foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten

© 2014-02-13 | Hans Groen

Deze Vijverbergsessie richt zich op de vraag hoe de Nederlandse kennis en ervaring een rol speelt en/of kan spelen bij het tegengaan van post-harvest losses in (voormalige) ontwikkelingslanden ten behoeve van verbeterde voedselzekerheid. Waar is behoefte aan in ontwikkelingslanden -- in hardware, software, orgware en polware?

Toine Timmermans (WUR / EU FUSIONS)
Tegengaan van verspilling is een wereldwijd probleem. Over een kleine 40 jaar moeten we 60% meer voedsel produceren, volgens de FAO, vanwege de verwachte bevolkingsgroei en de stijgende welvaart. In Nederland wordt per persoon per jaar 50 kilo aan eetbaar voedsel verspild. Die totale hoeveelheid verspilling is hoger, en zit in de hele keten van producent tot en met consument. Voedselverspilling staat op de agenda vanwege de voedselzekerheid. Pas sinds 2008/9 is het een groter thema geworden. Een door het SIK uit Zweden in opdracht van de FAO uitgevoerde studiezorgde voor een doorbraak. Maar die studie is geen wetenschap, de cijfers zijn grotendeels beredeneerde schattingen. Als je het probleem van verspilling dieper gaat analyseren, blijkt het probleem minder groot te zijn dan wat wordt geschetst. Het is minder dan de 30 à 50% die in de media circuleert. Een Frans onderzoek noemt een verspilling van 89 miljoen ton in Europa, hoofdzakelijk veroorzaakt door consumenten -- dat is de beste schatting die we hebben. Probleem is dat we geen goede definitie hebben van wat onder verspilling valt en dat preciese cijfers ontbreken.
Publiek-private samenwerking is de beste, en enige manier om dit probleem aan te pakken. In de projecten die we gedaan hebben, blijkt dat er veel relatief eenvoudige dingen gedaan kunnen worden als eenmaal de wil er is en de urgentie gevoeld wordt. In alle ketens zit zo 20 à 25% van dit soort laaghangend fruit, waarvoor oplossingen al op de plank liggen, wachtend om toegepast te worden.
In Europa is de coherentie van beleid heel belangrijk. Beleid op het ene terrein kan beleid op het andere in de weg zitten, bijvoorbeeld beleid gericht op voedselzekerheid naast beleid gericht op het milieu.
Bedrijven zijn eerder genegen iets aan verliezen te doen als ze zien dat ze er winst mee kunnen hebben en efficiënter gaan werken. Daarom moet beleid prioriteit stellen. Bedrijven voor zich moeten doen wat ze kunnen doen, maar de echte oplossingen liggen in de keten als geheel -- samenwerking, transparantie, delen van informatie, etc. Als er geen urgentie wordt gevoeld, zal niet veel gebeuren. In twee landen wordt die urgentie gevoeld: het Verenigd Koninkrijk en Zuid Korea. In het VK is de afgelopen 5 jaar de verspilling 20% gereduceerd. Dat is gebeurd onder invloed van Europese regelgeving die boetes voor het uitbreiden van vuilnisbelten ging opleggen. Daardoor zijn de industrie en de overheid gaan zoeken naar het reduceren van verspilling. In Nederland is dat probleem met die urgentie er niet, wij verbranden het vuil en stoppen het niet in de grond. Of dat in andere opzichten een goede zaak is (je vernietigt tenslotte grondstoffen), moet je je wel afvragen.
Het definieren van wat voedselverspilling is, is belangrijk. Niet iedere nevenstroom van voedsel die ontstaat, is verspilling. Het gaat erom, wat je ermee doet. Vuilstort (landfill) is dan ongewenst, maar diervoeding kan een goed gebruik van grondstoffen zijn.
In Nederland weten we intussen steeds meer over verspilling: ergens tussen de 1,4 en 2,5milj ton voedsel dat blijvend bestemd is voor menselijke consumptie, wordt niet geconsumeerd -- 85-150kg pppj. Die bandbreedte wordt veroorzaakt doordat we in sommige schakels, vooral de primaire productie, geen goed zicht hebben op de verspilling. Als bijvoorbeeld een boer de bloemkolen onderspit, is de reden daarvan niet altijd bekend en dus niet duidelijk of dat een vermijdbaar verlies is. Grootste probleem zit bij de consument, die veel in de verbrander of op de composthoop gooit. Maar wat je ook ziet, is dat een kleine 3milj. ton uit de voedingsindustrie als veevoer wordt gebruikt vanuit bijstromen, die door iedereen niet als onderdeel van voedselverspilling wordt gezien.
In 2012 begon het eerste Europese project FUSIONS om voedselverspilling aan te pakken, toen gebaseerd op het streven om in 2020 de verspilling met 50% te reduceren; dat is overigens niet haalbaar, alleen al omdat we geen goede nulmeting hebben. Het project brengt wetenschap, maatschappelijke organisaties, overheden en bedrijven samen om tot een model te komen voor de aanpak. Onderdelen daarvan zijn het uitwisselen van kennis, het verhelderen van definities en het identificeren van betrouwbare data, het laaghangend fruit aanpakken, etc.
De definitie van verspilling is lastig. Voor de consument en de winkeliers is het recht toe recht aan: alles wat niet gegeten of verkocht wordt. Voor de retail is dan wel weer de vraag of je dat in kilo's of euro's meet -- euro's is nu gebruikelijk. Terug in de keten is het lastiger. Voor boeren bijvoorbeeld is de prijs van een product soms te laag om het op de markt te brengen. Is dat dan verspiling? De boer vindt van niet; als je alleen kijkt naar of het gegeten had kunnen worden, is het weer wel verspilling.
Bewustwording vanhet publiek is niet een hoofddoel van het project, maar we werken er wel aan, samen met NCDO bijvoorbeeld. Acties zoals DamnFoodWaste (geïnspireerd op Feeding5000 uit Engeland) blijken goed aan te slaan, wereldwijd -- zelfs in Nairobi vindt je veel voedsel op straat.
[Conceptrapport is nu beschikbaar; graag uw input, in mei moet het klaar zijn.]

