foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security

© 2013-12-17 | Hans Groen

In de serie artikelen over nutrition security in het tijdschrift The Lancet is â??stuntingâ?? een centraal begrip. Met â??stuntingâ?? wordt de blijvende achterstand in groei en ontwikkeling aangeduid die het gevolg is van onvoldoende bouwstoffen in de voeding in de eerste 1000 dagen vanaf de geboorte. In het verhaal in The Lancet komt het woord â??boerâ?? niet voor. Anderzijds is â??stuntingâ?? nooit ter sprake gekomen in de 7 foodFIRST Floriade conferenties over food security.

Er zijn dus mensen die zich bezig houden met voedselzekerheid. Ze hebben het over landbouw, grond en water, boeren, coöperaties, productie, markten en ketens. En er zijn â?? ándere â?? mensen die zich bezighouden met voedingszekerheid; zíj hebben het over 1000 dagen, mineralen en micronutriënten, stunting en moeder en kind.
In het Nederlandse voedselzekerheidsbeleid hebben beide themaâ??s een plek. Dat wil zeggen, er is een voedselzekerheidsbeleid, en daarin is toegang tot betere voeding één van de vier pijlers.
Maar hoe zit het met de samenwerking tussen de mensen van de food security en die van de nutrition security?

Het verschijnsel â??stuntingâ??, het besef van de enorme en vérdragende effecten ervan, heeft de barrière tussen de twee doorbroken; er is iets in beweging gezet, de kloof wordt gedicht. De kern ervan is dat we met een nutritionele lens naar landbouw en voedselproductie kijken en de organisatie van de twee beter op elkaar afstemmen.

Het is redelijk recent dat we doordrongen zijn geraakt van het belang om specifiek aandacht te schenken aan voeding wanneer we het hebben over voedselproductie. Landbouwkunde is al ongeveer 10.000 jaar oud. De kennis over een gebalanceerde voeding is veel recenter, pas ontwikkeld sinds we met scheurbuik, dat door een gebrek aan vitamine C wordt veroorzaakt, werden geconfronteerd. Sinds die tijd zien we een relatie tussen wát mensen eten, de in dat voedsel aanwezige bouwstoffen, en hun gezondheid. En dus proberen we de productie van voedsel met de kwaliteit van voedsel te verbinden.
Food & nutrition security behelst naast goede sanitaire voorzieningen, gezondheiszorg en drinkwater, voldoende toegang tot voedsel, en over hoogwaardige kwaliteit van voedsel voor alle mensen in de wereld. Er is krap een miljard mensen dat met honger naar bed gaat. Die hebben een calorie tekort. Maar ongeveer twee miljard mensen hebben een tekort aan micro-nutriënten, de altijd kleine hoeveelheden van elementen en mineralen die noodzakelijk zijn voor groei en gezondheid.





Het gaat hierbij om 5 basisnutriënten: ijzer, vitamine A, zink, foliumzuur en jodium. Vooral ijzer en jodium zijn noodzakelijk voor gezonde groei. Op dit moment zijn 165 miljoen kinderen â??stuntedâ??: ze zijn te kort voor hun leeftijd door een gebrek aan calorieën, eiwitten en micronutriënten in de eerste paar jaar van hun leven. Die kinderen houden hun leven lang een een fysieke en mentale achterstand Pas recent, via de serie artikelen die The Lancet hieraan wijdde, weten we dat je vroeg moet ingrijpen: in de eerste 1000 dagen is toegang tot goede voeding cruciaal, wat in die periode misgaat, kan je later niet meer inhalen.
Maar wisten we dat nou tien jaar geleden niet ook al? Voedingsdeskundigen zijn het niet altijd met elkaar eens, er zijn verschillende inzichten over wat je moet doen. Met de SUN (Scaling Up Nutrition)-beweging is die eenheid van inzicht er wel gekomen en is er gericht en gecombineerd beleid van overheden ontstaan. Daarnaast heeft men zich gerealiseerd dat investeren in voeding economisch rendeert. In de Kopenhagen-consensus van (Nobel-prijswinnende) economen wordt investeren in voeding als meest belangrijke investering beschouwd: iedere $ die je in voeding investeert, brengt 30$ op. Dat is een wake-up call geweest voor politiek en bedrijfsleven: je hebt goed gevoede mensen nodig om ook als bedrijf goed te functioneren. Mede daarom heeft de VN secretaris-generaal Ban Ki Moon de â??Zero-challengeâ?? opgesteld: voldoende toegang tot hoogwaardige voeding, wereldwijd en binnen de horizon van onze levenspanne.
De belangrijkste uitdagingen is hoe honger en ondervoeding uit te bannen, in het licht van de 9 miljard mensen die in 2050 gevoed moeten worden. Dat is zowel een kwantitatief als een kwalitatief probleem, want ook het dieetpatroon zal veranderen, mensen zullen meer vlees willen gaan eten, en dat heeft grote gevolgen voor de landbouw.

Wat gaan we nu zelf doen om dit vorm en inhoud te geven? â??The Dutch approachâ??, zoals in de brief van Ben Knapen verwoord, richt de focus op vier onderwerpen: de productie van voedsel, de toegang tot goed voedsel, de toegang tot markten, en de rol van het bedrijfsleven.

1 Productie
We moeten meer produceren en duurzamer produceren door de verdere ontwikkeling van landbouw technieken en organisatie. Verhoogde productie moet gaan blijken in een hogere kwaliteit van voedsel. We zijn al te lang bezig met productieverhoging vanuit de vooronderstelling dat dan ook automatisch ondervoeding opgelost wordt.
Denkend vanuit de productie denken we het wel voor elkaar te krijgen. Maar als die 9 milj op dezelfde manier moeten gaan eten, komen we niet uit met de productie die we nu hebben. Als we daarmee doorgaan, moeten we gaan kiezen: calorieën of nutriënten. We kunnen niet zoveel vlees en vis blijven eten als nu doen. We moeten naar een ander soort productie.
Urbanisatie is ook een punt: verkeerde voeding in de Chinese steden bijv. leidt tot diabetes. Overvoeding leidt tot gezondheidsproblemen en bij een eenzijdig dieet ook tot â??stuntingâ??.
Maar er moet meer gebeuren om die kwaliteit omhoog te krijgen. De Dutch approach heeft ook beperkingen. Honderden miljoenen boeren hebben niet veel aan technologische ontwikkeling. In Afrika worden veel boeren nu nog aan hun lot overgelaten, maar een hoog-technologische benadering, die vaak ook nog van fossiele brandstoffen afhankelijk is, sluit helemaal niet bij hen aan, en is bovendien niet duurzaam.

2 Toegang tot voedsel
De toegang tot goede voeding is het volgende punt. Die toegang zou zo geregeld moeten zijn dat voedsel voor iedereen toegankelijk én betaalbaar is. Mensen moeten het kunnen kopen, en ze moeten de kennis hebben om de juiste voeding te kiezen.
Het gaat hierniet om een â??schijf van 5â?? discussie over mensen die gewoon niet genoeg voedsel tot hun beschikking hebben. Dat kinderen tussen 6 maanden en 2 jaar, de periode van de borst af naar vast voedsel, niet de juiste voeding en bouwstoffen krijgen kán een gevolg zijn van onwetendheid, maar doorgaans kun je er van op aan dat moeders heel goed weten wat ze hun kinderen moeten geven. Wat bijvoorbeeld vroeger in de Peel speelde, komt nu in Vietnam voor: op sommige gronden groeit gewoon niets en een pilletje is dan geen optie.
Je moet heel concrete projecten beginnen met landbouwmethoden en organisatie, voor groepen boeren. Je moet productie opvoeren, kennis en kapitaal organiseren, en dan zal ook de kwaliteit van het dieet verbeteren met de verbeterde leefomstandigheden. Als je ook nog zorgt dat overheden geïnteresseerd zijn in het investeren in voeding, komt de variatie in het dieet mee.

3 Markt
Het gaat om markten die toegankelijk zijn voor producenten en consumenten.
Maar markten werken ook heel exclusief: waardeketens als geheel kunnen werken, alleen zitten de kleine boeren vaak aan de slechte kant van die waardeketen. Als je het alleen aan de markt overlaat, dan loop je de kans dat in China de productie van de boeren omhoog gaat, maar dat tegelijk tonnen vlees worden geïmporteerd omdat de Chinees in de stad vlees op tafel wil. Overgelaten aan alleen de markt, kan dit betekenen dat de arme boeren vlees gaan produceren voor het Westen.
Markten werken dus niet automatisch voor voeding en de armsten, dat moet je reguleren, daarvoor heb je ook een overheid nodig. Met de liberalisatie van de laatste 30 jaar is dat alleen maar duidelijker geworden. Kijk naar vroeger naar de Peel: niet de markt, maar interventie van de overheid zette hier de ontwikkeling in gang.
Overheden moeten kwantiteit en kwaliteit met elkaar verbinden in de landbouw en moeten voor instituties zorgen waarin dat mogelijk is. Het heeft geen zin te investeren in voedsel als er in een land geen deskundigen zijn om kwaliteit en kwantiteit, nutriënten en voedselproductie, te koppelen.
Je kunt als buitenlandse organisatie ook nooit langs de overheid heen opereren â?? dat zouden wij ook niet van een buitenlandse ngo pikken â?? maar tegelijkertijd is het duidelijk dat in een aantal ontwikkelingslanden overheden niet in staat zijn geweest grote veranderingen in voedselzekerheid aan te brengen. Een probleem in Afrika is dat de overheid vaak te zwak is om het voor elkaar te krijgen om nutriënten als jodium aan het voedsel toe te voegen. Laten we anderen in positie brengen om stappen te gaan zetten â?? bedrijvigheid daar, van boeren en de hele keten. Dat moet niet alleen afhankelijk van de overheid zijn. Je zorgt dat boeren en bedrijven technieken krijgen, wel gesteund door overheden, maar dat geeft toch een andere dynamiek.
Uiteindelijk bepaalt de consument wat diens mond ingaat. Daaromheen moet je veel aan scholing doen. Alleen kennis van zaad en ondernemingsvaardigheid is niet voldoende. We hebben in het verleden de Nederlandse huisvrouwen leren koken, bijvoorbeeld. Als mensen niet opgevoed worden, kiezen ze de verkeerde dingen en worden te dik â?? kijk naar de USA en China. (Overigens in China wordt naar de eerste 1000 dagen gekeken, want men heeft ontdekt dat stunting voor hen gigantische proporties aanneemt.)
In de kern gaat het om food-sovereignty, het zelf kunnen beslissen welk voedsel je wilt consumeren en waar dat vandaan komt.

4 Bedrijven
Ten slotte moet het bedrijfsleven zich kunnen ontwikkelen: entrepreneurs moeten kunnen starten, toegang tot financiering. Je moet nieuwe bedrijfsmodellen ontwikkelen, met overheid, ngoâ??s en kenniscentra. Voor voedingsmiddelenbedrijven biedt de onderlaag van de samenleving geen goede levensvatbare business. Verrijken van voedingsmiddelen is wellicht een interessante nieuwe mogelijkheid, waarin sociale en bedrijfsinteresse verbonden worden.
De enigen die de aanpak van bijvoorbeeld The Hunger project snappen, is het Nederlandse MKB. Uiteindelijk hebben we de afgelopen twintig jaar veel doelstellingen vastgesteld, maar we hebben maar heel weinig weten te bereiken daarvan. Je moet een draai maken, met de topsectoren in de internationale agenda, en het MKB. Unilever en DSM doen het toch wel en hebben hun eigen circuits. Het komt er nu op aan het MKB met Afrikaanse landen te laten samenwerken, en dat is veel eenvoudiger dan men denkt.
We moeten bij en met de boeren beginnen. De les is dat er lokale mensen bezig zijn geweest die met elkaar gewerkt hebben aan de verbetering van de productie. Die lessen die in Nederland geleerd zijn, kan je elders wel toepassen. Die ervaring kan gecommuniceerd worden door maatschappelijke organisaties, het bedrijfsleven, en de overheid.

Is er dus een tegenstelling te overbruggen â?? â??bridging the gapâ?? â?? en zijn kwantiteit en kwaliteit aparte vraagstukken geworden die weer verbonden moeten worden? In een discussie met Afrikanen werd dit recent een discussie voor de â??happy fewâ?? genoemd: jullie hebben de kwantiteit en kwaliteit, en je wilt dat wij gaan kiezen. Het is echter niet â??óf-ófâ??, maar je moet beide doen. In Nederland zijn we na 2de WO begonnen met het verhogen van productie in de landbouw om armoede te verminderen en omdat we niet voldoende voedsel hadden om onszelf te voeden. Dat is gedaan met kleine boeren, met ook veel private investering vanuit bedrijven, coöperaties, en overheid. Daarmee hebben we flink aan de weg getimmerd; mensen van overal in de wereld gaan nu bij ons te rade. Bij ons zijn kwantiteit en kwaliteit nooit gescheiden geweest.
De volgende stap is nu de integrated approach van de VN, waarbij klimaatverandering ook een onderdeel is geworden, naast kwantiteit en kwaliteit.
We moeten een ontwikkeling inzetten van voedsel-zekerheid naar voedsel en nutriënten-zekerheid. Daarvoor moeten we kijken naar de â??needsâ?? en â??wantsâ??, wat mensen nodig hebben, en wat mensen willen, en hoe we toegang tot voldoende voeding en voedingswaarde integraal kunnen waarborgen voor iedereen. De voedselproductiewijzes, de consumenten en plaatselijke overheid moeten daarvoor veranderen. Wat je wel merkt, is dat we de overheid en kennisinstellingen wel meenemen, maar het bedrijfsleven onvoldoende inzetten om die schaalvergroting en kwaliteitsverbetering neer te zetten. Dan gaat het niet alleen om de multinationals, maar vooral ook om de smallholders, want die weg zijn we in Nederland ook gegaan.

There is real international attention to approaches that link agriculture more explicitly to the dietary needs and wants of people.
What â??nutrition-sensitiveâ?? pathways towards integrated agriculture- under-nutrition strategies are possible and practicable?

Doen
We gaan steeds meer zien dat het belangrijk is dat we een verbinding leggen tussen landbouw, voedsel, voeding en gezondheid. Die vier aspecten zijn cruciaal voor het debat en het is nodig die verbinding te leggen. Tot op heden kan dat niet zo makkelijk, omdat de verantwoordelijkheden in veel Afrikaanse landen bij vele verschillende ministeries liggen. Dat is een hindernis die initiatieven tegenhoudt, want je wilt boeren opleiden tot zelfredzaamheid, dus geen voedsel uitdelen, maar er is niet één ministerie waarmee je dat kunt regelen, er zijn 15 ministeries hiermee bezig. Hoe vindt je dan de partners aan wie je kunt laten zien wat werkt. The Hunger Project heeft de ervaring dat de ambassade in Benin dit door heeft, maar het is nog geen voor de hand liggende keuze in het veld. Veel tijd en energie gaat verloren met het piece-meal financieren zoals dat gebruikelijk is. Je werkt dan steeds met kleine deelprojecten waar je dan ook deelrapportages en -verantwoordingen voor moet schrijven en dat is heel inefficiënt. Maar de benadering van The Hunger Project past niet goed in de kokers van het beleid.
Het gaat om een brede, geïntergreerde aanpak waar ook weinig onderzoek naar wordt gedaan.

Vanuit de Bill Clinton Foundation is er de aansporing om op te houden met discussieren, en in plaats daarvan concrete doeleinden te stellen. Hoeveel boeren gaan we helpen: over drie jaar, bijvoorbeeld, moeten enkele tienduizenden smallholders in Malawi en Tanzania er beter voor staan, met betere voorzieningen voor hun bedrijf en betere toegang tot de lokale markt.

Samenvattend
Kijk met een nutritionele lens naar de landbouw en de keten om zo de landbouw bij de kleine boeren te versterken. Dat is een gecombineerde taak voor overheid, wetenschap, maatschappelijke organisaties, en de landbouw.
Overheid is nodig om een goede omgeving te scheppen. Het gaat dan om de kwaliteit en daadkracht van instituties, bijv. zaadcontrole. De boervijandige houding van overheden die alleen naar hun urbane electoraat kijken, bijvoorbeeld met het in stand houden van lage voedselprijzen, moet verdwijnen.
Met behulp van de wetenschap kan de hele keten van land tot mond verbeterd worden. Het gaat dan om het ontwikkelen van betere gewassen, betere bemesting, verbeterde opslag en transport. Het gaat ook om samenhang tussen voedsel, voeding en nutriënten. Als dat gebeurt, kan de ontwikkeling heel snel gaan. Op het gebied van hart en vaatziekten werden grote doorbraken gedaan toen moleculaire biologen en patholoog/anatomen elkaar vonden en gingen samenwerken.
Een risico is dat mensen vanuit ondervoeding in overvoedingssituatie worden gedrukt. Ondervoeding in jeugd maakt je kwetsbaarder voor de gevolgen van overvoeding later. De oplossingen voor zowel ondervoeding als overvoeding hebben een gemeenschappelijke achtergrond.
De boer wil produceren en leveren; de consument maakt de keus voor een duurder en beter product. Die positie en rol van consumenten wordt weinig door maatschappelijke organisaties opgepakt. Het gaat om bewustwording, zoals het leren koken, zoals in het verleden in Nederland is gedaan. Rol van vrouwen als moeders en producenten van voedsel is cruciaal. Laat vrouwen in Afrika beslissen, geef hen meer macht.
Vraag is nog hoe het Nederlandse MKB meer aan de bak kan komen in dit traject. Dat het bedrijfsleven meer oog moet krijgen voor de sociale dimensie is makkelijk te zeggen, maar hoe zet je dat in beleid om.
Prioriteit voor meer en beter voedsel hoort prioriteit van de topsector te zijn.
Van elkaar leren is cruciaal, en dat is een twee-richtingsverkeer. Uit een discussie rond dit onderwerp die met jonge professionals plaats vond, bleek dat er vooral zorg was over het participeren van mensen in de onderlaag van de samenleving. Als je in Nederland kijkt naar de ideeën rond de participatiemaatschappij, dan zie je dat wat we al jaren in ontwikkelingslanden doen, we nu in Nederland opnieuw proberen uit te vinden. We hebben altijd de opdracht gehad te zorgen dat uiteindelijk mensen zichzelf kunnen helpen.

foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen