foodFIRST for Thought

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten

© 2014-09-11 | Hans Groen

De Vijverbergsessie op 5 maart 2014 gaat in op de rol en bruikbaarheid van het concept van de watervoetafdruk bij verantwoord waterbeheer in de agri-foodsector. De focus ligt daarbij specifiek op water dat in het buitenland gebruikt en vervuild wordt ten behoeve van producten voor de Westerse markt, zoals katoen, koffie en oliegewassen. De ontwikkelaar van het invloedrijke concept, Prof dr. Arjen Hoekstra (Universiteit Twente) en dr. Ir. Gerardo Halsema (WUR) laten hun licht schijnen op het ontstaan, het doel en de bruikbaarheid van de watervoetafdruk voor de agri-foodsector.

Als gevolg van de wereldwijd groeiende vraag naar water en de toenemende druk op de beschikbaarheid van water in veel gebieden, spannen bedrijfsleven, overheid en wetenschap zich actief in om het waterverbruik van agrarische producten zoveel mogelijk te verlagen. De watervoetafdruk (het zichtbare en onzichtbare watergebruik van producten, uitgedrukt in liters) is een concept dat in de discussies over verantwoord waterbeheer steeds meer aandacht krijgt.
Arjen Hoekstra (UTwente) ontwikkelde het concept van de ‘watervoetafdruk’. Op de Vijverbergsessie lichtte hij dit concept toe. Gerardo Halsema (WUR) richtte zich nader op de bruikbaarheid van het concept en Jochem Verberne (WWF) liet zien hoe bedrijven zich rekenschap geven van de watervoetafdruk van hun activiteiten. Raimond Hafkenscheid (BuZa) vatte enkele lijnen samen ter afsluiting.

Het concept
Mensen hebben geen idee wat hun watergebruik of waterrekening is. Waar mensen het eerst aan denken is het watergebruik thuis, en velen kunnen daar al geen indicatie van geven. Water verdwijnt niet en watergebruik is als zodanig niet verkeerd. Het thuisgebruik heeft echter weinig te maken me1t de totale watervoetafdruk van de mensheid.
De watervoetafdruk geeft het netto-gebruik van een proces aan: hoeveel water is voor een product gebruikt en verdampt waardoor dat water niet meer voor andere doeleinden beschikbaar is.
Ongeveer 4% van de watervoetafdruk van de consument is zijn thuisgebruik, de rest zit in de producten die hij in huis heeft: kleding, voedsel, papier, bijna alle andere producten die we dagelijks gebruiken. Het waterprobleem oplossen door thuis iets te doen, lost niet de grotere problemen van waterschaarste op. (Daarmee moet je nog wel een waterbesparende douchekop nemen, bijvoorbeeld, omdat ook het huishoudelijk water uit schaarse middelen wordt gewonnen.)
96% van onze persoonlijke watervoetafdruk heeft te maken met de producten die we kopen, en die producten komen meestal niet uit Nederland. Voor de gemiddelde consument in de wereld ligt 20% van de watervoetafdruk buiten het eigen land, voor Euopa ligt 40% van de watervoetafdruk buiten Europa en voor Nederland is dat 95%. Koopgedrag en consumptie in Nederland levert waterproblemen elders op: bijvoorbeeld in Spanje waar voor de aardbeientelers bij Barcelona te weinig water aanwezig is; in Turkije dat de Eufraat en de Tigris afgedamd heeft voor irrigatie ten behoeve van de katoenteelt en er in Syrië en Irak waterschaarste ontstaat.



[afbeelding: watervoetafdruk van de Nederlandse consument door import van producten (aardbeien, tomaten, sojabonen, etc.)]

De watervoetafdruk kan onderscheiden worden in:
(1) de groene waterafdruk—hoeveel regenwater wordt gebruikt voor een bepaald product, en is daardoor niet beschikbaar voor andere producten;
(2) De blauwe voetafdruk – hoeveel grond- en oppervlakte water wordt onttrokken dat via verdamping ook niet meer hergebruikt kan worden;
(3)De grijze waterafdruk – hoeveel water wordt vervuild, en hoe erg wordt het vervuild (rivieren kunnen niet oneindig vervuild water opnemen en assimileren).

Mensen raken onder de indruk van de onverwacht grote getallen: 15.000l voor een kilo biefstuk, 2700l voor een t-shirt. Die getallen hebben een rol in de bewustwording, ze moeten oproepen om vragen te stellen. Mensen moeten nog gaan begrijpen dat water nooit verloren gaat, maar niet op afroep beschikbaar is. In een jaar regent het zoveel, en niet meer; de rivier bevat zoveel water, en niet meer. Het is dus van belang te weten wáár en wannéér water gebruikt wordt. Waterschaarste is de hoeveelheid water per jaar of per maand die beschikbaar is via de toestroom in een gebied. Watervoetafdruk meet het netto gebruik, het water dus dat je voor een product hebt gebruikt of vervuild of dat verdampt is, en dat niet meer beschikbaar is voor andere doeleinden. Die hoeveelheid komt wel als regen terug, maar niet op die plek – door irrigatie verdampt meer water, maar het gaat dan niet op dezelfde plek regenen, maar elders en op een ander moment.
Wat belangrijker is, is hoe dat getal tot stand komt. Dat is belangrijk om te weten hoe de watervoetafdruk van bijvoorbeeld de vleesproductie te verminderen: wáár in de keten kan je een besparing bereiken. Iedere schakel, de veevoeder-productie, het vee zelf, de slacht- en verwerkingsindustrie, de consument, heeft een eigen watervoetafdruk, een directe en een indirecte. De watervoetafdruk voor de consument is de eígen voetafdruk plus de som van de keten daarvoor. Je hebt in eerste instantie met je eigen, directe voetafdruk, te maken, maar als je je totale watervoetafdruk wilt verkleinen, moet je ook naar die indirecte voetafdruk kijken, terug in de keten kijken.
De hoge score van rundvlees zit vooral in de hoeveelheid water die nodig is om veevoeder te maken. 60% van het verbouwde graan wordt niet geconsumeerd; 50% van het in de landbouw geproduceerde voedsel wordt voor dierenvoeding gebruikt.Bedrijven kunnen verantwoordelijkheid nemen voor de indirecte voetafdruk en bijvoorbeeld boeren onder druk zetten om duurzamer te produceren, door betere irrigatie en minder kunstmest.Voor bijvoorbeeld lammetjes uit de uiterwaarden bijvoorbeeld is die watervoetafdruk veel kleiner.
Ons dieet haalt de meeste calorieën uit plantaardige voeding, maar de watervoetafdruk van de krap 1/3 die uit dierlijk voedsel komt, is bijna twee keer zo groot als het plantaardige aandeel. Een vegetarisch dieet reduceert onze waterafdruk met 1/3, zonder extra maatregelen.



[Afbeelding: De variatie is heel groot: binnen elk product kan je duurzamer en onduurzamer gaan. Dierlijke producten zijn gemiddeld water intensief, plantaardige minder.]

Beleid gaat langs elkaar heen
Er bestaat geen totaal plan op de wereld ten aanzien van het watergebruik voor de voedselproductie. Er zijn mensen die zich met water bezig houden en er zijn mensen die zich met de landbouw bezig houden, en die twee communiceren niet, of onvoldoende met elkaar. Dat geldt voor de overheid en ook voor de wetenschap: studenten watertechniek en beheer horen in hun opleiding niets over landbouw.
Hetzelfde geldt voor water en energie, die werken ook langs elkaar heen. De energiesector wil van fossiele brandstoffen af en verzint daarvoor oplossingen die het waterprobleem enorm gaan vergroten. Ook energie uit biomassa en schaliegas zijn beide waterintensieve bronnen en houden geen rekening met de water sector. Rijden op biobrandstof heeft ook gevolgen voor waterschaarste: per gewas is er een groot verschil in water efficiëntie. Koolzaad, in Duitsland gebruikt voor biodiesel, is een heel onhandig gewas wat betreft watergebruik, suikerbieten zijn veel efficiënter.
Een simpele berekening laat zien dat je de brandstof voor onze transportsector nooit uit biobrandstof kan halen, er is te weinig landbouwgrond en water beschikbaar om dat te bereiken. Toch zet het beleid erop in.
En omgekeerd, de waterschaarste neemt toe, maar de oplossingen zijn energie-intensief: ontzilting, water van dieper oppompen. Coherent energie- en waterbeleid moet er komen.



[Watervoetafdruk afgezet tegen de beschikbaarheid – vanaf de kleur geel is het niet duurzaam, meer gebruik dan duurzaam beschikbaar is.]

Bewustwording bij de industrie
Bedrijven hebben steeds meer interesse in de watervoetafdruk. Coca Cola werd in India beschuldigd van het vervuilen en verspillen van water – of dat waar was is een tweede, het imago wordt al geschaad door de publiciteit zelf. Ze wilden dus weten wat hun watergebruik was. De watervoetafdruk is voor een groot deel afkomstig van de suiker, en de geheime formule. Zij zijn de grootste afnemers van suiker in de wereld, en veel suiker wordt onduurzaam geproduceerd, waardoor veel problemen ontstaan. Het bedrijf wil niet geassocieerd worden met de problemen die door de voor hen geproduceerde grondstoffen ontstaan, en gaat daarom de productie van grondstoffen aanpakken.
De drankenindustrie als geheel is hier veel mee bezig. Nestlé kijkt ook naar de voetafdruk van de flesjes water die zij produceren, hoe gek dat misschien lijkt. Er is veel kritiek op flessenwater, maar een flesje water is nog altijd beter dan een flesje Coca Cola, of een biertje, als het gaat om milieu-effecten. Het probleem van flessen water is vooral de energie die voor het maken van plastic nodig is en voor het vervoer, maar dat geldt voor alle frisdranken.
De problemen worden vooral geassocieerd met de water en dranken industrie, maar andere producten hebben een veel grotere rol als het gaat om duurzaam met water werken: de voedingsindustrie (Unilever), textielindustire (C&A), staalindustrie ( Tata), etc.

Wat kunnen we doen? Consumenten moeten naar de supermarkten kijken en de indirecte watervoetafdruk van hun consumptie, thuis is er relatief niet veel te winnen. Bedrijven moeten een gemeenschappelijke taal spreken en kritisch naar de toeleveringsketen kijken. Voor de overheid geldt: kijk naar de coherentie van waterbeleid, landbouwbeleid en energiebeleid. Waterzuiveren en hergebruiken levert een voetafdruk van nul op. In de landbouw ligt dat anders, daar vindt ook verdamping plaats, dat is niet te voorkomen als je biomassa wilt kweken.



[Duurzame watergebruik: rode lijn is de grens van duurzaam, Europa ligt er tussen in.]

Landbouw: verdamping en biomassa
In de landbouw gaat het om het kweken van biomassa en fysiologisch is de watervoetafdruk gelijk voor gelijke biomassa. Als je kijkt naar de watereffectiviteit van voedsel, de hoeveelheid biomassa per kilogram water verdampt water, kan je wat kanttekeningen zetten bij de idee van de watervoetafdruk. Welk beleid moet je uitvoeren op basis van een hoge of lage watervoedafdruk?

Water is ongelijk verdeeld en de handel in landbouwproducten compliceert dit nog eens.
Gebieden waar veel geïrrigeerd wordt, waar de blauwe voetafdruk het grootst is, worden gezien als problematisch, niet duurzaam. Dat lijkt dan te impliceren dat duurzaamheidskansen elders liggen, waar een relatief overschot aan water is. Je kan je echter afvragen of dat een goede strategie is. Verduurzaming zou betekenen dat je kiest voor een gelijk product uit een land waar geen waterschaarste heerst, waar de watervoetafdruk relatief minder zwaar telt. Daarin zit echter een probleem.

Kijken we eens naar Pakistan, een land dat grote waterschaarste kent (120m3 per dag? aan water voor nu 156 miljoen mensen) en afhankelijk is van irrigatie en waar veel katoen verbouwd wordt. Katoen is bijna altijd onduurzaam, het groeit in gebieden waar irrigatie nodig is. Dan moet de katoen ook nog gekleurd worden, waarvoor water gebruikt wordt. Dramatisch is dat te zien aan het Aral-meer omdat het water voor dat meer afgetapt wordt voor de katoenteelt—het meer is in krap twee decennia bijna helemaal verdwenen.
Water is Pakistaans schaarse middel en om dat economisch optimaal te gebruiken, kunnen ze beter katoen verbouwen, want dat levert veel toeevoegde waarde op, en graan importeren. Zo maximaliseen ze de toegevoegde waarde per m3 water.
Het concept van watervoetafdruk lijkt echter het tegenovergestelde te suggereren: vanwege de schaarste van water zouden bedrijven elders hun katoen moeten halen. Maar hoe moeten de Pakistani dan hun levensonderhoud verdienen?
Bedrijven als Coca Cola en C&A kunnen dus best in Pakistan investeren, zolang ze bijdragen aan de toegevoegde waarde ($/m3) voor de bevolking. Het probleem is niet dat bedrijven, zoals ook in Afrika, lokaal land kopen en water gebruiken, maar dat de economische waarde vaak niet terugvloeit naar de lokale bevolking.
Het beleid in landen met waterschaarste waar irrigatie plaatsvindt, moet dus gericht zijn op de maximalisatie van de economische waarde. Er zijn bijvoorbeeld keurmerken, Fair Trade en Fair Tax, die aangeven dat de economische waarde maximaal ten goede komt aan de lokale bevolking.
De kwantificering van de hoeveelheid water per kilo product is zowel indicatief als maatgevend: wat vergt veel of weinig water, waar liggen kansen voor duurzaamheid of gevaar voor overexploitatie, welke rol kunnen die waarden spelen voor certificering ten behoeve van consumenten en bedrijven.

Verdamping
Wat bedrijven kunnen doen is het eigen afvalwater zuiveren, met als doel een voetafdruk van nul. Maar hoe de landbouw gerelateerde voetafdruk te verkleinen, waar hoe dan ook verdamping plaats vindt via de plant? De plant zet water, H20, en kooldioxide, C02, om in biomassa, koolhydraten, waarbij 02 wordt teruggegeven en niet gebruikt water verdampt. Besparingen moeten fysiologisch haalbaar zijn – de plant moet het aan kunnen – en daarvoor is de methodiek van de watervoetafdruk niet nauwkeurig en normerend genoeg.
De verdamping van water en de toename van biomassa is aan elkaar gekoppeld. In een koel land is er weinig verdamping, en ook de toename in biomassa is kleiner. In Spanje is een plant 2 tot 3 weken eerder oogstbaar dan in Nederland. Dat heeft ook te maken met de beschikbaarheid van water. Als er minder water is, gaan de huidmondjes dicht en is er minder verdamping, maar ook minder biomassa. De plant kan dan eerder volgroeien, maar levert ook minder biomassa. Verdamping en biomassa zijn aan elkaar gerelateerd, lineair.






Er is ook een afwijkend beeld: een heel hoge verdamping voor een lage productie, terwijl die relatie eigenlijk niet omgekeerd kan zijn. Het vermoeden is dat er een overschatting is van de verdamping voor laag producerende gewassen. Met de beschikbare mondiale data kan je geen recht doen aan hoe een individuele plant reageert op klimaat, water en omgeving. En dat raakt dan wel de fundamenten van het concept van de watervoetafdruk.
Een kanttekening in dit verband is in hoeverre de watervoetadruk een methode is waarmee je publiek kan investeren in waterinfrastuctuur – bijvoorbeeld in Afrika waar met de droogte juist die anomalie tussen verdamping en opbrengst speelt – en of de focus op de voetafdruk niet ten koste gaat van de waterontwikkelingsagenda? Die situatie is reëel in Noord India: in de droge Punjab wordt door irrigatie overgeproduceerd, ten koste van Bihar, een armoediger deelstaat en met veel minder efficiente landbouw maar door regens van nature veel natter. In de gebieden die waterrijk zijn, kan je beter investeren—daar is de potentie veel groter. Irrigatie is daar ook belangrijk: als je afhankelijk bent van regenval, en niet zeker weet wanneer die valt, heb je een enorm productie risico. Boeren zijn dan voorzichtig met investeren en irrigatie biedt zekerheid.

Deze beperkingen zijn op mondiale schaal niet te overkomen. Het leidt tot een grove overschatting van de voetafdruk, voor met name lage productie. Voor een toepassing als certificering van producten en bedrijven certificering, en als normstelling van mondiale water duurzaamheid, zitten hier nog wat haken en ogen aan het concept van de watervoetafdruk.

Gebruik door de industrie
WWF werkt vanuit een wetenschappelijke basis met bedrijven aan duurzaamheid, lokaal en internationaal, sinds ruim 3 decennia ook in het kader van waterschaarste. Toen begon het in Spanje, rond de aardbeien teelt. 10 jaar geleden ontstond de bredere interesse van het bedrijfsleven met het besef dat bedrijfsactiviteiten nauw gerelateerd zijn met de waterproblematiek. Het concept van de watervoetafdruk van Arjen Hoekstra cs leverde een meetbare indicator op voor het watergebruik. Maar wat doe je dan als je die voetafdruk gemeten hebt? Je kan op rapporten wachten, maar je kan ook zelf aan de slag met de meetinstrumenten. Wat betekent de uitkomst? Een hoog getal is niet hetzelfde als een hoge impact of hoog risico, dat hangt van de locale context af.

Certificering van agricommodities is een andere nieuwe ontwikkeling. WWF ziet wat betreft de waterproblematiek problemen met de huidige certificering. Een hogere water efficientie leidt niet per se tot meer duurzame ecosystmen. Met het extra beschikbare water door ‘more crop for the drop’ wordt ook meer geproduceerd, wat goed is voor de voedselproductie voor de groeiende wereldbevolking, maar niet noodzakelijk tot een meer duurzame productie leidt. Ten tweede is in de bestaande certificering (het WWF doet een studie naar 25 van de belangrijkste agrarische certificeringen) de waterproblematiek te weinig verwerkt. De enige standaard die dat wel heeft, is de Lions-Stewardship standaard.
De discussies over certificering en voetafdruk is wel opgeschoven. Tegenwoordig gaat het vooral om risico’s voor bedrijven: hoe weet ik dat ik voldoende water heb voor mijn bedrijfsactiviteiten, ook als ik groei. De toekomstige discussie verschuift naar de waardein geld van de risico’s die je loopt.
Water is een ‘common good’ en een ‘shared risk’. De overheid zorgt voor gezondheid en toegang tot water; NGO’s kijken naar het ecosysteem; bedrijven hebben water nodig, en zijn gevoelig voor risico’s rond certificering en reputatie.

Bedrijven zijn uiterst geïnteresseerd in het water-probleem omdat zij direct gevolgen ondervinden van waterproblematiek op hun bedrijfsvoering. In Texas bijvoorbeeld is door langdurige droogte water geallokeerd aan de landbouw waardoor een negental nieuwe energiecentrales niet zijn gebouwd. Door de droogte ging ook de graanprijs 43% omhoog.
Een enquete door het World Econommic Forum laat zien dat water nu, anders dan een jaar of vijf geleden, boven aan het lijstje van de CEO’s staat, het is niet meer een thema voor slechts de afdeling MVO. Reputatieschade is daarbij een belangrijke prikkel: Greenpeace en Oxfam pakken bedrijven aan op het gebied van bijvooorbeeld omgang met water. Veel van de andere thema’s op de lijst van het WEF hebben ook te maken met water.
Een derde reden is dat de financiële sector de waterproblematiek heel serieus neemt; die zien dat hier een bedrijfsrisico ontstaat.

Risico’s in kaart brengen
WWF heeft die risico’s in kaart gebracht om ook bedrijven te helpen inzichtellijk te maken hoe zij blootstaan aan risico’s rond water, en wat zij daar aan kunnen doen. Op één as staan de bedrijfsgerelateerde risico’s, bijvoorbeeld hoeveel water een brouwerij nodig heeft, de regelgeving voor je bedrijf, de vervuiling door je bedrijfsproces. Alles dus wat je als bedrijf zelf in de gaten kunt houden, ook je toeleveringsketen. Op de andere as staan de locatie-gerelateerde risico’s die je niet goed kunt beheersen: de waterschaartse ter plekke, de mate van vervuiling, de effecten van klimaatverandering (droogte of overstroming) ter plekke, de algemene regelgeving die er is.



Op de ene as kan je risico en impact beperken door wat jij als bedrijf doet, de andere as kan je niet zelf oplossen, daar heb je de andere mensen in de omgeving nodig. Een ‘clean fish in a dirty pond’ verlaagt niet het risico voor jou als bedrijf, want je omgeving verbetert dan niet. Certificering, die jou als bedrijf aangaat, is goed, maar blijvende verbeteringen doe je samen met je omgeving en door (overheids) beleid. Met die twee assen is duidelijk waar je zelf aan de slag kan en moet, en waar je alleen via samenwerking verbeteringen kunt bereiken.



[Waterstewardship Approach]

[Noot: Een en ander is verwerkt in het water-risico-filter, een online tool waarmee elke organisatie kan zien waar water-risico’s zijn—op het plaatje van een internationaal bedrijf dat o.a. in India katoen verbouwt. De database bevat meer ruim dertig industrieën en meer dan honderdveertig voorbeelden van mogelijke actie, etc. Maar net zo als met de watervoetafdruk, geeft deze tool alleen een indicatie, het echte werk begint daarna op het lokale niveau.]

Discussie
De invloed van buiten de agrarische wereld, ook van buiten het eigen land, is relatief nieuw. WWF en IUCN doen wat dit betreft veel werk. Die organisaties brengen verschillende partijen bij elkaar, waaronder lokale partijen zoals ngo’s. Wat betreft landbouw is er al meer ervaring met de invloed van buiten door certificering en interationale handel. Wat betreft waterbeheer is dit nieuwer, maar het inzicht groeit dat er meer integratie nodig is. Langzaamaan ontwikkelt zich een handelingsperspectief op die manier

Watergebruik en gecreëerde waarde zijn belangrijk om via de supermarkten de consumenten te beïnvloeden tot duurzamer keuzen. De ratio van waarde ($) per m3 gebruikt waarde is gedacht vanuit het perspectief van de boer: als die boer genoeg heeft om te leven, zal hij verder geen druk op het watersysteem leggen. Als je het omdraait, dus watergerbuik per $ gecreëerde meerwaarde, neem je het perspectief van de ketens, zoals bijv. Fairtrade labels, en de productiemethodes om meer waarde per product te halen. De uitdaging is het om de markt voor gecertificeerde producten te vergroten.
Maar het is erg lastig die consument te bereiken als het gaat om het watergebruik. De lokale aspecten van water zijn heel complex. De verhouding $ en m3 (en omgekeerd) is erg lokaal bepaald. En nog een label voor de consement ontwerpen werkt niet. Elke partner, CocaCola, Ikea, H&M wil wel naar de consumenten, maar er is nog geen manier gevonden om dat goed en duidelijk te doen. Er is ook geen marktvraag wat betreft de indicatie van het watergebruik per gecreëerde waarde.

De overheid kan veel doen, weliswaar per land verschillend. Voor Nederland gaat het er voor bedrijven om hoe duurzaam het bedrijfsleven is wat betreft de toeleveranciers en het uitbesteedde werk. De overheid kan helpen dat bedrijven wat dat betreft actie ondernemen, bijvoorbeeld via financiële middelen waardoor overheden elders de juiste regelgeving kunnen ontwikkelen en dat er lokaal studies gedaan kunnen worden (bijv. in Bangladesh), etc.
Maar, als er iets niet internationaal bekeken wordt, is het water; klimaat is wel een internationaal agendapunt. Water moet ook op die internationale agenda komen. Water is een public good, en ongelijk verdeeld. Bijvoorbeeld in de WTO: liberalisering van landbouw zonder naar waterbeheer te kijken, is geen goede weg. En net zoals de koolstof voetafdruk intenationaal gebruikt wordt, moet dat ook met de water-voetafdruk. Zonder internationale afspraken kom je er niet.

Het beprijzen van watergebruik in producten lijkt een mogelijke strategie. Het effect dat je bij de CO2-uitstoot ziet is dat als je maar betaalt, je zoveel mag gebruiken als je wilt: de rijkste kan zich vrijwaren. Voor boeren werkt dit anders. In een gebied met schaarste wil je maximale economische resultaten hebben, als boer. In de jaren ’90 is er gesproken over het beprijzen van irrigatie, maar dat is door de agrarische sector niet te dragen. Irrigatie en voedselzekerheid is meer algemeen een maatschappelijk belang en de basis van economische groei, het is wel goed dat je dat subsidieert. De marges om het in de kosten van het landbouwsysteem te verwerken, zijn marginaal.

Tot slot
Vragen we met elkaar niet te veel van het concept van de water voetafdruk? Waarom willen we alle complexiteit van de wereld op het thema water proberen te integreren in 1 getal? De poging is nobel, maar doet weinig recht aan zowel de kracht van de bewustwording, de onderzoeksinspanningen, of aan de complexiteit zelf. Water heeft met veel te maken, als probleem zelf, maar ook op de World Economic Forum lijst in zaken als voedselzekerheid, klimaatextremen, etc. Het is een big issue, het raakt ons allemaal, maar daarom kunnen we ons ook verliezen in het debat. Concentreer onze aandacht op wat ons bindt, niet op wat ons scheidt. Het is al moeilijk genoeg.
Dat water met voedselzekerheid te maken heeft, is pas vrij recent in het beleid doorgedrongen. We zijn ervan doordrongen dat het om meer gaat dan drinkwater en sanitatie.
Echte doorbraken rond deze problematiek komen op waar de gebieden verstrengeld zijn, niet van alleen de watersector. Er zijn technieken om kleding met vloeibare CO2 te verven, en zo’n oplossing komt niet uit de watersector. Zo zullen ook oplossingen uit de landbouwsector moeten komen.
Er is geen enkel instrument dat rechtstreeks toepasbaar is. Wat belangrijk is, is de problematiek aan te pakken.


foodFIRST for thought

Opinions and verbatim reports of the foodFIRST activities

Vijverbergsession 2 December: A policy paradigm for rural development cooperation in Africa
22-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 21 October 2015: Private sector-led greening of agriculture in Africa
15-12-2015 | Hans Groen

Vijverbergsession 3 December 2014, Van smallholders tot ondernemers
19-01-2015 | Marijke van Hooijdonk

Vijverbergsession 10 September 2014: Family Farming and Financial Services
01-12-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsessie 5 maart 2014: De watervoetafdruk van agrarische producten
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 7 mei 2014, Het Dutch Good Growth Fund
11-09-2014 | Hans Groen

Vijverbergsession 2 juli 2014: De rol van regionale markten voor voedselzekerheid in Afrika
12-08-2014 | Marieke De Sonnaville

Vijverbergsession 2 april 2014: The oceans as a food source; towards sustainable governance
15-05-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 16 oktober 2013: De nexus tussen water, energie en voedselzekerheid
26-03-2014 | Hans Groen

Stadslandbouw: bonestaken tussen de flats of voetballende kinderen?*
11-03-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 11 december 2013: Boerengezinsbedrijven en de onderzoeksagenda voedselzekerheid
10-03-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 15 januari 2014 Voedselverspilling in de keten
13-02-2014 | Hans Groen

Vijverbergsessie 6 november 2013: Governance van oceanen als mondiale publieke goederen -- De pelagische visserij als casus
13-02-2014 | FoodFIRST Editors

Vijverbergsessie 25 september 2013: Food security and nutrition security
17-12-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 22 mei 2013: Water en voedselzekerheid
06-08-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 20 maart 2013: Coöperaties en Landbouwontwikkeling
17-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie 17 april 2013: Cultuur, Religie en Voedsel
14-06-2013 | Hans Groen

Vijverbergsessie: Voedselzekerheid; wat werkt?
03-04-2013 | Karlijn Muiderman

Vijverbergsessie: De Lessen van Venlo
26-03-2013 | Femmy Bakker-de Jong

Urban Agriculture
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

The Business of Food and Nutrition Security
16-10-2012 | Karlijn Muiderman

FoodFirst in Practice
27-09-2012 | Wim Peeters

19 June 2012: Investing in Food Security & Food Markets in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

29 May 2012: Breaking the hunger cycle in Africa
21-08-2012 | Hans Groen

8 May 2012: Food and Sustainability: Please, enjoy your steak
14-05-2012 | Hans Groen

24 April 2012: Cooperatives and Development
14-05-2012 | Hans Groen

15 March 2012: VoedselZaken over grenzen heen
23-03-2012 | Hans Groen

Landbouw en handelsliberalisering, GLB en WTO Vijverbergsessie 16 januari 2012
26-01-2012 | Hans Groen

Food and Geopolitics, Vijverberg session 21 november 2011
26-01-2012 | Hans Groen

Pastoralism, Vijverberg session 9 June 2011
12-12-2011 | Hans Groen

Workshop Pastoralism, Ministry EL&I 29 September 2011
06-10-2011 | Hans Groen

Voedsel brengt geopolitiek terug in platte wereld
05-10-2011 | Cor van Beuningen