Marcel Vernooij (Ministerie van Economische Zaken)
Het is onacceptabel dat één op de acht mensen in de wereld dagelijks honger lijdt. Wereld voedselvoorziening is een publieke verantwoordelijkheid. Voor Nederland is voedselzekerheid een prioriteit, voor zowel BuZa als EZ. De Agrosector levert een belangrijk bijdrage aan ontwikkeling en het creëren van een goede economische situatie, en onder voorwaarden aan armoedebestrijding en voedselzekerheid.
Verspilling kan je niet los zien van de markten en de primaire productie; een goed landbouw en visserijbeleid, maar ook bijvoorbeeld industriebeleid (intellectueel eigendom) zijn van groot belang.
De uitdaging is langzaamaan bekend (zie Timmermans); opvallend toch dat in veel tropische landen geen voedsel wordt verwerkt of gekoeld worden vervoerd, terwijl het daar hard nodig is.
In het Westen zitten de verliezen vooral achterin de keten, elders zit het probleem tussen boer en markt. Probleem is daar vooral de opslag en slecht vervoer van producten. Met internationale agrologistiek willen we een grotere netto voedselbeschikbaarheid voor consumptie en export bereiken en daarmee een verbeterde toegang tot vers en gezond voedsel. Onderdelen daarvan zijn: minder verspilling in de keten, hogere efficiency; betere bevoorrading van steden bij gunstiger prijs/kwaliteit; en een impuls aan waarde-ketens, arbeidsvraag en economische groei. Er worden pilots opgestart voor verbetering elders met NL expertise, toegepast in bijv.de Egyptian Dutch Business dialogue on agrologistics. Dit jaar organiseert Nederland verder een internationale conferentie over voedselverspilling.

Verspilling gaat tenslotte over economische waarde: je gooit geld weg.
Nederland heeft het volgende te bieden:
-- Economische/agri diplomatie (creëren draagvlak overheden, beleidsdialoog)
-- Expertise op kwaliteitsbehoud in de keten (post harvest loss, kennis + praktische oplossingen voedselverwerking, koeling)
-- Expertise op logistiek (netwerk agrologistiek, logistieke concepten)
-- Model samenwerking: bedrijven, overheid, ngo's en kennisinstellingen
Kern van de aanpak is het verbinden van spelers en netwerken supermarkten, boeren, cateraars, horeca & EZ. Nederland heeft voor de aanpak in eigen land de Alliantie Verduurzaming Voedsel: www.duurzamereten.nl. Die aanpak is essentieel willen we geloofwaardig zijn in het buitenland.

Natasha Solano (Kuehne+Nagel N.V.)
Transport sector is niet "sexie". Maar weinig mensen realiseren zich hoe eten bij hen op het bord komt. Onze aardbeien en blauwe bessen komen buiten het seizoen uit bijvoorbeeld Egypte resp. Chili. Kuehne&Nagel probeert het transport van voedsel te verbeteren. We werken daartoe samen met betrouwbare transporteurs, en top carriers zoals bijvoorbeeld KLM.
Drijvende factor achter verbeteringen is het financiële aspect. Als je je uitval kunt veroorloven, zal je namelijk niets doen. Transport, vooral luchtvracht, wordt steeds duurder (door bijvoorbeeld de brandstoftoeslag), waarmee het aandeel van transport steeds groter wordt in de totale kosten. De druk is dus hoog om de overige kosten te drukken. Dat betekent dat alle extra's die bijvoorbeeld mogelijk de koelketen beter gesloten zouden kunnen houden, zeer kritisch worden bekeken en vaak of zelfs meestal niet op prijs gesteld.
Mexico is een grote leverancier van zacht fruit. Voorheen werd dat uit Mexico Stad verscheept, waar de infrastructuur voor opslag en transport niet optimaal is. Het grootste deel van de productie gaat over de weg naar de VS. Intussen is Europa belangrijker geworden als afzetmarkt voor zacht fruit uit Mexico. Daarmee kwam de noodzaak van het gebruik van luchttransport en van de daarmee samenhangende verbetering van de afhandeling op de luchthaven. Om de transporttijd te bekorten is Guadalajara als luchthaven ontwikkeld zodat het fruit niet eerst van de productiegebieden naar Mexico stad vervoerd hoeft te worden, een reis van ongeveer 10 uur. Het waren enkele luchtvracht maatschappijen die begonnen met een verbinding tussen Europa en Guadalajara om dat zacht fruit te gaan verschepen. De marktontwikkeling leidde zo tot een nieuwe en verbeterde infrastructuur. Deze trok op haar buurt weer nieuwe luchtvrachtcapaciteit aan. Omdat de markt in Europa redelijk verzadigd is, zoeken de Mexicaanse kwekers naar nieuwe markten. Het Midden Oosten, met zijn steeds groeiende consumptie van zacht fruit en luxe producten, is een interessante markt geworden. Hierdoor ontstond de interesse om het fruit vanuit Mexico zonder overslag in Europa direct naar het Midden Oosten te vliegen.

Discussie
Wat veroorzaakt verliezen vooraf aan het transport, en wat na het transport naar bijvoorbeeld Nederland. Een bedrijf als Kuehne&Nagel heeft weinig zicht op wat er misgaat bij de primaire productie. Zij moeten zorgen dat producten met de juiste temperatuur en vochtigheid worden vervoerd. Babybananen komen vaak per lucht en dienen bij een temperatuur van tussen de 10 en 14 graden te worden vervoerd. Als er iets misgaat met die temperatuur, worden ze na enkele dagen zwart. Alleen zie je dat niet direct bij aankomst. Als bij het lossen blijkt dat de temperatuur verkeerd is, kan de klant ze weigeren, maar sommigen nemen de zending toch af. Hier is ook een gebrek aan preciese kennis: wat is slechter voor een bes, 10 minuten in 25 graden staan, of enkele uren in 18 graden. We hebben geen beeld van de effecten hiervan.
Trend is dat er meer fruit en snijgroen in reefer containers per zee wordt vervoerd. Daarbij kan wel een hogere uitval voorkomen, echter, dat risico weeg niet op tegen de hogere kosten van de luchtvracht.
Bij het tegengaan van uitval moet je weten wie in de keten de toegevoegde waarde creëert en daarvan profiteert. En er zijn anderen in de keten die geen belang hebben bij het product of het voorkomen van uitval -- de douanebeambte die de regels en de eigen procuratie voor laat gaan op de bederflijke waar in de container.

Technologie is niet de bottleneck, er is zoveel dat nog niet wordt toegepast. De ketensamenwerking en het vertrouwen moet groter worden, ook moet duidelijk waar de macht zit in de keten, en dan komen die oplossingen makkelijker van de plank.
Het gaat dus blijkbaar om economie en organisatie.

In ontwikkelingslanden wordt veel geproduceerd wat bij ons op de markt wordt gebracht, en verspild. Bijvoorbeeld alleen de A-kwaliteit van mnago's wordt geëxporteerd, de mindere kwaliteit blijft in het land, waar er misschien nog pulp van wordt gemaakt. Certificering van producten op de europese markt bevordert deze situatie. Blijkbaar zijn de handelsregels niet interessant voor producenten om in de productielanden zelf het voedsel verder te bewerken.
Veel bananen, een ander voorbeeld, voldoen niet aan de kromheids-eisen van Europese retailers, maar ze worden groen geoogst en er is in de productielanden geen voorziening om ze af te laten rijpen. Die gaan dus verloren. Daarvoor moeten we ons verantwoordelijk voelen en zorgen dat er faciliteiten komen. Dit probleem alleen is te weinig zichtbaar, en met de daardoor beperkte reikwijdte van financiële prikkels, heb je hier ook de harde hand van wetgeving nodig.
Je moet beginnen met het reduceren van die perverse prikkels. Het gaat om harde prikkels, en prijzen spelen daar een rol. Meer bewerking zou minder verspilling opleveren, en meer inkomen daar. Dat wordt door Europese regelgeving ontmoedigd. Wat wordt er gedaan om de toegang tot de Europese markt te stimuleren? De armste landen hebben al toegang, maar zodra ze in staat zijn meer te produceren, verliezen ze die preferentiële status. Interessant is het de internationale handelsstromen te benutten om de grootstedelijke voorzieningen te verbeteren. Daarnaast zijn er knelpunten tussen landen vanwege douane regels.
Het PSI-programma ondersteunt het opzetten van productie in de landen zelf, want er komt wel steeds meer belangstelling hiervoor. Bij het ontwikkelen kom je ook de barrières tegen die er nog zijn en je krijgt zicht op welke investeringen elders mogelijk zijn.
Probleem is wel dat de Europese voedselindustrie heel efficient is en op zo'n schaalgrootte dat je er niet mee kunt concurreren.

Naast deze luxe producten voor de export, zijn er de stapelproducten die veelal niet geëxporteerd worden -- 80% van het voedsel wordt ook niet geexporteerd. In die keten is ook veel te winnen.
Als we moeten kiezen tussen verminderen van naoogst verliezen in Mali en de luxe bessen uit Mexico? Het is ook goed om met hulp van de mondiale markt voor voedsel lokale systemen te versterken, dus ook in Mexico, of de boontjes uit Kenia -- waarom die niet in Nairobi afgezet? Dan moet je met een halve container 6 supermarkten af, wat voor de producent te onvoordelig is. En de boontjes zijn voor de meesten daar niet te betalen.

Het is een dynamisch en commercieel systeem. Solidaridad probeert productielijnen van boer tot klant te verduurzamen. Vanmiddag hoor ik een veel dynamische verhaal. Hoe kan je daarin duurzaamheid inbouwen.
In jaren 80 werd in Brussel al uitgebreid gesproken over postharvest loss in Rusland. Dan was er ook de radiologische bestraling om de houdbaarheid van producten te bevorderen.Een ander punt is de nutritionele waarde, die je via genetische manipulatie of selectie kunt verhogen. de FAO heeft het vanaf 1984 op de agenda gezet, maar weinig bereikt. Nu hebben we wel de vijfhoek aan tafel die geïnteresseerd is. DSM is bezig met afvalstromen: eiwit winnen uit rijstafval, daarmee win je veel voor lage inkomens. Maar overigens, in de context van voedselverspilling is moeten we constateren dat we nu nog te weinig weten, en daarmee wordt de discussie te complex.

Duurzaamheid bevorderen en voedselzekerheid verbeteren -- dat zijn twee verschillende doelstellingen. Soms gaan die samen, maar vaak vragen die twee verschillende interventies. Het verschepen van luxe producten als oesters is dan niet het meest urgente, hoewel de techniek daarvoor veel meer producten ten goede kan komen.
Hoe beweeg je de consument, om die 100kg verspilling om te draaien. Sociale context is heel belangrijk, er zijn landen waar je voedsel niet weggooit. Dat kan door mensen, samen met hun buren en supermarkten, voor elkaar krijgen. Bewustworden met praktische oplossingen is nodig, bijvoorbeeld een afvalbakje voor organisch afval direct in je keuken. En, je krijgt nu aandacht met het onderwerp, en dat zet aan om te veranderen -- Kromkommer zit hier, bijvoorbeeld. De sociale omgeving is aan het veranderen.
Gemeenschappelijke doelstelling is belangrijk. Verlies en verspilling zijn verschillende zaken, met ieder een andere aanpak; verspilling is vooral een consumenten zaak. Collectieve social responsibility van bedrijven is hier belangrijk, en die wordt ook genomen (bijvoorbeeld door Unielever met het terugdringen van watergebruik). Veranderingen werken als mensen het weten, het willen en het kunnen. Alledrie moet je kunnen bespelen. Maar als je de consument dag in dag uit bestookt met wegwerp producten, is dat toch moeilijk met dit verhaal te rijmen.

Wat dan met de producent die de oogst moet doordraaien vanwege de prijzen. Dat dat niet mag, ja dat weten we wel, maar welke prikkels zijn er nu om de producent die in eerste instantie naar zijn winst kijkt daartoe te bewegen? Overwegingen van boeren zijn niet meteen de verliezen, voor hen gaat het om misgelopen inkomen. Voor de producent gaat het in eerste instantie om het verkopen van de producten en het naar de martkt brengen -- infrastructuur van wegen, import en export bepalingen, douane procedures zijn daarvoor belangrijk. En als productie die niet naar de consument gaat naar de bio-vergassers of als veevoer wordt gebrukt, dan is 'waste' ook weer winst, hoewel ook gedreven door perverse prijsprikkels. Andersom kan je je ook soms afvragen of het veevoer niet beter opgegeten had kunnen worden. Veevoerindustrie is ook goed georganiseerd om deze goedkope grondstof veilig te stellen.

Anders dan wel gesuggereerd wordt in het algemeen, is er geen simpel verband tussen voedsel verliezen en verspilling aan de ene kant, en het armoede en honger vraagstuk aan de andere kant. De teler in Kenya gaat met zijn boontjes niet naar de supermarkt in Nairobi als hij het op de internationale markt niet kwijt kan. Honger en armoede gaat over verdelingsvraagstukken en economische ontwikkeling, en niet over verspilling aan onze kant van de keten; wat wij hier niet eten, wordt daar niet verkocht, en leidt misschien wel tot inkomensverlies daar.

Het probleem is nog even groot als het altijd was, en de oplossingen worden te weinig bij elkaar gebracht. Dat heeft te maken met het 'green is good' idee, en met de consument die omgeturnd moet worden. Het 1-2-1 project beoogt te laten zien wat je in samenwerking kan bereiken. Er gebeuren al goede dingen, maar het is te onzichtbaar voor de consument in het algemeen. Laat zien dat Nederland iets kan bereiken in de ketens elders, samen met de boer in dat land. Nederland barst van de technologie om er iets aan te doen. De problemen zijn bekend, er gebeurt wel iets, maar te weinig. Waarom zijn die private-public verbanden niet in staat te laten zien wat Nederland kan, met alle kennis en kunde die er is. Mogelijk dat de risico's voor bedrijven te groot zijn als de horizon is dat iets in twee jaar quite moet kunnen spelen

Supermarkten willen een grotere rol spelen en dan moeten ze ook hun eigen rol gaan bekijken: dat komkommers altijd recht moeten zijn, leidt tot verspilling. Dat gebeurt wel, maar duurt nog lang. Wat een snelle winst zal zijn, is het standaardiseren van de houdbaarheidsdatum. Maar inkoop heeft hier te veel macht. Men weet wle dat je hier veel winst kan krijgen, maar in de praktijk doet niemand het.
Is er een mogelijkheid dat de schakels in de keten het eens worden, en op welke termijn, of heeft de overheid hier een taak, als de marktprikkels het niet doen. Ketenregie dus, en dat bewustzijn komt wel -- de biologische sector is via ketenregie op gang geholpen, bijvoorbeeld.

Afsluiting
Het thema is al meer ontwikkeld dan vijf jaar geleden, maar er liggen nog punten. Bijvoorbeeld de definitie van verspilling en de relatie tussen verspilling en voedselzekerheid en armoede, die te makkelijk als vanzelfsprekend wordt gezien. Een politicus zou hier heel goed zich mee kunnen profileren.
In de politiek vragen de wto-accoorden, en de os-interventies nog verdere uitwerking.
De overheid kan bijdragen door regelgeving, en het wegnemen van perverse prikkels; een overstijgend algemeen belang; en te letten op de onverwachte consequenties van certificering.
Het bedrijfsleven doet veel om de opslag dichter bij de primaire producent te brengen, en dat geheel weer dichter bij de hubs voor transport naar elders. Vraag blijft wel naar de verhouding tussen basic commodities en luxe producten.
De consument gaat het om de grote stedelijke markten.
Voor de wetenschap geldt: er ontbreken veel gegevens en analyses en definities. Technologie is niet het probleem, technologie en samenleving is wel een spanningsveld: is de technologie wel op zijn plaats in een bepaalde situatie, hoe past dat in de situatie.

            
foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen