De sessie, die in samenwerking met het MVO-steunpunt van RVO werd georganiseerd, vormde de afsluiting van bovengenoemd pilotproject dat in opdracht van het ministerie van Economische Zaken Klimaat (EZK) van 1 mei 2025 tot 30 april 2026 is uitgevoerd. Doel van het project was het ontwikkelen van een geïntegreerde benadering voor het toepassen van de EU-duurzaamheidswetgeving door het bedrijfsleven, met als
kernwetten de CSRD, de EUDR en de CSDDD, gebaseerd op de OESO-richtlijnen. Nadrukkelijk ging het om betere toepassing van bestaande wetgeving, niet om het aanpassen of afschaffen ervan. Drie uitgangspunten stonden centraal: compliance, een positieve impact in de ketens en vermindering van de regeldruk.
Het pilotproject werd uitgevoerd door foodFIRST (Ewald Wermuth), de Erasmus School of Law (Liesbeth Enneking), RBConnect (Manon Wolfkamp) en FutureUp (Roxana de Raad).
Eindverslag werksessie geintegreerde benadering 2 JUL 2026
Hierboven kunt u het verslag downloaden. De tekst van het verslag gaat hieronder verder. Onder het verslag vindt u ook de presentatie
Achtergrond van het project (Ewald Wermuth)
De recente EU-duurzaamheidswetgeving is een ‘game changer’ geweest, maar de snelheid waarmee de reikwijdte van deze wetgeving daarna via de Omnibus-wetgeving weer werd beperkt, was dat evenzeer. De impact op het bedrijfsleven - groot én klein -, en internationale handelsketens is groot want leveranciers worden indirect geraakt als zij aan grote bedrijven leveren.
De implementatie verliep tot nu toe sterk gefragmenteerd en ‘in silo’s’ (aparte trajecten voor bijvoorbeeld CSRD en due diligence), met veel inefficiëntie tot gevolg. De gedachte achter het project is dat een geïntegreerde aanpak zowel efficiënter als impactvoller is en tot minder regeldruk leidt. Maar om dat te bereiken moet niet alleen naar de juridisch naar de overeenkomsten in de wetgeving worden gekeken, maar met name ook naar de samenwerking tussen ministeries en de afstemming tussen toezichthouders. Daarom doet de projectgroep hierop ook aanbevelingen. Al het projectmateriaal is open source beschikbaar (www.foodfirst.eu en Open Overheid) en de projectgroep moedigt andere partijen aan om op haar resultaten voort te borduren.
Juridische analyse en de geïntegreerde benadering (Liesbeth Enneking)
Er is sprake van een veel duurzaamheidswetgeving, genoemd werd een orde van grootte van ruim honderd relevante EU-regelingen, waarvan er voor een gemiddeld MKB-bedrijf zo’n tien tot vijftien van toepassing zijn. Al die wetten beogen in de kern hetzelfde (bescherming van mens, milieu en klimaat tegen negatieve effecten van bedrijfsactiviteit), maar verschillen sterk in structuur, scope, definities, ketenbereik en sturingslogica. Dat veroorzaakt het gevoel van regeldruk met name door de vraag welke wet, keten of activiteiten prioriteit verdienen.
De kern van de analyse: het OESO 6-stappenmodel (in feite een plan-do-check-actcyclus) kan dienen als gemeenschappelijke basis, omdat vrijwel alle kernwetten functioneel overlappen met de stappen van dit model. De geïntegreerde benadering neemt dit model als fundament en vertaalt het naar de praktijk via een roadmap. Hierbij worden zowel het ketenperspectief als de samenwerking met ketenpartners extra benadrukt. De grenzen van het model benoemd: het is ‘inside-out’ en kwalitatief gericht (en dus minder passend bij sterk kwantitatieve, binaire wetten zoals CBAM, antidwangarbeid verordening en EUDR), de guidance is vooral gericht op de upstreamketen, en het model stamt uit 2011 van vóór de due-diligencewetgeving.
De geïntegreerde benadering voegt het volgende toe:
- In kaart brengen van relevante wetten als startpunt
- Praktische toepasbaarheid voor MKB-bedrijven en bedrijven met complexe ketens
- Proactieve inrichting van vaste kernelementen voor alle relevante wetten tegelijk
- Basis voor geïntegreerde data- en communicatiestructuur Belangrijk: de geïntegreerde benadering is uitdrukkelijk géén compliance-model, géén ‘one-stop-shop’ en géén vervanging van het OESO-model, maar een praktische vertaling ervan.
Praktische toepassing: de roadmap (Manon Wolfkamp & Roxana de Raad)
De juridische analyse is vertaald naar een praktische roadmap, geschreven vanuit het perspectief van het bedrijf en gericht op de ‘early majority’ en het MKB. De aanpak is uitgewerkt aan de hand van een fictieve casus (chocoladebedrijf ‘Maison Vermeer’) en bestaat uit vier fases, waarbij communicatie en monitoring zijn samengevoegd en herstel bewust in het hart van het model is geplaatst.
Iedere stap uit het OESO-model komt terug in de roadmap. De roadmap laat alleen zien hoe organisaties deze stappen in de praktijk kunnen organiseren binnen de huidige werkelijkheid van complexe ketens en toenemende duurzaamheidswetgeving. De roadmap bestaat uit de volgende vier fases:
1. Bepaal waar je begint
In deze fase brengen bedrijven producten, grondstoffen, leveranciers en ketens in kaart. Ze bepalen welke wetgeving van toepassing is, welke klantvragen spelen en welke ketens prioriteit verdienen. Pas daarna worden binnen deze ketens de belangrijkste risico's beoordeeld.
Een centraal hulpmiddel in deze fase is een beslisboom om te bepalen waar een bedrijf begint: begin bij inzicht in wat je inkoopt, en bepaal vervolgens per keten of er marktoegangwetgeving (bijv. ontbossing of dwangarbeid), product- of risicogerichte wetgeving (bijv. batterijen, conflictmineralen) of overige wetgeving (CSDDD, CSRD, PPWR, ecodesign/digitaal productpaspoort) van toepassing is. Daarna weegt het bedrijf het belang van het product, bekende hoge risico’s en bestaande risicobeheersing (zoals certificering) mee, en start met een beperkte set ketens met een tijdpad voor de rest. Voor het prioriteren van risico’s worden vier invalshoeken gecombineerd: ernst en waarschijnlijkheid (de OESO-methode), materialiteit, wettelijke eisen en de eigen strategie en ambitie van het bedrijf.
2. Richt je organisatie in
Deze fase draait om eigenaarschap, governance, beleid en processen die meerdere duurzaamheidswetten tegelijk ondersteunen. Bedrijven worden gestimuleerd voort te bouwen op op bestaande systemen waar mogelijk en losse initiatieven te voorkomen. Het inrichten van een klachtenmechanisme voor alle relevante interne en externe stakeholders is een belangrijk onderdeel van deze fase.
3. Pak risico’s aan
Op de geprioriteerde ketens en risico’s bepalen bedrijven in deze fase passende maatregelen om negatieve impacts te voorkomen, beperken, stoppen en te herstellen waar dit van toepassing is.
4. Meet, deel en verbeter
Vanuit één geïntegreerde informatiebasis verzamelen bedrijven in deze fase date, monitoren ze voortgang en rapporteren/ communiceren ze op de juiste wijze aan de juiste stakeholders. Bovendien gebruiken ze de uitkomsten van hun monitoring om continu te verbeteren.
Werk samen
Geen enkele organisatie kan duurzaamheidsvraagstukken alleen oplossen. Samenwerken is daarom een rode draad in alle vier de fases van de roadmap. Effectieve implementatie vraagt samenwerking binnen de organisatie, in de keten, met con-collega’s en externe stakeholders.
Terugkerende boodschappen:
- richt je organisatie in (benoem een trekker, maak een gap-analyse),
- pak risico’s realistisch én ambitieus aan,
- verzamel data per keten in plaats van per wet (bij voorkeur in één dashboard) en
- werk samen in de keten.
- leg vast waarom je bepaalde keuzes maakt, ook richting de toezichthouder.
Alle instrumenten (trainingen en e-learning) zijn open source beschikbaar.
Reflecties en discussie
Vanuit de aanwezigen kwam de vraag naar de meerwaarde voor bedrijven die (nog) niet onder de reikwijdte van de wetgeving vallen. Het antwoord: de Nederlandse overheid verwacht sinds 2011 dat alle Nederlandse ondernemingen de OESO-richtlijnen implementeren; die ‘soft law’ wordt in rap tempo hard via wetgeving, maar ook via subsidies, aanbestedingen, financiering, keteneisen en rechtspraak. Toepassing is dus voor vrijwel elk bedrijf verstandig.
Verder werd het spanningsveld besproken tussen de prioritering uit de OESO-richtlijnen en de dubbele-materialiteitsanalyse uit de CSRD, die niet altijd op elkaar aansluiten. Een van de aanwezigen pleitte ervoor om weer meer aan te sluiten bij wat aantoonbaar werkt (stakeholder engagement, contractuele afspraken) en betoogde dat toezichthouders ruimte hebben om te prioriteren en goede praktijken als voorbeeld te gebruiken in plaats van alles te sanctioneren. Ook kwamen de rol en risico’s van AI bij dataverzameling aan de orde, evenals het probleem dat ministeries en toezichthouders vaak ‘op hun eigen eiland’ opereren. Vanuit RVO werd geschetst hoe het MVO-steunpunt al met toezichthouders zoals de NVWA en de ACM in gesprek is over de rolverdeling, onder meer rond de CSDDD, en hoe zij bedrijven, met name het MKB, vanuit een breder, geïntegreerd perspectief willen ondersteunen.
Aanbevelingen aan het ‘Haagse speelveld’
- Zorg voor inhoudelijke doorontwikkeling van de geïntegreerde benadering, zowel juridisch als in de doorvertaling naar het bedrijfsleven, en regel daarvoor financiering.
- Werk toe naar een rijksbrede taskforce ‘Integrale aanpak EUduurzaamheidswetgeving’, met coherent overheidsbeleid, stabiele beleidslijnen en consistent voorbeeldgedrag (inkoop-, aanbestedings- en subsidiebeleid).
- Bevorder een geïntegreerde benadering vanuit het toezicht: een gezamenlijke toezichtstrategie en beter onderling gesprek tussen toezichthouders (o.a. ACM en NVWA), met respect voor ieders mandaat.
- Versterk de regiefunctie voor publieke informatievoorziening, met een centrale rol voor RVO en het MVO-steunpunt als ‘regisseur voor de regisseurs’, zodat één consistent narratief via branches en netwerken wordt verspreid.
- Blijf zo dicht mogelijk bij de bedrijven: los praktische problemen op de werkvloer op en benut de sleutelrol van branche- en bedrijvenvertegenwoordigers.
- Pak het datavraagstuk aan via een neutrale, publieke ‘convener’ die het datasysteem doorlicht en werkt aan standaardisatie, harmonisatie en interoperabiliteit: open source en zonder paywalls (gesprekken lopen met EZ, Evofenedex en GS1).
- Til de aanpak naar Europees niveau voor een gelijk speelveld, via Buitenlandse Zaken en ‘like-minded’ lidstaten (met name Duitsland en Frankrijk) en via de lopende EU-consultatie over de richtsnoeren.
Vervolgstappen
- Een voorziening creëren voor inhoudelijke doorontwikkeling en praktische instrumenten voor bedrijven.
- Coherent overheidsbeleid en een integrale toezichtstrategie verder uitwerken met de toezichthouders.
- De regiefunctie van RVO/MVO-steunpunt versterken, in overleg met de ministeries.
- Een sectoroverstijgend initiatief op data/digitalisering verkennen (met EZ). • De route richting Europa uitzetten
- Trainen en voorlichten bedrijven: een eerste training staat gepland voor november.
Praktische informatie Alle stukken, de presentaties en de e-learning zijn openbaar beschikbaar via www.foodfirst.eu en het platform Open Overheid; de presentatie en aanvullende bronnen worden met dit verslag meegestuurd. Meer informatie over de roadmap integrale aanpak is te vinden op: www.rbconnect.nl/integrale-aanpak en de e-learning is beschikbaar via community.futureup.nl/page/grip-op-eu-duurzaamheidswetgeving Deelnemers werden uitgenodigd om het materiaal vrij te verspreiden en contact op te nemen voor vervolg binnen de eigen sector of branche.
