foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund

© 2014-09-11 | Hans Groen

Op deze sessie bespreken we het Dutch Good Growth Fund: hoe kan het het best gebruikt worden door het MKB hier en elders, met name in het kader van voedselzekerheid. Zie ook de informatie op het web: www.rvo.nl/subsidies-regelingen/dutch-good-growth-fund-dggf .

Op 1 juli wordt het Dutch Good Growth Fund gelanceerd, een revolverend kapitaalsfonds van in totaal €700 miljoen. Het instrument past in het beleid om hulp, handel en investeringen te combineren. Het is daarbij nadrukkelijk de bedoeling om het MKB te stimuleren, zowel hier als daar. Daarvoor zijn twee aparte sporen ontwikkeld. Op het eerste spoor gaat het om de financiering van activiteiten van het Nederlandse midden- en kleinbedrijf dat ontwikkelingsrelevante investeringen wil doen in lage- en middeninkomenslanden. En op het tweede spoor worden activiteiten gefinancierd van het midden- en kleinbedrijf in lage- en middeninkomenslanden; het DGGF steunt daarbij met name bestaande en nieuw op te richten investeringsfondsen die financieringen verstrekken aan lokaal MKB en financiële instellingen.
De inzet van deze Vijverbergsessie is, kort samengevat: DGGF, hoe zorgen we ervoor dat het gaat werken voor het MKB? We nemen het DGGF als feit, gaan verder niet praten over wat er beter of mooier geweest zou kunnen zijn, maar we bespreken hoe dat instrument het best gebruikt kan worden voor en door het MKB, zowel hier als daar. Veel is er al op het spoor gezet, sommige zaken behoeven nog fine-tuning en operationalisering, en dan is het belangrijk dat de partijen uit de vijfhoek er mee aan de slag gaan, eventueel in partnerships. Deze sessie is er dus één van kritische co-constructie met een groep van deskundige meedenkers.

Presentatie Christiaan Rebergen
De eerste reden om het fonds te vormen, is een gebrek aan mogelijkheden voor financiering voor het midden en klein bedrijf, hier en in ontwikkelingslande, die in die landen willen investeren. De financiering voor grote bedrijven is goed te regelen en er is microkrediet voor de allerarmsten, maar daartussen in zijn er weinig mogelijkheden voor het mkb. Er zijn honderden miljoenen mensen die geen toegang tot financiering hebben, en daar wil dit fonds wat aan doen. De kracht van het fonds is de combinatie van hulp en handel: ondernemers in Nederland en in ontwikkelingslanden hebben toegang tot het fonds. De elementen van handelsbevordering en investering in ontwikkelingslanden zitten in het fonds.
De politieke achtergrond is, dat partijen in de linkerkant van het spectrum meer affiniteit hebben met de toegang tot financiering van bedrijven in ontwikkelingslanden, en dat de rechterkant meer affiniteit heeft met de toegang voor Nederlandse ondernmers. Een deel van het sentiment rond het fonds is overigens dat het samenhangt met een bezuiniging op OS van 1 miljard; men ervaart het als een doekje voor het bloeden.
Het DGGF is een revolverend fonds, wat eruit gaat, moet tenminste weer terugkomen. Dat gebeurt wel vaker in OS en handelsbevordering. Het is een efficientere manier om je geld te besteden dan het weg te schenken. Microkrediet heeft laten zien dat dit kan werken. Het is dus geen subsidie, zoals die onder het PSI-programma bestond. Er is wel een pot voor voorzieningen die gekoppeld kan worden aan de lening, voor bijvoorbeeld training, opstellen van bedrijfsplannen, etc..Het fonds is additioneel op de markt, anders zou je er ook geen publiek geld in stoppen. Het DGGF is er voor investeringen met hogere risico’s. Het totaal bedrag in het fonds is €700milj.
Het fonds is niet specifiek gericht op de agrarische sector, wel sluit het goed aan bij de activiteiten topsectoren die zich op voedselzekerheid richten. Nederland heeft in die sector natuurlijk veel te bieden aan bedrijven en onderzoek.
Financiering is belangrijk, maar om te groeien en te ontwikkelen heeft een bedrijf meer nodig. Kennis, infrastructuur, regelgeving, etc. is belangrijk voorhet bedrijfsklimaat in een land. Wat de overheid op dat vlak doet, heet ‘private sector ontwikkeling’. Die is zojuist geevalueerd door het IOB. Het IOB zegt dat kennis, regelgeving, etc. wel interessant is voor het bedrijfsklimaat, maar dat het erg verbrokkeld door het beleid is verspreid. Zij stellen voor om één loket te maken waar al die regelingen centraal zijn aan te vragen om zo efficiënter te werken. Kanttekening is hierbij dat het bedrijfsleven zelf wel kansen aangrijpt en dat je daar als overheid weer niet te veel tussen moet zitten.
Het DGGF bevat drie sporen:
1. Financiering van Nederlandse bedrijven die willen investeren elders, in 66 geselecteerde landen. De RVO, opvolger van Agentschap.nl, voert dit uit.
2. Tweede spoor is het lokale MKB elders. Dit spoor verloopt via een fondsbeheerder waarna het fund-to-fund werkt: een fonds dat gekoppeld is aan een fonds ter plekke. We gaan niet zelf naar de landen toe.
3. Derde spoor is de export: directe financiering van export, en kredietverzekering voor export.
Het DGGF start op 1 juli. Het moet toegangelijk zijn voor bedrijven hier en bedrijven daar. Hoofdvoorwaarde is ontwikkelingsrelevantie:
1. Werkgelegenheid in lage- en middeninkomenslanden
2. Productiekracht lokale bedrijfsleven
3. Duurzame overdracht van kennis, vaardigheden, technieken
Er is behoefte, dus het belooft wel een succes te worden en we verwachten aan de vraag die er is te kunnen voldoen.

Presentatie Rabobank Inclusive Business Fund, Marianne van Duin
Met Cordaid hebben we het Rural Fund opgericht voor korte termijn investeringen. Het IBF is een initiatief van ICCO, Rabobank Foundation, en BOP, Base Of the Pyramid, de vier miljard mensen die op €2,- of minder per dag leven en waar boren een groot deel van uitmaken.
Het IBF zit in het tweede spoor van het DGGF. Het fonds draait om drie thema’s:
1. Private sector ontwikkeling, maar met sturing: het fonds doet aan directe financiering, dus niet via lokale fondsen of tussenpersonen, zodat duidelijk is wat er met het geld gebeurt.
2. Effecten voor de uiteindelijke doelgroep: in termen van armoede bestrijding, te meten via inkomensverbetering; duurzame economische ontwikkeling door toename van structurele banen; milieu en participatie van vrouwen; niet alleen genoeg voedsel, maar ook van voldoende kwaliteit, met name gericht op zwangere vrouwen, babies en peuters.
3. Additionaliteit: benaderen van díe partijen die op dit moment slecht toegang hebben tot financiering. Het MKB in de agrisector heeft weinig mogelijkheden voor financiering, het wordt nog steeds als een risicovolle sector gezien. Het fonds is niet beperkt tot de agro sector, het opereert ook in water, sanitatie en energie. We zoeken niet alleen naar arme landen, maar ook naar moeilijke landen waar regelgeving en economisch beleid het zaken doen bemoeilijkt – bijvoorbeeld Ethiopië waar er een sterke sturing van de economie is door de overheid en waar het moelijk is geld het land uit te krijgen.
Wat komt erbij kijken: bijvoorbeeld een agro-bedrijf dat wil investeren in Ethiopie. De FMO vind dat land te risicovol en de investering is ook te klein (1 miljoen) voor hen. Er is een partner in Ethiopië, en om het geld het land uit te kunnen krijgen, moet er een constructie komen met een derde partij. IBF kijkt dan verder naar een aantal zaken rond zo’n investering: de betrokkenheid van small holders, kennisoverdracht naar de lokale mensen, en dat er voor de lokale markt geproduceerd wordt en niet alles naar Europa wordt verscheept. Arbeidsvoorwaarden zijn ook belangrijk (pensioenen, ziektegeld, maaltijden onder het werk, etc.).
We willen impact hebben, en we willen rendement hebben. Daar zit wel een spanning in: het risico is hoog, en ten opzichte van dat hoge risico is je rendement altijd (te) laag. Wat je moet voorkomen is ‘default’: als één partij niet kan voldoen, heb je te weinig rendement uit andere investeringen om dat goed te maken, en daarmee is het een behoorlijke uitdaging om je fonds op pijl te houden.

Gesprek
Is het mogelijk zoveel wat betreft omstandigheden en regelgeving zoveel verschillende (66) landen te bedienen en hoe stem je dat af met andere ngo’s?
Met het IOB rapport in je achterhoofd moet je concentreren en de instrumenten die je hebt gezamenlijk inzetten. Maar je wilt ook investeren in markten waar ondernemers kansen zien. Dat loopt niet altijd parallel. In ieder geval ziet het kabinet ook de meerwaarde van de kennis ter plekke. Er worden geen ambassades gesloten (bezuinigd wordt nu in Europa), er worden zelfs sluitngen teruggedraaid. De ambassades spelen een grote rol als bron van lokale kennis. Die 66 landen zijn ook landen waar we al jaren aanwezig zijn.
Matchmaking on the ground is belangrijk: de mensen die ter plekke kijken wat mogelijk is, wat moet gebeuren, en met wie. Maar als je geen mensen meer financiert maar alleen projecten, ontstaat daar wel een leemte.
De IOB-aanbeveling om meer te verbinden, waarmee ook transactiekosten naar beneden kunnen, is hier belangrijk. Je moet iemand hebben die het lokale netwerk kent.

Anders dan bij het PSI-programma is het bij het DGGF niet verplicht dat de Nederlandse ondernemer een partner zoekt voor een joint venture. Enerzijds is het de vraag hoe innoverend je dan kan zijn. Binnen de kleinere investeringen die bij het DGGF kunnen aankloppen, is er weinig ruimte om uitgebreid onderzoek te laten doen naar lokale netwerken en kennis. Als je nieuwe activiteiten wilt beginnen en nog geen band met een lokale partner hebt, kan dat een probleem zijn.
Anderzijds is er het gevaar van martkverstoring, het met het DGGF goedkoper kunnen opzetten van een bedrijf. Er zijn wel criteria in het DGGF die dat tegengaan. Er wordt gekeken of er lokaal financiering kan worden geregeld. En er wordt gekeken naar de effecten op de lokale markt en arbeidsmarkt; gestreefd wordt naar betere efficientie van de lokale ondernemers. De financiering is natuurlijk geen subsidie die altijd marktverstorend werkt, maar omdat het kan gaan om een gunstiger financiering, bestaat de kans dat er altijd wel iets verstoord wordt.

De doelstelling is het MKB hierbij te betrekken. Bij PSI ging het in het laatste jaar om goedgekeurde projecten van 70 bedrijven voor totaal 70milj/jaar. DGGF lijkt minder aantrekkelijk dan PSI. Als het er maar tien zijn, wordt het bijgestuurd?
Bij DGGF is een flexibeler programma met minder voorwaarden dan het PSI; we willen iedereen bedienen als we denken dat het bedrijf de lening terug kan betalen. Er zijn verschillende ervaringen met de respons van de markt in het veld en de ervaring van de FMO is heel anders dan die bij het PSI. Het DGGF is een lening, het is niet dat er alleen terugbetaald hoeft te worden als het project succesvol is. In de allerlaatste PSI waren er ruim 220 aanvragen, dus belangstelling is er wel. Verwacht wordt dat er per jaar ongeveer om 200 miljoen per jaar wordt geïnvesteerd als het fonds volledig draait.
De drie sporen zijn in principe afzonderlijk revolverend. Toch is er een risico dat het fonds leegloopt door wanbetalingen. Het gaat om investeringen met hoge risico’s. Het element van consessionaliteit in sommige gevallen, zoals langere looptijden, kan hier ook aan bijdragen, maar de markt zal zoveel mogelijk leidend zijn. Uiteindelijk moet de fondsbeheerder het risico kunnen opvangen. Echter de fondsbeheerder krijgt een renteloze lezing van BZ. Deze risico’s worden daarmee enigszins verlaagd.
Hoe het precies gaat uitpakken weten we nog niet. Misschien moeten we op termijn toch schenkingen introduceren, met name voor fragiele staten, ondanks dat subsidie perverse effecten heeft. Maar is niet het uitgangspunt. Idee is dat het DGGF door de inzet op maatwerk zo is vormgegeven dat het doeltreffender is dan een subsidie.

Aanvragen voor investeringen in meerdere landen, of een succesvol project in het ene land ook elders te gaan uitvoeren, maken gewoon een kans. Aanvragen waarbij ook ngo-fondsen betrokken zijn, zoals bijvoorbeeld het Bill Gates fonds, maken kans, zolang het om zakelijke projecten gaat en niet om schenkingen. Voor banken is het overigens wel weer een pré als zo’n ngo ook een project ondersteunt. In het algemeen: het DGGF moet iets bijdragen aan de Nederlandse ondernemer, de investering moet rendabel kunnen zijn. Hoe precies andere partnerschappen, zoals bijvoorbeeld via ngo’s of FDOP, binnen dat kader kunnen werken, is nog niet helemaal uitgekristalliseerd.

Waarom niet het bank-model gevolgd. Kijk je naar commerciële banken, dan geldt een ration van 5% zodat je met bedrag X 20X aan financiering kunt wegzetten. In de sector van het DGGF is die factor natuurlijk veel kleiner, maar het gaat om bankiers-activiteiten. Commercieel levert 700miljoen bij een bank 14 miljard aan financieringsruimte op. Als de ratio voor de investeringen van het DGGF 20% zou zijn, heb je nog een vervijfvoudiging van je fonds. Kijk ook naar de effecten die de gemeentegarantie had op de betaalbaarheid van hypotheken
Omdat voor het DGGF wordt samengewerkt met partijen die hier meer kennis hebben, is de verwachting dat er wel een leverage effect zal zijn. Het zal zich niet altijd verhouden tot de feitelijke risico’s van wanbetaling. De fondsen zullen overigens veelal via banken verstrekt worden en zo ook bijdragen aan een effectievere inzet van middelen.

Is het revolverende een doel of een middel. Bij ICCO kijken we samen met de Rabobankfoundation naar het grijze gebied van bedrijfsontwikkeling. Wanbetaling is hier verre van uitzondering, dus revolverend zijn is hier geen doel, maar een middel. Hoe is dat bij het DGGF. En verder, in hoeverre verwachten we dat het DGGF een systeemverandering teweeg kan brengen? Het gaat om ontwikkelingsrelevantie: werkgelegenheid en kennisoverdracht, en er zijn redenen waarom er in de investeringslanden weinig werkgelegenheid is, weinig kennis, etc.
Bij het DGGF is revolverendheid zowel doel als middel. De prikkel van terugbetalen is goed, en het is goed dat het geld ook weer terugkomt. Dat kan misbruikt worden, maar misschien is dat feitelijk niet zo’n wijdverspreid probleem.

Hoe vloeit het geld van de investering weer terug naar Nederland – in sommige landen is dat immers een probleem vanwege bankregels en valuta schommelingen.
In het eerste spoor 1 loopt dat via de Nederlandse onderneming die het geld krijgt om elders zijn investering te doen. In het tweede spoor 2 wordt de lening verstrekt via financierders ter plekke, dus niet direct aan die joint venture ter plekke. Het kan een lening zijn voor een een ondernemer of een garantie in lokale valuta; die lokale onderneming ziet weinig direct van het DGGF. Die lokale financiering betaalt dan weer terug. Het valuta risico ligt bij de lokale partij.
Kanttekening is de autonomie van de lokale bank onder een zentrale bank: het echte MKB wordt door de banken daar niet bediend, want die lokale banken zetten liever 10 grote leningen uit dan 100 kleine (hoewel, geldt ook in Nederland). Hoe bereik je dan dat die lokale bank door jouw fonds een lening gaat verstrekken, moet die dan geen dispensatie gaan aanvragen om ruimere criteria toe te passen dan van de nationale bank mag.

Klimaat is een mondiaal probleem. Een voorbeeld van een investering: sperciebonen telen in Afrika, die dan in de winter worden ingevlogen. Wordt die CO2 meegewonen in de kosten van het fonds? Misschien zou af en toe een bijdrage uit het fonds aan de samenwerkende hulporganisaties voor rampen als in de Filipijnen op z’n plaats zijn.
Het DGGF lost het klimaatprobleem niet op. maar die boontjes zullen hier ook eerder afvallen vanwege de klimaat-problemen, zoals ook bij PSI zo’n investering waarschijnljk te wienig punten haalt. Verderop in de keten wordt ook op dit soort zaken gelet, supermarkten stellen hogere eisen wat dat betreft.

foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen