteerde in een ideologie die getemde vooruitgang voorstond door de combinatie van nieuwe sociale en economische samenwerkingsvormen, cooperaties en boerenbonden, met als drijfveer de emancipatie van de kleine boer.
Wat kunnen we van die tijd leren? Een lineair technologisch model zal ons niet helpen. Verschillende productie systemen zullen zich ontwikkelen. Aan de ene kant â??smartfarmingâ?? met precisie techniek, grootschaligheid en in samenwerking met verschillende wetenschappen. Aan de andere kant â??social farmingâ?? waar voedselproductie werelden verbindt: zorg, educatie, en het creëren van economische en sociale innovaties.
Het â??nieuwe gemengde bedrijfâ?? is een exponent van dat laatste, een bedrijf waarin verschillende sociaal-economische en maatschapelijke functies samenkomen. In het debat moet je aan die verscheidenheid aan functies recht doen.
Weerstand tegen verandering is een resultante van die verandering. Als je dat doordenkt, kom je tot een andere manier van vragen stellen. In onze benadering is de economische rationaliteit teveel losgekoppeld van zowel sociale cohesie als religieuze betekenis. â??The economy is a mixture of individualism, morality, and sentiment. The mode of production is related to and bounded by social cohesion and cultural beliefs.â?? (Salazar)
â??Boer is het beroep van de toekomst, en de landbouw is een sector van de 21ste eeuw,â?? stelt de ZLTO. Die ambitie werkt alleen met een landbouw die gedreven wordt door menselijke en maatschappelijke waarden, en verbonden met andere sectoren. Dat zien we terug in de manier waarop in Nederland de voedselproductie en de beeldvorming van boeren in Nederland evolueren. Werken op de boerderij heeft op zichzelf al een sociale betekenis gekregen. Je ziet het in de betrokkenheid van consumenten en burgers bij voedselproductie. Je ziet het ook in de betrokkenheid bij de omgang met dieren en de waarden die de stadsmens met de boer deelt. Dat geldt ook voor voedsel: een trend die niet alleen, of juist niet, rationeel-economisch is te duiden: voedsel verbindt ons met hemel en aarde.

Er is dus diversiteit in de manieren waarop we landbouw bedrijven. In Nederland is de differentiatie van boerenbedrijven heel groot en er is niet één lineaire ontwikkeling naar steeds grootschaliger bedrijven. De technologische en de sociale variant convergeren soms ook, zoals in de opkomst van bio-chemie en life-sciences blijkt.
Paradigmaâ??s spelen ook een rol. Ga dertig jaar terug, en je ziet dat de nu gerealiseerde productiviteitsstijging toen voor onmogelijk werd gehouden. En zo gaat dat iedere dertig jaar. Vanuit die paradigmaâ??s kan je beter de vraag beantwoorden hoe de wereld te voeden. Ga steeds dertig jaar terug, en toen had men geen notie van de productiviteitsverhoging die mogelijk is geworden.


2) Vooruitgang en economie â?? ingeleid door Roel Jongeneel
Twee hypothesen die je met betrekking tot religie en landbouw zou kunnen fomuleren zijn: 1) Religies zijn in agrarische samenlevingen ontstaan, en dus mag je verwachten dat ze verbonden zijn met landbouw. 2) Na de Verlichting en de opkomst van rede en wetenschap volgt een periode van secularisatie, en op dit moment heeft religie daardoor weinig impact meer op landbouw.
Grosso modo kloppen beide observaties: de joods-christelijke traditie, islam, hindoeïsme, hebben ieder hun eigen spijswetten en er zijn religieuze voorschriften die de landbouw productie raken zolas sabbatsjaar en braak-regelingen. En ook Webers secularisatie-these is wel ongeveer uitgekomen. In het Westen vindt nog maar 40% van de mensen religie belangrijk en gaan steeds minder mensen naar de kerk. Enerzijds is de invloed van religie op de samenleving is afgenomen, en anderzijds zijn de religieuzen zelf ook in toenemende mate geseculariseerd in hun levensstijl.
Aan de andere kant: met de Verlichting dacht men dan wel dat religie achterhaald zou raken, maar religie is nog steeds een factor die er toe doet en er zijn nieuwe schaduwreligies opgekomen, d.w.z. waardenperspectieven die niet als religies worden onderkend, maar in feite wel op dezelfde wijze functioneren. Die laatste hebben ieder wel hun problematische punten: we zien elementen van mateloosheid of een gebrek aan respect zoals in een instrumentele en antropocentrische werkelijkheidsbeschouwing waarin â??nutâ?? een dominant criterium is.
In traditionele religieuze visies zit heel vaak en opvallend een element van zelfbeperking. Dat biedt tegenwicht tegen de utilitaire en economische perspectieven die nu dominant zijn. Die visies kunnen ook geen recht doen aan wat mensen bij voedsel ervaren en dat levert, interessant genoeg, onbehagen op.
In het nu het dominante (neo-)liberale denken is de onhoudbaarheid van meetaf ingebakken. Het is een nieuw soort geloof, dat alleen wordt neergezet als objectief en neutraal. Maar die â??objectiviteitâ?? en â??neutraliteitâ?? zijn mijns inziens schijn, zij het dat er sprake is van een werkzame schijn. Er zijn stakeholders die een belang bij dit waardenperspectief hebben, maar het model is onhoudbaar: wanneer je het zou kopiëren naar andere volken, leidt dat tot een consumptieniveau dat de draagkracht van de aarde enkele malen te boven gaat.
Voor de economie is een ander perspectief nodig, en dat is ook mogelijk. Daarbij kunnen we van de bekende grote religies dingen leren. In de christelijke traditie is er bijvoorbeeld de notie van de sabbat, die behalve een cultische betekenis ook betekenis heeft als een fundamentele inkadering en inbedding van de economie. In het sabbatsjaar lag de grond braak, waardoor de vruchtbaarheid in stand werd gehouden. Dat was duurzaamheid avant la lettre, zouden we vandaag zeggen. In het jubeljaar, het 50ste jaar, werd het land herverdeeld. Land was van God en aan de mensen toevertrouwd en in beheer gegeven. Elke nieuwe generatie mocht weer opnieuw beginnen, en daartoe werden de verschuldingen ongedaan gemaakt. Er was ook een sociale inslag â?? bij het oogsten niet het veld nog een keer nalezen, maar de naoogst voor de armen laten liggen. Economie had een sociale bedding.
Dit is een perspectief waarin een normativiteit zit die algemeen toegankelijk is, hoewel in de specifieke woorden van een religieuze traditie vervat. Dat perspectief mist in het neo-liberale en kapitalistisch georiënteerde denken, waarin het devies lijkt â??gij zult steeds meer begeren.â?? Dit contrasteert nogal met de Tien Geboden die precies op het tegenovergestelde uitlopen: â??gij zult niet begeren.â??
De vraag is hoe dat kritische perspectief in de praktijk heeft gefunctioneerd. Niet erg goed, want het zijn ook christenen geweest die de natuur hebben gede-sacraliseerd, de weg voor de modernisering hebben aangelegd en de scheiding tussen geloof en wetenschap hebben doorgevoerd. Rentmeesterschap, ook, maar niet exclusief, in het christelijk-sociaal denken een centraal begrip, heeft niet kunnen verhoeden dat er veel is ontspoord en scheefgegroeid. Landbouw heeft heel erg in het kader van een plat vooruitgangsstreven gestaan. Dat leidde tot een hoge productiviteit en productieomvang, maar ook tot een zware belasting van het milieu en aantasting van de biodiversiteit. Bovendien zat de sector gevangen in een economische spagaat, de spanning namelijk tussen wat rationeel is op micro- of bedrijfsniveau en wat op macro- of sectorniveau. De landbouw was en is georganiseerd in kleine familiebedrijven. Zij moesten en moeten zien te overleven in een tredmolen van meer produceren voor alleen maar lagere prijzen. Dat creeert een race naar de bodem. Er worden innovaties toegepast en er vindt grootschalige exploitatie van natuurlijk kapitaal plaats, maar ondanks het â??succesâ?? daarin verdienen de agrariers er nauwelijks een toereikend inkomen mee. Je komt weinig â??vooruitâ??, maar het is ook niet mogelijk om in een draaiende tredmolen stil te gaan staan â?? wie dat doet valt om. Maar de boer die niet innoveert houdt het ook niet vol en wordt op termijn gedwongen zijn activiteiten te staken.
Nieuwe vragen komen op: voedselschaarste en biobrandstof. De landbouw wordt verbonden aan energiemarkten waarmee nieuwe krachten hun invloed gaan uitoefenen.
De invloed van religie op landbouw en voedsel wás sterk en is nog wel duidelijk aanwezig in de individuele consumptiepatronen. Probleem is niet de beschikbaarheid van voedsel â?? er is genoeg. Hoewel het wel degelijk een uitdagingen voor de toekomst is, is de groei van de wereldbevolking niet hét probleem. Het probleem is de toegang tot voedsel: het voedsel komt niet op de juiste plek. Daarin spelen wereldbeschouwingen een rol. Als je de markt verheerlijkt, dan zet de koopkracht de toon. Als landen dan een eigen voedselbeleid willen voeren, mag er een heleboel niet van de WTO. Wat je ook ziet, is dat grote bedrijven rechtstreeks naar de grote steden gaan voor hun afzet waardoor de ommelanden kunnen zich niet ontwikkelen. Waarom hen niet toestaan wat we in Europa zelf gedaan hebben? Waarom hen geen ruimte bieden om vooralsnog hun eigen landbouw te beschermen, zodat ze zowel de rurale ontwikkeling als hun eigen voedselproductie kunnen bevorderen?
Met Hans Küng kunnen we zeggen: het is waardevol om het morele kapitaal zoals dat in de bekende wereldreligies is vervat in beweging en in stelling te brengen in het debat over een meer duurzame economie en het behoud van een leefbare aarde. Er is een paradigma verandering nodig. Slow Food en Fair Trade hebben weliswaar een belangrijk symbool-karakter, maar zijn toch correcties in de marge. We moeten dieper doorstoten naar de vraag wat een goede en verantwoorde landbouwpraktijk is en wat een landbouwpolitiek die verantwoord en duurzaam gedrag bevorderd en ondersteund.

En nu ...?
Je hebt informatie nodig om ergens over te kunnen spreken. Beleid kan je maken als die informatie wordt ingebed in kennis. Daaronder zitten waarden van religie en levensbeschouwing die leidend zijn in beleid. Over die laatste ging het nu veel. Hoe koppel je kennis en waarden, dat is de rode draad in het gesprek van vanmiddag. Verbinding van religie naar informatie en kennis; de verbinding tussen de kennisbronnen en de waarden die je daarbij belangrijk vindt; daarin haal je de impliciete waarden boven, en dat levert ook de meeste reacties op.

Sacralisering staat naast technologie: het is niet of-of, maar grootschalig en kleinschalig hebben ieder hun eigen rol. De verhouding tussen hoog-technologische landbouw en â??social farmingâ?? is dynamisch, en we hebben morele kompassen voor nodig om die verhouding steeds weer aan te passen.

Het kooppatroon van consumenten is een probleem, want de mensen zeggen wel dat ze bewust en duurzamer willen consumeren, maar ze betalen toch niet die euro extra in de supermarkt voor een duurzaam door een kleine boer geproduceerd stukje vlees. Er is nog een weg te gaan voordat de disciplinering van ons consumptiepatroon die vervat is in bepaalde religies en wereldbeschouwingen, een maatschappijbrede en effectieve oorzaak van gedragsverandering is.

Religie kan een discplinering van ons consumptiepatroon bewerken, maar religie kan ook een hindernis zijn voor verdere ontwikkeling. Stromingen binnen het protestantisme, bijvoorbeeld, hebben ook een rol gespeeld in het ontkoppelen van de verbinding tussen voedsel en religie. Waar hindert religie, waar helpt het? En de vraag voor verdere uitwerking: hoe vertaal je â??compassieâ?? (Karin Armstrong), het gemeenschappelijke in alle religies, naar het voedselvraagstuk? Welke mogelijkheid hebben we, uiteindelijk, om de excessen in onze omgang met landbouw en voedsel te vermijden, en hoe kan religie de voedselproductie en â?? verdeling bevorderen?

* * *

*Slow Food
Slow Food is een beweging van mensen die bewust willen zijn van wat ze eten en is opgericht in 1989 door Carlo Petrini, op het moment dat McDonalds een vestiging in Rome wilde starten, tegenover de Spaanse Trappen, in het hart van de Italiaanse eetcultuur. Mensen uit een dorpje in Noord Italië zijn toen pasta gaan uitdelen aan de bezoekers van McDonalds als protest en hebben toen Slow Food opgericht als tegenbeweging van fast food. SLow Food heeft wereldwijd ongeveer 100.000 leden. In Nederland zin er ongeveer 3000 leden.
De Youth Food Movement is geïnspireerd door de Slow Food movement, maar staat gereserveerd tegenover de dogmaâ??s van Slow Food â?? YFM wil leren van alle perspectieven die er zijn. YFM organiseert verschillende activiteiten en manifestaties: de Academie, een lesprogramma van een half jaar die het hele voedselsysteem behandelt. Het Food Film festival waarin het gaat om de culturele waarde van voedsel. YFM is regionaal georganiseerd in de steden in lokale afdelingen, Conviviaâ??s, maar wel met antennes en contakten over de hele wereld.

            
foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen