Logo FF transparentLogo FF transparentLogo FF transparentLogo FF transparent
  • Home
  • About
    • About
    • Our Team
  • IMVO
  • News and Events
  • Knowledge Base
  • Partners
  • Contact
  • Home
  • About
    • About
    • Our Team
  • IMVO
  • News and Events
  • Knowledge Base
  • Partners
  • Contact
✕
March 30, 2026

Verslag van de vierde stakeholderdialoogsessie 13 maart 2026 over de Geïntegreerde toepassing van EU-duurzaamheidswetgeving

Op 13 maart 2026 vond op het foodFIRST-kantoor in Den Haag met zo’n 30 deelnemers de vierde stakeholderdialoogsessie plaats in de reeks over een geïntegreerde benadering van duurzaamheidswetgeving. Deze werd georganiseerd in samenwerking met de FNLI. Anders dan de vorige sessies met bedrijven en vertegenwoordigers uit verschillende sectoren, stond deze bijeenkomst volledig in het teken van de voedingsmiddelensector. Deze sector kent immers een sterke (inter)nationale verwevenheid, uiteenlopende bedrijven en bedrijfsgroottes, producenten en retail en talrijke ketenrisico’s. Ook werkt de sector vanwege consumentenbescherming en voedselveiligheidswetgeving al lang met systemen van risicomanagement, w.o. een risico-inventarisatie voor voedingsmiddelen.

Verslag 4e IMVO-sessie (13 maart 2026Download

Met de knop hierboven kunt u het verslag downloaden. De tekst van het verslag gaat hieronder verder.

Context en doel van de dialoog

Ewald Wermuth, oud-voorzitter van het Voedingsmiddelenconvenant, bracht in herinnering dat in 2024 drie stakeholderdialoogsessies met de voedingsmiddelensector zijn gehouden over de CSDDD, CSRD en de EUDR. Hieruit kwam als belangrijke aanbeveling naar voren dat het bedrijfsleven bij de implementatie van deze wetten enorm geholpen zou zijn bij een geïntegreerde aanpak die rekening houdt met de roep om de lastendruk beheersbaar te houden. Het Ministerie van Economische Zaken heeft dit signaal opgepakt en voorjaar 2025 foodFIRST, de Erasmus School of Law, RBConnect en Future Up (voorheen MVO NL) gevraagd om bij wijze van pilot middels stakeholderdialoog, onderzoek, trainingen, webinars en e-learning zo’n benadering te ontwikkelen, met nadrukkelijke aandacht voor regeldrukvermindering en een betere balans tussen ‘compliance’, positieve impact, weerbare ketens en concurrentiekracht. Meer informatie over het pilotproject is hier te vinden. Doel van deze vierde sessie is om vanuit sectoraal perspectief te verkennen wat nodig is om te komen tot een werkbare en impactvolle, geïntegreerde toepassing van EU-duurzaamheidswetgeving en die ook leidt tot regeldrukvermindering voor het bedrijfsleven. De opbrengsten van de dialoogsessies zullen worden verwerkt in een eindrapport met aanbevelingen, inclusief voorstellen voor vervolgacties. Dit rapport zal eind april a.s. worden gepresenteerd.

Hilke Jansen van expertise- en kenniscentrum RBConnect modereerde de sessie en lichtte de opzet van een inhoudelijke presentatie met algemene discussie en groepsgesprekken met plenaire terugkoppeling toe; een werkwijze die bij de vorige sessies heel vruchtbaar is gebleken. Zoals gebruikelijk zal het verslag van de sessie niet herleidbaar zijn tot personen of organisaties.

Uitgangspunten van een geïntegreerde benadering

Manon Wolfkamp van expertise- en kenniscentrum RBConnect wees erop dat in steeds meer landen wetgeving rondom internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen (IMVO) in werking treedt. De EU was hierbij de laatste jaren een voorloper en liet verschillende duurzaamheidswetten en regels het licht zien. Deze wetten en regels hebben elk hun eigen doelstellingen en vereisten. Zonder samenhang dreigt een situatie waarin bedrijven voor elke afzonderlijke wet een apart compliance-traject optuigen, met toenemende administratieve lasten en spanningen in de keten tot gevolg. Een geïntegreerde aanpak moet juist zorgen voor samenhang, efficiëntie en ketensamenwerking. Dit levert meerwaarde op strategisch niveau (eenduidige governance en betere aansluiting op bedrijfsdoelen), op operationeel niveau (minder dubbele dataverzameling en lagere kosten) en op impactniveau (doordat bedrijven meer ruimte behouden om hun eigen duurzaamheidsambities na te streven).

OESO-richtlijnen als fundament, met specifieke aanvullende eisen per wet

Het fundament onder zo’n geïntegreerde benadering zijn de OESO-richtlijnen voor multinationale ondernemingen en het bijbehorende 6-stappenmodel voor Human Rights and Environmental Due Diligence (HREDD) dat hieronder is weergegeven. Dit model vormt de basis voor vrijwel alle IMVO-wetgeving wereldwijd. Door dit proces centraal te stellen, kunnen bedrijven meerdere wettelijke verplichtingen in samenhang implementeren, mits zij oog houden voor aanvullende specifieke eisen per wet.

Uit onderzoek van de Erasmus School of Law is gebleken hoezeer de verschillende EU-wetten en regels zijn gebaseerd op dit 6-stappenmodel. Door in het onderzoek te kiezen voor due diligence gerelateerde wetgeving in combinatie met een ketenbenadering werd het duidelijk hoe de CSRD, CSDDD, EUDR, FLR, de Conflictmineralenverordening en de Batterijenverordening zich verhouden tot dit model. Tabel 1 toont de relatie tussen de 6-stappen en de genoemde EU-regels. Uit de matrix blijkt dat vrijwel alle wetgeving terug te voeren tot hetzelfde proces van integreren in beleid, risico’s identificeren, negatieve gevolgen voorkomen of mitigeren, monitoren van genomen maatregelen, extern communiceren en – waar nodig – herstellen. Daarmee bevestigt het onderzoek dat het OESO-model de gemeenschappelijke basis kan vormen voor het toepassen van en het voldoen aan de EU-wetgeving.

Tegelijkertijd laat tabel 2 zien dat er verschillen tussen de wetten blijven, m.n. daar waar het gaat om het stellen van aanvullende eisen. Deze zitten vooral in de juridische uitwerking en bewijslast. Zo vraagt de CSRD om een dubbele materialiteitsanalyse en rapportage volgens ESRS-standaarden, bevat de EUDR harde, resultaatgerichte criteria met verplichte traceerbaarheid en geolocatiegegevens en kennen de anti-Dwangarbeidverordering, Conflictmineralenverordening en Batterijenverordening specifieke controle- en verificatieverplichtingen.

De belangrijkste conclusie die hieruit kan worden getrokken is dat een robuust, geïntegreerd due diligence-proces veel wettelijke verplichtingen in samenhang kan afdekken, maar dat bedrijven per wet scherp moeten blijven op specifieke aanvullende vereisten.

Voedselveiligheid als bestaande basis voor een bredere risicobenadering in de voedingsmiddelensector

Een belangrijk inzicht uit de sessie is dat de voedingsmiddelensector van oudsher sterk risicogericht werkt. Door de voedselveiligheidswetgeving en de toepassing van het HACCP-systeem in de sector is keteninzicht al lang een kernonderdeel van de bedrijfsvoering. Traceerbaarheid van “boer tot bord” is geen nieuw concept, maar dagelijkse praktijk. Veel elementen die nu centraal staan in due diligence-wetgeving – zoals risicoanalyse, monitoring en ketentransparantie – zijn in deze sector dus veelal al in het risicomanagement ingebed. Tegelijkertijd werd benadrukt dat deze bestaande inspanningen niet automatisch meetellen binnen IMVO-wetgeving. Een centrale vraag tijdens de sessie was daarom: waar kunnen we winst boeken door klassieke voedselveiligheidsinstrumenten te verbinden aan due diligence-verplichtingen? Hier ligt volgens de deelnemers een belangrijke kans om efficiëntie te realiseren en dubbel werk te voorkomen.

De ketenbenadering als kern

Vrijwel alle relevante EU-wetgeving stelt de waardeketen centraal. Negatieve impact op mens en milieu vindt vaak upstream of downstream plaats, binnen Nederland en binnen internationale waardeketens. Voor de voedingsmiddelensector betekent dit onder meer aandacht voor ontbossingsrisico’s (bijvoorbeeld bij cacao en palmolie), dwangarbeid in landbouwketens, herkomst van grondstoffen, scope 3-emissies en verpakkingsmaterialen.

De sector herkent het belang van deze ketenbenadering. Tegelijkertijd worstelen bedrijven met verschillen tussen wetten in prioritering, bewijslast en reikwijdte. Waar de ene wet ruimte laat voor een risico-gebaseerde aanpak, stelt de andere meer absolute eisen zoals uit onderstaande tabel blijkt.

Illustratieve casus: Maison Vermeer

Aan de hand van een fictieve middelgrote chocolaterie (Maison Vermeer) is tijdens de sessie zichtbaar gemaakt hoe verschillende wetgevingen samenkomen in de praktijk. Een bedrijf als Maison Vermeer krijgt te maken met ontbossingswetgeving voor cacao en palmolie, de anti-Dwangarbeidverordening, verplichtingen rondom verpakkingen, mogelijke eisen uit de batterijenverordening via geïmporteerde machines, indirecte verplichtingen via CSRD- en CSDDD-plichtige klanten en vragen over CO₂-data en LCA’s.

De les uit deze casus was helder: alles start met inzicht in ketens en een doordachte risicoprioritering. Door één integraal due diligence-proces op te zetten, kunnen meerdere verplichtingen in samenhang worden opgepakt. Tegelijkertijd werd duidelijk hoe complex dit in de praktijk kan zijn, met name voor kleinere bedrijven die beperkte capaciteit hebben.

Samenwerking als sleutelvoorwaarde

Zeer belangrijke voorwaarde voor een integrale aanpak van duurzaamheidswetgeving en de effectieve implementatie hiervan is samenwerking. Dat geldt op meerdere niveaus:

  • Binnen bedrijven, waar integratie tussen inkoop, legal, duurzaamheid en kwaliteit noodzakelijk is.
  • Binnen ketens, waar langdurige relaties en vertrouwen essentieel zijn voor datadeling en gezamenlijke verbeteringen.
  • Binnen de sector, waar gezamenlijke risico-assessments, gedeelde tools en sectorconvenanten kunnen bijdragen aan efficiëntie en consistentie.
  • Met stakeholders (zowel interne als externe), omdat veel risico’s niet zichtbaar zijn voor bedrijven

In de due diligence gerelateerde wetten is samenwerking op verschillende manieren opgenomen:

Terugkoppeling uit de groepsgesprekken

Uit de plenaire terugkoppeling kwamen enkele duidelijke lijnen naar voren:

  1. De voedingsmiddelensector is relatief ver in risicogericht denken, mede dankzij voedselveiligheidswetgeving;
  2. De OESO-richtlijnen vormen een logisch fundament, maar aanvullende wettelijke eisen vragen om scherp inzicht in overlap;
  3. Samenwerking is noodzakelijk, maar vraagt om vertrouwen en duidelijke randvoorwaarden;
  4. Dataharmonisatie en erkenning van bestaande systemen zijn essentieel voor regeldrukvermindering;
  5. Er is behoefte aan meer focus op het achterliggende doel van wetgeving, zodat bedrijven verder kunnen kijken dan enkel compliance.

Deelnemers erkenden het nut van een integrale benadering, maar benadrukten dat dit in de praktijk lastig kan zijn. Niet alle wetgeving laat een risicogebaseerde prioritering toe, zoals bij de ontbossingsverordening (EUDR). Daarnaast kan de bewijslast disproportioneel aanvoelen, zeker wanneer bedrijven overtuigd zijn dat er geen misstanden zijn maar dit niet volledig kunnen aantonen volgens de wettelijke systematiek.

Er werd bovendien een duidelijk onderscheid zichtbaar tussen MKB-bedrijven en grotere ondernemingen. Waar grotere bedrijven soms verder kijken dan compliance en inzetten op ‘beyond compliance’, zijn kleinere bedrijven vaker primair bezig met het voldoen aan minimale eisen, mede door beperkte middelen en capaciteit.

Ook werd gewezen op verschillen in datavereisten per wet en op de hoge kosten van traceerbaarheidssystemen. Tegelijkertijd zien deelnemers duidelijke kansen wanneer overlappende datapunten inzichtelijk worden gemaakt. Een gedeelde methodologie voor prioritering wordt als cruciaal ervaren.

Data-uitvragen vormen in de praktijk een grote uitdaging. Verschillende retailers en klanten hanteren uiteenlopende formats en eisen. Bedrijven ervaren behoefte aan harmonisatie van datapunten, erkenning van bestaande certificeringen en meer duidelijkheid over wat toezichthouders als voldoende beschouwen.

De vraag welk deel van de wettelijke verplichtingen al wordt afgedekt via bestaande controle- en certificeringssystemen en/of third-party verificatie kwam herhaaldelijk terug. Meer helderheid hierover zou aanzienlijk kunnen bijdragen aan de vermindering van regeldruk.

Tegelijkertijd werd opgemerkt dat samenwerking niet vanzelfsprekend is. Concurrentieoverwegingen en vertrouwelijkheid van gegevens spelen een grote rol. Duurzaamheid kan een onderscheidende factor zijn; het delen van informatie voelt soms als het prijsgeven van een concurrentievoordeel.

De overheid werd door deelnemers gezien als een cruciale actor in het faciliteren van samenwerking en het bieden van duidelijkheid. Er is behoefte aan dialoog over proportionaliteit in toezicht, erkenning van bestaande systemen en samenwerking van overheid-tot-overheid, zoals bij complexe datavraagstukken in productielanden.

Daarnaast werd benadrukt dat naast handhaving (‘sticks’) ook positieve prikkels (‘carrots’) nodig zijn. Erkenning van koplopers en stimulansen voor innovatie kunnen bijdragen aan een verschuiving van louter compliance naar daadwerkelijke impact.

Manon Wolfkamp stelde aan het eind van de terugkoppeling vast dat de gepresenteerde geïntegreerde aanpak met name aansluit bij het MKB-segment binnen de sector. Koplopers zijn vaak al verder, terwijl achterblijvers eerst basisstappen moeten zetten. De sector als geheel bevindt zich echter in een relatief sterke uitgangspositie, mede door de bestaande risicocultuur en instrumenten rondom voedselveiligheid. De sessie bevestigde volgens haar dat de voedingsmiddelensector veel potentieel heeft om een geïntegreerde benadering succesvol toe te passen – mits ruimte wordt geboden voor samenwerking, proportionaliteit en praktische uitvoerbaarheid.

Volgende stappen

Aan het eind van de sessie dankte de moderator de branchevereniging FNLI en alle deelnemers voor hun inbreng bij de levendige discussie en zegde toe dat het actieverslag snel zal worden verspreid.

De uitkomsten van de discussies worden meegenomen naar de werkgroep van deskundigen die de geïntegreerde benadering ontwikkelt. Deze benadering zal bij het opleveren van het eindrapport van het pilotproject eind april a.s. worden gepresenteerd en met alle deelnemers aan de vier stakeholderdialoogsessies worden gedeeld.

Share

Related posts

January 28, 2026

Artikel: ‘Met voedseldiplomatie blijft Nederland strategisch relevant’


Read more
January 14, 2026

Artikel: ‘Waarom de Europese Unie nooit een geopolitieke macht zal worden’ door Paul Bosman


Read more
December 3, 2025

Verslag van de derde stakeholderdialoogsessie 12 december 2025 over de Geïntegreerde toepassing van EU-duurzaamheidswetgeving


Read more

Contact us


p/a Socires
Grote Marktstraat 45
2511 BH Den Haag
E: foodfirst@socires.nl

© 2026 foodFIRST. All Rights Reserved. Webdesign by vvvisuals Van Veluwen Visuals
    0

    £0.00

      ✕

      Login

      Lost your password?