foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid

© 2013-08-06 | Hans Groen

Water en voedselproductie zijn onlosmakelijk verbonden. Steeds meer landen kampen met waterproblemen gekoppeld aan de toenemende vraag naar voedsel. Volgens de FAO zal de toename van de productie van granen de komende 30 jaar voor 70 % komen van geïrrigeerd land. Daarom is goed waterbeheer cruciaal, evenals efficiënt watergebruik: more crop for a drop.

Daarbij hoort ook de bescherming van ons leefgebied, inclusief akkerbouw- en veeteeltgronden, tegen overstromingen. In deze sessie zal water worden belicht als onderdeel van stroomgebieden, of liever ecosystemen die door de mens beïnvloed worden. Daarbij worden keuzes gemaakt die verschillend uitwerken voor de mensen die er wonen.

Klimaatverandering heeft vaak een negatieve invloed op voedselproductie: meer en langere droogteperioden, maar ook meer overstromingen. De schade is in de loop der jaren groter geworden doordat de bevolkingsdruk ertoe leidt dat grote groepen mensen zich vestigen in risicovolle gebieden dichtbij rivieren, die door de klimaatverandering en ontbossing frequenter en heftiger overstromen. Bouw van dammen heeft naast voordelen van meer gespreide beschikbaarheid van water ook veel nadelen zoals zoutintrusie in de benedenloop. Ook de verplaatsing van grote bevolkingsgroepen zonder adequate compensatie benadeelt vaak kwetsbare groepen. De vraag waar de positieve effecten van ingrepen neerslaan en wie wordt benadeeld dient op een integrale manier te worden benaderd, waarbij vaak grensoverschrijdende effecten in het spel zijn. Slagvaardige waterdiplomatie is daarbij noodzakelijk om tot een rechtvaardig waterbeheer te komen.
In deze sessie zullen twee inleiders optreden die betrokken zijn en ervaring hebben opgedaan op het terrein van integraal waterbeheer en op het terrein van irrigatie. Vragen die voorliggen hebben onder andere betrekking op:
» Wat zijn de kansen voor een toenemende voedselproductie door meer irrigatie?
» Welke ingrepen staan ons daarbij ter beschikking?
» Welke effecten hebben deze op de gehele watersituatie in een bepaald stroomgebied of bevloeiingsgebied?
» Hoe werken deze effecten uit op de bevolking, zowel als geheel als per groep?
» Hoe kan de efficiënt watergebruik worden bevorderd?
» Zijn daarbij veranderingen in het Farming System noodzakelijk en leidt dit tot uitstoot uit de landbouw?
» Wat zijn de lange termijn effecten van ingrepen en in hoeverre zijn deze duurzaam?

Sjef IJzermans
Het thema waterbeheer en voedselvoorziening gaat om water als onderdeel van een heel systeem. We hebben iedere dag met water te maken: we wassen ons erin, we drinken het, Nederland is goed in grote bouwwerken in water. Water is nodig voor de voedselproductie. Volgens de FAO zal de noodzakelijk toename van de productie van graan in de komende 30 jaar voor 70% van geïrrigeerd land komen. Nu al gebruikt landbouw ongeveer 70% van het beschikbare zoetwater. Daarom is het belangrijk dat we het water goed beheren en efficiënt gebruiken: â??more crop for the drop.â?? Je kan denken dat je water altijd beschikbaar hebt â?? in de FoodFirst serie wordt vaak van de aanname uitgegaan dat water voor de landbouw rond grote steden gewoon beschikbaar is, maar dat is niet altijd het geval.
Wat cijfers die het belang van geïrrigeerde landbouw onderstrepen: in Azie is 42% van het landbouwareaal geïrrigeerd, in het MiddenOosten 31%, in Latijns Amerika 14% en in Afrika slechts 4 à 5%. Irrigatie levert een opbrengst op die 2 tot 5 keer hoger is dan met andere middelen. In Pakistan is 80% van de voedselproductie geïrrigeerd, in China 70%, in Indonesië 50%. Irrigatie zal in de eerste 30 jaar van deze eeuw met een kwart toenemen.
Goed waterbeheer is niet alleen zorgen dat er water komt, maar ook dat ons hele leefgebied, en niet alleen de landbouwgronden, beschermd wordt tegen overstromingen en op de juiste wijze in stand wordt gehouden.
Irrigatie moet met zorg uitgevoerd worden, want er kunnen ook negatieve effecten optreden. Bij het beheer van water als onderdeel van stroomgebieden worden keuzes gemaakt die voor verschillende mensen verschillend uitpakken. Klimaatverandering heeft vaak een negatieve invloed op de voedselproductie gehad: er treden langere perioden van droogte op waarna neerslag intensiever en geconcentreerder valt, met overstromingen als gevolg. Door de bevolkingsdruk gaan mensen naar marginale gebieden, aan de randen van rivieren waar ze kwetsbaarder worden. Ontbossing verergert de negatieve effecten van deze trends nog eens.
Hoewel ingrepen in de waterloop een meer gespreide watervoorziening beogen te bevorderen, zijn er ook negatieve effecten. De Mekong-delta in Zui-Oost Azië en de Simjun-delta in Z-Korea hebben te lijden onder zoutintrusie doordat verder stroomopwaarts dammen zijn gebouwd. Belangrijk is ook wie profiteert en wie de problemen krijgt, want negatieve effecten van waterwerken treden niet alleen in het eigen land op, maar ook in buurlanden. Dat kan tot conflicten leiden â?? denk bijvoorbeeld aan de Nijl met de tegenstelling tussen Egypte en de bovenlanden als Ethiopië, de Mekong-delta waar dammen worden gebouwd die gevolgen hebben voor de lagere delen in Vietnam en Cambodja. Voor de grensoverschrijdende effecten is een slagvaardige diplomatie nodig om eerst vast te stellen wát de problemen zijn, dan wat de effecten zijn, en tenslotte op feiten gebaseerde diplomatieke initiatieven te onwikkelen. BuZa verleent steun aan dat soort initiatieven.
Wat zijn de kansen van meer voedselproductie door meer irrigatie?
Welke ingrepen staan ons ter beschikking?
Welke effecten hebben deze ingrepen op de watersituatie voor de bevolkingsgroepen in een bepaald stroomgebied?
Hoe kan efficient watergebruik worden bevorderd en zijn daar veranderingen in de teeltwijze of andere gewassen bij nodig?
Wat zijn de langere termijn duurzame effecten?

Pieter Minderhoud
Vanaf 1960, na de koloniale periode, heeft een transitie plaatsgevonden. Kon je aanvankelijk na je afstuderen meteen terecht in een ontwikkelingsland, zonder al te veel locale kennis in dat specifieke land, nu zie je overal dat landen hun eigen professionals hebben en is er een moderne relatie tussen de â??donorâ?? en het land, waar handel en technische assistentie een belangrijk onderdeel van is. De technische assistentie die we nu bieden, is gericht op toegevoegde waarde: we bieden aan waar we (Nederland) zelf goed in zijn: water, voedsel, veiligheid en de rechtsorde, seksuele gezondheid.
Op dit moment lijden (nog steeds) 2 miljard mensen aan honger of ondervoeding. Straks, in 2050, zijn we met 9 miljard mensen. In 2011 verscheen Farming for the Future, een publicatie van landbouwonderzoeksinstellingen in het VK. Hun conclusie was dat er ook in 2050 in principe genoeg te eten zal zijn voor de wereldbevolking: Het landbouwareaal is bekend, maar beperkt: de groei van productie zal vooral komen van een verhoogde opbrengst per ha door verdere intensivering. We hebben nog wel tijd om aan die intensivering te werken. Daartoe moet kennis van biotechnologie, agronomie, agro-ecologie en industriële verwerking gecombineerd worden. De noodzakelijke opbrengstvergroting kan naar verwachting binnen de kaders van een duurzame landbouw: biologische gewasbescherming, het met zorg doseren van meststoffen en landbouwgiften, het veredelen van landbouwgewassen, en hogere opbrengst per eenheid water (meer in de volgende presentatie).
Water is er voor iedereen, en daarmee is waterbeheer, â?? governanceâ?? een gegeven: hoe regelen er de aanvoer, afvoer, zuivering, en verdeling. De Nederlandse waterschappen zijn een modelvan beheer-organisaties; dit is een heel oude vorm van participatie en democratie waarin rechten, plichten en regels worden geformuleerd.
Water voor landbouw komt van neerslag en vooral van oppervlakte water en grondwater. Maar water is je vriend én je vijand: je moet je beschermen tegen overstromingen, je voeten droog houden door drainage en peilbeheer, en je moet verzouting voorkomen, wat een probleem is bij irrigatie in warmere streken. Nederland is goed in deze geïntegreerde ontwikkeling van irrigatie, drainage, overstromingsbescherming, en gebiedsontsluiting en bewoning.
Efficient transport van water is noodzakelijk. Irrigatie met gebruikmaking van de zwaartekracht is de meest klassieke. Dit transport via kanalen levert alleen hoge verliezen op. Een sprinklerinstallatie met gesloten leidingen is al weer efficiënter, en uiteindelijk bestaat nog drip-irrigatie die in (sub-)tropische gebieden nog weer hogere efficiëntie oplevert.
Naast geïrrigeerde landbouw is er regenafhankelijke landbouw. De opbrengst van regenafhankelijke landbouw is heel variabel. Vandaar dat er vaak een voorkeur is om projecten via geïrrigeerde landbouw te ontwikkelen omdat dat meer constante en voorspelbare productie oplevert.
Uiteindelijk moeten boeren een succes maken van al die inspanningen. De 2 miljard mensen nu die in marginale omstandigheden leven verdienen speciale aandacht. Van afhankelijke arme mensen moeten ze geholpen worden entrepreneur te worden. Daartoe zijn coöperaties nodig en watergebruik organisaties.Voor water beheer is een lokale institutionele infrastuctuur voorwaarde: waterbeheersorganisaties, WUAâ??s (Water Users Associations), voorlichting, training, krediet.
Duurzaam waterbeheer bestaat zo uit een integrale visie op: veilig water, het voorkomen van overstromingen; schoon water voor drinkwater en het milieu; beschikbaarheid van voldoende zoet water, door bovenstroomse retentie waar mogelijk; een evenwicht tussen waterkracht en irrigatie.
Wat zijn dan de kansen voor de groei voedselproductie door meer irrigatie? Het gaat om de veredeling van voedselgewas, met als focus: meer opbrengst per eenheid water. In het algemeen levert vergroting van duurzaam wateraanbod een hogere opbrengst op. Voor de boer levert het meer inkomen op. De hogere landbouw productie per ha leidt wel tot een groter waterverbruik voor irrigatie. Daardoor zullen wel de reserves van water aanbod verminderen. Bevorderen efficiënt water gebruik is daarom geboden: door bijvoorbeeld een irrigation service fee voor het schaarser wordende water zoals de Wereldbank voorstelt. Verder gaat het om betere training en organisatie van water gebruikers en meer techniek bij de leverantie (sprinklers & drip-irrigatie).
Daarbij moet dan rekening gehouden worden met een aantal problemen: Ten eerste de klimaatverandering, waardoor meer extreem nat of droog weer voorkomt, en waardoor andere gewassen moeten worden gekozen vanwege veranderingen in temperatuur.
Ten tweede het aanleggen van reservoirs en dammen: de laatste decennia zijn bijna geen reservoirs meer gebouwd, maar ze zijn wel nodig.
Ten derde een geïntegreerde planning voor een stroomgebied.
Dan is er het probleem van het afvalwater. En ten laatste de verzilting van irrigatiegebieden â?? irrigatiewater bevat zouten en als je niet goed draineert, hopen die zouten zich op en maken de grond onbruikbaar.

Gerardo van Halsema
Waterbeheer & Voedselvoorziening: Van efficientie naar productiviteit, van monocultuur naar policultuur
Irrigatie is niet probleemloos. Water is schaars: 70% van het oppervlakte water wordt voor landbouw en gewasteelt gebruikt vandaag de dag. Hoe veel meer water kunnen we ons nog toe-eigenen voor de productie van voedsel? En hoeveel meer hebben we nodig in de toekomst? Als we nu hoofdzakelijk oppervlakte water en grondwater gebruiken, zullen er problemen en conflicten ontstaan als we ons meer water willen toe-eigenen: sociaal-economische problemen rond de verdeling van water, en ecologische door aantasting van ecosystemen.
Ontegenzeggelijk: investeringen in irrigatie hebben gepiekt rond 1970, en daarna zijn de voedselprijzen gedaald. Maar, tegelijk blijkt dat waar de irrigatie groeit, de Living Planet Index voor zoetwater soorten omlaag gaat.

Om welk water gaat het? Het water dat we gebruiken, is wat als neerslag op aarde komt, en we zouden niet meer moeten gebruiken dan er jaarlijks aan regen valt â?? anders daalt de grondwaterspiegel en lopen ondergrondse mijnen leeg.
Van de neeslag die valt, verdampt 56% weer via bossen en grasland, 4,5% via regenbevloeide landbouw, 2% via geïrrigeerd land â?? daarvan is 0,6% afkomstig van de van regen die op het land valt, en 1,4% van oppervlakte en grondwater dat uit de regen-verdampingscyclus komt.
45% van de voedselproductie komt van geïrrigeerd land, 55% van regenbevloeid. Maar het watergebruik door verdamping is via geïrrigeerd land 30%, tegenover regenbevloeid 70%. De efficientie van geïrrigeerd land is dus hoog: 57% (2700km3 water wordt toegediend; 1540km3 verdampt).
Geïrrigeerde lanfbouw is dus heel efficiënt: met minder areaal en minder water levert het een grote bijdrage aan de wereld voedselproductie. Investeren in verdergaande irrigatie, zoals door Piet Minderhoud ook genoemd, is dus geboden. Alles wat we aan verdamping verliezen, is verderop in de keten van dit gesloten systeem niet meer beschikbaar.
Daar zit het probleem: iedere m3 van het water dat door de verdampingscyclus beschikbaar is, kan je maar één keer gebruiken. Om het watertekort van Los Angeles en San Diego op te vangen, werd het waterkanaal uit Arizona efficienter (= lekvrij) gemaakt door het in beton te leggen. Na enkele jaren bleek dat het weglekkende water in Mexico de bron was voor 33.000ha geïrrigeerde landbouw. De winst voor LA en SD was het verlies voor Mexico.
Er is fysieke waterschaarste in veel landen (de oranje gebieden op de kaart) en er is economische schaarste (de paarse gebieden): hier is er over het jaar wel voldoende water, alleen valt het in een korte tijd en is er geen opslagcapaciteit voor het droge seizoen.
Waar er fysieke waterschaarste is, geldt: er is geen â??gratisâ?? water voor extra toe-eigening in de landbouw. Extra gebruik, ook door regenbevleoide landbouw, gaat ten koste van iemand of iets anders (natuur, bijv.) benedenstrooms. Hoger efficienties in irrigtie water, bijvoorbeeld door druppelirrigatie, bewerkstelligen een herverdeling van schaars water â?? boeren zullen bij hogere irrigatie efficëntie ook absoluut meer water gaan gebruiken.
Dat heeft direct te maken met de toenemende vraag naar voedsel bij een groeiende wereldbevolking, en de veranderingen in ons dieet. Voor 2050 moeten we een verdubbeling van onze voedselproductie realiseren voormensen die een eiwitrijker dieet zullen hebben. Er is dus meer diervoeding nodig. Van de OESO landen wordt nu 1/3 van de geproduceerde granen voor menselijke consumptie gebruikt. Er zal in de toekomst meer graan voor diervoeidng nodig zijn. Vegetariër of flexitariër worden, is een effectieve manier om het waterprobleem aan te pakken.
Als we meer voedsel gaan produceren, zal de verdamping via gewassen toenemen. In 2005 was onze landbouw-waterbehoefte 70000km3; als we niets doen, hebben we in 2050 13.000km3 nodig. Alternatieve scenarioâ??s zijn: het inzetten op regenbevloeide landbouw, wat een behoefte van 9000km3 oplevert; irrigatie-scenario: 11.000km3; liberalisering van landbouw levert een waterbehofte van 9000km3 op; een â??comprehensive assesmentâ?? scenario: krap 9000.
Productiviteit van landbouw moet omhoog: â??more crop per drop.â?? Maar dat betekent: meer water-productiviteit: de biomassa per eenheid verdampt water (niet per eenheid toegevoegd water). Een fractie van het toegediende water wordt door het gewas daadwerkelijk geconsumeerd, en uiteindelijke verdampt. Hoeveel je toedient en wat het oplevert is de efficientie; hoeveel biomassa per verdampte eenheid is de productiviteit. De hoogste waterproductiviteit ligt iets onder de optimale opbrengst per eenheid toegevoegd water (het is een s-curve). Per eenheid land zou een boer voor maximale productie gaan, maar vanuit waterneheer is dat niet wenselijk, want voor de laatste groei in opbrengst is exponentieel meer water nodig.
Verhogen van de waterproductivitiet is een landbouwkundig probleem. Er is een directe relatie tussen de hoeveelheid water die een gewas verdampt, en de hoeveelheid biomassa die geproduceerd wordt. Zogenaamde C4-gewassen (bijv. mais) met een hoge fotosynthese-efficiëntie zijn productiever dan C3-gewassen (bijv. rijst) met een lage efficientie. Daarbovenop geldt dat de water-productiviteit afneemt als er onvoldoende nutrienten worden toegediend.
Afgelopen 4 decennia is een enorme agronomische efficientie bereikt voor bijvoorbeeld mais, dankzij de groene revolutie (high-yielding varieties), in de USA, China, Latijns Amerika. Niet in Sub-Sahara Africa waar mensen zich die varieteiten niet kunnen veroorloven.
Wat betreft het verder ontwikkelen van High Yielding Varieties is de meeste winst al gehaald. Winst is hier alleen nog te halen met de optimale hoeveelheid nutriënten (kunstmest).
Water beheer gaat over goede voorzieningen en flexibiliteit op bedrijfsniveau. De optimalisatie van watergebruik (wanneer en in welke hoeveelheid moet het water er zijn) ligt echter bij de boer en niet bij de beheerder. Belangrijk is het reguleren tegen over-gebruik.
Water-productiviteit is gelijk aan landbouwinnovatie. Verhoging van de water productiviteit moet centraal komen te staan in landbouwontwikkeling en sturend voor innovaties. Water moet expliciet op de agenda staan; certificaten etc. zijn geschikte middelen. De hoeveelheid biomassa/m3 moet omhoog, met name in de praktijk. Maar hoe zit het ten aan zien van de economische en maatschappelijke baten, per eenheid van water?
De monocultuur die we ontwikkeld hebben, heeft intensivisering mogelijk gemaakt. Maar tegen kosten: het toe-eigenen van water gaat ten koste van benedenstrooms gebruik en ten koste van de ecosystemen. Competitie rond het beschikbare water en klimaatsverandering stellen nieuwe eisen: voor water retentie (opslag); waterzuivering; bescherming tegen overstroming; en verzilting van kust gebieden.
Duurzaam water gebruik betekent een balans vinden in een ecosysteem tussen verschillende diensten: verminderen en mitigeren van de negative water effecten van landbouw, het bevorderen van de diensten aan het niet landbouwkundige ecoysteem, en een focus op de positieve water interacties met de landbouw.
Functionele en strategische benadering van ecosystemen op landschaps-niveau onderscheid de volgende geleding:
â?¢ de primaire functies van ecosysteem diensten (landbouw en voedsel productie, overstroming beheer, biodiversiteit, ...);
â?¢ de criteria voor meervoudig gebruik van â??secondaireâ?? ecosysteem diensten (binnen de ecologische draagkracht van de primaire functie).
Een voorbeeld is de Mekongdelta waar verschillende subsystemen naast elkaar bestaan: geïrrigeerde intensieve productie van rijst; rivieren met uiterwaarden die overstromen; een brakke kustzone met een monocultuur. Je kan functies combineren. Om de intensieve rijstcultuur robuster tegen klimaatverandering te maken, kan je ervoor kiezen die rijstbouw te optimaliseren voor gevariëerde voedselproductie: rijst en zoetwatervissen, retentiebekkens voor overvloedige regenval, etc. In de brakwater zones kan je verschillende functies â?? visserij, kustversteviging, etc. vorm geven:
Vier strategische en functionele subsystemen met meervoudig gebruik:
1. Intensieve geïrrigeerde rijstbouw:
a. 1st: voedsel (rijst & zoet water vis)
b. 2nd: zoet water voorziening naar de brakke zone (zout gehalte & circulatie)
c. 3rd: berging van regenwater (vermindering overstromingen)
2. Zoet water uiterwaarden:
a. 1st: overstromingsbeheer (ruimte voor de rivieren)
b. 2nd: voedsel (rijst, recessie landbouw, visteelt, water bossen)
3. Brakke zone:
a. 1st : voedsel (aquacultuur middels poli-culture en mangrove filters)
b. 2nd : brak water retentie en gebruik
c. 3rd : biodiversiteit
4. Kust bossen:
a. 1st : kust bescherming
b. 2nd : biodiversiteit
c. 3rd : voedsel (visserij en policultuur van vis en schelp dieren)
Zie het plaatje van een voorbeeld van de brak-water zone waar de monocultuur van vissen een polycultuur (tiliapia, zeebaars, garnalen kweek) geworden is, met uiteindelijk ook nutrienten voor de mangrove bossen.
Conclusie is dat we ons niet moeten richten op water efficiëntie, de geproduceerde biomassa per hoeveelheid toegediend water, naar op water productiviteit: meer biomassa per door het gewas geconsumeerd en verdampt water.

Discussie
Waterproductiviteit
Het verschil tussen efficientie en productiviteit en dat water meervoudig gebruikt wordt door verschillende gebruikers is een blikopener. We hebben heel kortzichtig gedacht: gewoon zoveel mogelijk water op je akker gooien. Efficiëntie als het voorkomen van verliezen waardoor je meer kunt irrigeren en productiewinst maken, is dus geen goed idee omdat er schade optreedt doordat het meeste water al (elders) in gebruik is. Maar, de verliezen van bijvoorbeeld 43% bij geïrrigeerde landbouw is geen â??verliesâ??; wat â??verloren gaatâ??, gaat terug in de kringloop. Als je op wat voor manier ook al het water gebruikt, sluit je een stroom af (naar de rivier). Het is een herverdelingsvraagstuk.
Wat betreft verdeling en allocatie kun je nog veel verbeteren. Maar, als een boer meer productie wil, verlies je meer water door verdamping, en dat water moet ergens vandaan komen. Er is geen â??gratisâ?? water. Het is een politiek en regionaal probleem; water is voor de meeste mensen uiteindelijk wel â??gratisâ??, waardoor een prijsmechanisme geen effect heeft.
Hoe zorg je dat mensen een volwaardig dieet hebben. Hoe kan je het gebruik en de verdeling van water goed controleren zodat de kleine boer niet door de grote exportbedrijven wordt weggedrukt. En tussen landen onderling: hoeveel laat het ene land via een rivier naar het volgende land lopen â?? waterdiplomatie.

Prijsmechanisme
De presentaties gaan ervan uit dat het water matig of slecht geprijsd is. Als je deze verhalen nu houdt met op de achtergrond de marginale kosten van water, breed gedefinieerd. Want hoe dan ook, er is enorme verspilling van water overal in de wereld, en als je dat normaal prijst, zoals bijvoorbeeld electriciteit, heb je al een enorme rem op het gebruik. Zou dat voor deze verhalen een groot verschil maken?
Echter, via een prijsmechanisme bereik je dat er gewoon minder water gebruikt wordt in de eerste plaats, en er meer terugvloeit in de kringloop. En die boeren in Mexico hebben er niet zoveel aan als je het water voor LA en SD duurder maakt (want de waarde van water voor de stad is economisch veel hoger dan die voor de landbouw): zij hebben dan nog geen vervanging van het water dat vroeger naar hen doorsijpelde.
Waterschaarste is een lokaal probleem; andere zaken kun je verhandelen, maar water kan je niet zomaar elders brengen. De waterschaarste is een probleem waar arme mensen wonen die ook niet veel kunnen betalen voor water. Dat is ook de klassieke val om alles via markt mechanismen te regelen. E zitten hier zoveel market-failures dat die prijsprikkel niet werkt â?? het probleem van de Mexicaanse boeren blijkt pas na verloop van jaren. Niet gezegd is daarmee dat je een prijsprikkel helemaal niet moet inbouwen.

Wat en waar produceren
Mais in Frankrijk heeft heel veel water nodig, de tomatenteelt in Marokko ook. Waarom die productie niet verplaatsen? Een plant heeft een bepaalde vaste hoeveelheid water nodig om een bepaalde massa te bereiken, waar die plant ook groeit. Dan kan je om economische redenen andere producten gaan telen. Maar de basis van het probleem is, dat we nu 7000km3 nodig hebben, en meer moeten gaan produceren, dus dat we meer productiviteit per eenheid water moeten zien te bereiken. Als we het extra productie alleen maar via meer irrigatie opvangen (zie de scenarioâ??s), zullen we bronnen van water uitputten.
De geïrrigeerde wereldvoedselproductie is heel hoog, met name ook voor veevoer. Minder vleesconsumptie is daarom noodzakelijk. Maar, gaat ons verstand beter werken als water door schaarste duurder wordt? In het algemeen geldt wel dat als er geen grote schaarste wordt gevoeld, er weinig stimulans is om nieuwe technologieën te introduceren. Je kan wel proberen de mensen te beïnvloeden in hun voorkeuren, zodat ze minder vlees gaan eten. Een hardere manier is gewoon te wachten tot iets schaarser wordt, want dan gaan de prijzen vanzelf omhoog, en zullen de mensen hun gedrag aanpassen. Dat zal altijd gebeuren, maar economen willen die stap graag voor zijn met zachtere processen.
De hoeveelheid water die we hebben is beperkt is â?? er komt niet meer bij â?? en dan moet je wat aan de vraagkant doen om mensen anders te laten eten dan vlees. Er zijn technologieën waardoor we wel meer water kunnen krijgen â?? ontzilting, bijvoorbeeld. Technologische ontwikkeling wordt vaak gepushed doordat mensen aan de grens van problemen komen. In een recente Zembla-uitzending werd gesteld dat iedere volgende generatie zonnepanelen de helft goedkoper is en twee keer zo efficient, dus straks is electriciteit zo goedkoop dat je via van zout water op grote schaal zoet water kunt maken en de landen rond de Sahara te kunnen bevloeien.

Governance
We slepen niet met water, als we het voor drinkwater gebruiken, is dat binnen een straal van 200km. Je moet dus regionaal, per stroomgebied kijken. We zijn nog maar kort bezig met een meer omvattende beheersbenadering. Er zijn maar twee landen met waterschappen (NE, BE); elders bestaan twintig stroomgebied-beheer-organisaties. Er is nog heel veel te verbeteren aan water beheer en allocatie. Daar kunnen wij als Nederland een grote rol in spelen.
Voor de watervoorziening is de landbouw één van de klanten. De andere is de energiesector, de derde zijn de mensen, de vierde is de natuur. Dat is het punt van verdeling. Maar waterbeheerders zijn weinig betrokken bij de toekenning van waterrechten. Bij besluitvorming rond waterallocatie is voor een deel een overheidstaak, maar voor een belangrijk deel wordt dat door bedrijven gedaan: bijvoorbeeld voor Daewoo op Madasgascar, of voor de katoenteelt rond het Aralmeer. Met veel subsidie wordt er geboerd, maar de waterbeheerder mag het alleen maar uitvoeren. De besluitvorming gaat buiten de waterwereld om. Waterbeheerders proberen wel met al die klanten rond de tafel te gaan, maar de beslissingen worden elders genomen. â??FoodFirstâ?? heeft een prijs ten aanzien van water.
Integraal waterbeheersplan blijk in de praktijk, op lakoaal niveau, problematisch. In Maarn, bijvoorbeeld, leverde de concurrentie tussen instituties, waterschappen en waterzuivering meer problemen dan oplossingen op â?? bij het repareren van rioleringen kwamen bomen in de stad te droog te staan en stierven af. Hetzelfde probleem dus, op kleine schaal, als in Californië en Mexico: meer efficiëntie, maar minder kwaliteit. Hetzelfde speelt met de mest-overschotten: in Brabant is de waterpartij uit de discussie gestapt omdat het voor hen te omvangrijk werd. Ze zijn gewoon dieper gaan boren. Nu is de drinkwaterproducent weer terug bij de discussie over het terugdringen van anti-biotica in de intensieve veehouderij: het drinkwater dat voor de varkens gebruikt wordt, is zo vervuild dat het een bron van infecties is. Met beter water beheer kan je dus het gebruik van antibiotica terugdringen. Water is niet een bron van buiten die gewoon beschikbaar is. Integratie van waterbeleid moeten we weer opnieuw handen en voeten gaan geven.
Verstedelijking is een proces dat doorgaat. Daarmee komt een nieuw verdelingsproces om de hoek kijken. Als je puur economisch kijkt, zal de stad altijd winnen â?? die kunnen het betalen. Maar de urbane armen hebben juist behoefte aan toegang tot goedkoop voedsel. Beleid is erop gericht dat goedkope voedsel te kunnen produceren, en dat vormt een tegenwicht tegen de neiging van de stad om alles in te pikken. Met name de peri-urbane landbouw heeft hier een rol; landbouw is een natuurlijk zuiveringssysteem voor afvalwater, maar kijk uit voor zware metalen.

Instituties en ngoâ??s
De wetenschappelijke benadering levert boeiende perspectieven op; de wetenschappelijke benadering stuit ook op de grenzen van de politiek en economie. Daar zitten voor de overheid belangrijke beleidsconsequenties aan verbonden. Bedrijven en banken spelen hier ook mee, en NGOâ??s. Die zien er op toe dat afspraken tussen regeringen nageleefd worden â?? bijvoorbeeld waar China land koopt voor de eigen voedselproductie. NGOâ??s kunnen hier mobiliseren en de belangen van betrokkenen aan bod laten komen.
In ontwikkelingslanden waar water schaars is, zijn instituties vaak zwak: daar ligt een rol voor ngoâ??s ook. Maar, wat zijn de mogelijkheden om met minder water gewassen te telen. In een kas kan je de watercyclus gesloten houden; in tropische landen zou je dan ook via ontzilting in de waterbehoefte kunnen voorzien. Alleen is op dit moment het kopen van grond voor landbouw elders een goedkopere oplossing dan technologische innovaties.
Er is een goede reden dat in Nederland grond niet vrij te koop is, omdat anders de grond voor de boer onbetaalbaar wordt (in China vinden ze dat weer heel vreemd). Ligt hier niet een parallel met water: analoog een bestemming geven aan water. Je kan politiek beslissen dat inderdaad 70% van het water naar de landbouw gaat, en dan kan je die landbouw ook verplichten er behoorlijk mee om te gaan.
Inderdaad worden waterrechten langs rivierassen nu al vastgelegd, met name bij grootgebruikers als energiebedrijven die concurreren met landbouw. Bijna ieder land heeft prioriteiten voor watergebruik bij wet geregeld: drinkwater, landbouw, ecosysteem, in die volgorde. Je kan discussieren over de prioritering van landbouw over ecosysteem; drinkwater is maar 4% van je waterbehoefte, dus daarover is weinig te bakeleien.
Nederland heeft overigens een waterhuishoudingsplan â?? je kan niet zomaar ergens water uit de sloot pompen.

En nu? ... Raimond Hafkenscheid
BuZa werkt op vier themaâ??s, water en voedselzekerheid/productie zijn twee prioritaire themaâ??s. Voor veel mensen is de relatie tussen water en voedselproductie evident voor de hand liggend. Maar die evidente relatie is niet altijd zo aanwezig â?? water en voedselproductie zijn in de beleidspraktijk twee verschillende werelden, mensen hebben vanmiddag echt nieuwe dingen gehoord. Water bij BuZa is een andere directie dan Voedselzekerheid. De directie water heeft vier themaâ??s: drinkwater en sanitatie, waterveiligheid, watergovernance en watergebruik in de landbouw. Voedselzekerheid heeft ook vier themaâ??s, waarvan primaire productie er één is. Die evidente relatie komt dus in 1/16 van de inspanningen aan de orde. Alleen klopt dat dus niet met de omvang van de problematiek waar we in de wereld voor staan.
We zijn aan de grenzen van de mogelijkheden van het fysieke watersysteem beland. Met de groei van de bevolking en de verandering naar een meer eiwitrijk dieet nemen spanningen in de wereld toe; conflicten en zelfs oorlogen zullen over water gaan. Water is een mondiaal probleem dat lokaal moet worden opgelost. We moeten niet te veel onze hoop stellen op technologische oplossingen. Die zijn moeilijk te forceren. Overigens, voedselproductie in zee kost geen water.
Er wordt veel gesproken over het gebruik van water, over landoverschrijdend gebruik, maar wat weten we nu precies over wat in het watersysteem gebeurt? Veel informatie is anecdotisch, er wordt te weinig gemeten â?? het verbouwen van qat in Jemen is een veel ergere aanslag dan men denkt. Daarom is het goed dat vanuit de Directie Voedselzekerheid de impuls is gegeven iets aan dat kennishiaat te doen via een programma om boeren en coöperaties hierin inzicht te geven. Zoals Polman van Unilever het uitdrukte: â??we cannot treasure what we do not measure.â??
Systemisch denken is heel moeilijk om in BuZa te integreren. Voor zicht op het systeem heb je de agronomen nodig. Dan zie je bijvoorbeeld dat als je de hele keten verbetert, je de kustbescherming er gratis bij krijgt. Dat is ook waar onze toegevoegde waarde ligt.
De idee van de â??waterfootprintâ?? van ons dieet moet meer ingang vinden. Waarin zit de beste voedingswarde voor een hoeveelheid gebruikt water. Dat begrijpt een kind: vader zegt dat ze niet zo lang moeten douchen, maar zuinig met water moeten zijn. Maar pa eet wel een biefstuk, en hoe lang kan je douchen van de 7m3 water die daarvoor nodig is?
Het plakken van een prijs op water is heel moeilijk om tastbaar te maken. Je moet er gewoon vanuit gaan dat water een vrij beschikbaar goed is. We doen heel weinig aan het beprijzen van water, alleen voor drinkwater, maar dat is een fractie van het water dat we gebruiken.
Een zwaardere impuls tot interactie tussen de twee themaâ??s water en voedsel is nodig, want in isolatie komen ze er niet uit. Wijs als landbouworganisatie op bijvoorbeeld de relatie met waterbeheer. Veel oplossingen staan of vallen met wat we hier aan de orde komt, dus het uitdragen van deze relatie en de kennis die vergaard is, is heel belangrijk. Helaas is capaciteits opbouw in OS post-prioritair. Als er lokaal geen capaciteit is om nieuwe technologieën te begrijpen, kan je je kennis niet afzetten, noch je producten, noch je leningen niet verstrekken, en je brengt een oplossing niet dichterbij.

foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen