Logo FF transparentLogo FF transparentLogo FF transparentLogo FF transparent
  • Home
  • About
    • About
    • Our Team
  • IMVO
  • News and Events
  • Knowledge Base
  • Partners
  • Contact
  • Home
  • About
    • About
    • Our Team
  • IMVO
  • News and Events
  • Knowledge Base
  • Partners
  • Contact
✕
May 6, 2026

foodFIRST: The Planetary Table “Kiezen, verzoenen of uitruilen?”

Nederland in het voedselsysteem: dilemma’s tussen wereldwijde ambities en Nederlandse belangen’

FoodFIRST organiseerde op 13 april 2026 een agenderende ronde tafel met vertegenwoordigers uit kennisinstellingen, ministeries, maatschappelijke partijen en bedrijfsleven dialoog over de relatie tussen ecologie, technologie en de geopolitieke ontwikkelingen en de betekenis daarvan voor het voedselvraagstuk. Inzet van het gesprek was reflectie en toetsing van ideeën voor een internationale voedselstrategie voorbij simpele tegenstellingen. De bijeenkomst werd ingeleid door bijdragen van Elmar Hellendoorn (Atlantic Council) en Julia Rijssenbeek (EthAM/foodFIRST). 

Inleiding Elmar Hellendoorn (Senior advisor Atlantic Council)

Na de Koude Oorlog dachten we ons buitenlandbeleid grotendeels te kunnen uitbesteden aan multilaterale instanties in de overtuiging dat global governance steeds meer mechanisch en apolitiek georganiseerd zou worden. We leken in de veronderstelling dat de hele wereld zou denken zoals wij, en dat interdependentie vanzelf stabiliteit zou creëren. Inmiddels is voor iedereen wel duidelijk dat de internationale politiek zo niet werkt en enorm onder druk staat.

In een wereld waarin we niet op de ander kunnen vertrouwen hebben landen de neiging om hun veiligheid via domeinen te garanderen die voorheen apolitiek werden begrepen. Daarin zien we drie manieren van denken die in elkaars verlengde liggen. De eerste is de geopolitieke logica van strategische autonomie: hoe vitaler is iets, des te meer controle willen we daar lokaal over hebben. Dat geldt van digitale infrastructuur tot voedselproductie. Dat is zo oud als de weg naar Rome. De tweede is een geo-economische logica: waar we vroeger de markt zijn gang lieten gaan, proberen landen nu politieke en strategische controle te hebben over productiefactoren en toeleveringsketens. De overname van Syngenta door een Chinese partij en de bescherming van Nederlandse zaadveredelingsbedrijven in de overnamewetgeving laten zien hoe deze logica doordringt in de sector. De derde en de minst begrepen factor is de geo-finance: financiële markten die lang als privaat en apolitiek golden, worden steeds meer ingezet als strategisch instrument. Dat betreft onderwerpen van de-dollarisatie door BRICS-landen tot speculatie op voedselbeurzen die bijdroeg aan de destabilisering voorafgaand aan de Arabische Lente. 

We zien dat deze tendensen hun invloed hebben op het vraagstuk van binnenlandse voedselzekerheid en buitenlandse inzet. Er bestaat onduidelijkheid over wat de Nederlandse en Europese belangen zijn, zolang dat zo is ontbreekt ook de basis voor een coherente voedselstrategie. Voor een klein en open land dat lastig keiharde machtspolitiek kan bedrijven, is het internationale recht een stootkussen en zijn coalities een belangrijke manier om gewicht in de schaal te leggen. De vraag is dus niet óf Nederland een rol kan spelen op het gebied van voedselzekerheid, maar of we in staat zijn de rust en reflectie te vinden om te bepalen vanuit welke overtuigingen, belangen we handelen. Om vervolgens te bezien met wie we dan moeten en kunnen samenwerken. 

Inleiding Julia Rijssenbeek (Policy advisor EthAM en foodFIRST fellow)

Julia Rijssenbeek introduceert drie perspectiefverschuivingen in ons denken over voedselvraagstukken. De eerste betreft de manier waarop we over veiligheid nadenken: we moeten niet alleen denken vanuit de menselijke wereld van staten en conflicten, maar ook vanuit de aarde die ontregelt raakt. Voedsel bevindt zich precies op dat snijvlak. Klimaatverandering leidt tot misoogsten en instabiliteit, terwijl herbewapening en conflict direct voedselzekerheid raakt en de klimaatdoelen wegdrukt. Een techfix – ons uit de problemen innoveren – is geen voldoende antwoord.  

De tweede verschuiving vraagt om het overstijgen van de westerse oriëntatie. Het Westen heeft te lang de neiging gehad het eigen wereldbeeld te verwarren met het universele. Nieuwe landbouwmachten hertekenen de kaart, het Mondiale Zuiden emancipeert en de wereld kijkt kritisch naar ons. De vraag van Namukolo Covic op World Food Day: “Didn’t you guys have the nitrogen crisis?”, maakt dat pijnlijk concreet. Nieuwe coalities lijken daarmee geen moreel gebaar, maar eerder een noodzaak. Daarvoor is het van belang dat we ons ook tot niet-westerse wereldbeelden leren verhouden.

De derde verschuiving is dat we voorbij puur realpolitik-denken moeten in termen van soevereiniteit en vriend en vijand. We zien een wereld die steeds meer transactioneel wordt en waarin solidariteit lijkt te verkleinen. Dat is zichtbaar in de afnemende ontwikkelingsbudgetten. De neiging bestaat om mee te gaan in de logica en strijd van grootmachten. Als een relatief klein land als Nederland is die strijd aangaan onmogelijk, daarnaast laat het voedselsysteem juist zien hoe diep we vervlochten zijn in afhankelijkheidsrelaties. Als Nederland alleen investeert in defensie en snijdt in diplomatie en samenwerking verkleint het zijn eigen handelingsruimte. Waarden en belangen hoeven daarin geen tegenpolen te zijn, ze kunnen hand in hand gaan. Waardengedreven voedseldiplomatie lijkt in dat licht het meest kansrijke handelingsperspectief voor Nederland als voedselland: niet in de oude rol van gidsland, maar vanuit een zakelijke en gelijkwaardige positie, met Europa, kennis en innovatie en een uitgebreide diplomatieke infrastructuur als troeven.

Dialoog 

De daaropvolgende dialoog liet zien hoe complex de verhouding tussen waarden, belangen en de geopolitieke realiteit is. Een eerste spanning betreft internationale verdragen: als we meer met gelegenheidscoalities gaan werken, lopen we dan niet het risico bestaande instituties te ondermijnen? Tegelijkertijd wordt erkend dat er van alle kanten aan die instituties wordt getornd, en dat Europa gezamenlijk op dat vlak meer gewicht in de schaal legt dan Nederland alleen.

Rond de EU-ontbossingswet kristalliseert zich een dilemma dat vaker terugkeert: Europa exporteert normen via wetgeving, maar wordt door partners ervaren als een continent dat preekt in plaats van luistert. Een van de redenen waarom landen dat niet meer accepteren is dat ze meer afzetmarkten kunnen kiezen en minder afhankelijk zijn van Europa. Daardoor zijn landen assertiever. Onze marktmacht is relatief afgenomen. En tegelijkertijd missen we geloofwaardigheid in onze normen en waardenverhalen zolang we onze eigen externaliteiten en stikstofcrisis intern niet oplossen. We ontzeggen anderen wat wij historisch zelf wel hebben gedaan. Dat is een moeilijk verhaal. Het zou een optie kunnen zijn om bijvoorbeeld minder politieagent te spelen, maar meer bewegingen in landen zelf te steunen die zich inzetten tegen bijvoorbeeld ontbossing. Dan kunnen onderwerpen meer zelf gedragen worden in landen dan vanuit ‘buiten’ opgelegd worden. 

Meerdere deelnemers wijzen op de noodzaak waarden nader te ontleden: niet alle waarden zijn universeel toepasbaar. Een van de deelnemers meldt bijvoorbeeld dat ons begrip van good governance in veel Afrikaanse landen vooral irritatie heeft opgewekt. De vraag is welke waarden voor ons non-negotiable zijn. Waarden moeten geen doel op zich zijn, maar moeten onze uitgangspunten zijn en een doel dienen. Als dat helder is hoef je ze ook niet de hele dag te verspreiden, want je handelingen zijn dan in lijn met je uitgangspunten.

De legitimatie van ons veiligheidsbeleid, zoals bijvoorbeeld opgeschreven in de NAVO-preambule, is waardengedreven. Dat staat vol van democratie, rule of law, beschaving en vrijheid. Dat betekent niet dat je de hele tijd over die waarden praat en ze oplegt, maar je handelt als het goed is volgens die waarden. Paniek leidt er juist toe dat we die grondslagen loslaten. De uitdaging is om realistisch naar de wereld te kijken en te handelen op basis van die waarden als uitgangspunten.

Op het vlak van landbouw en voedselzekerheid komen concrete handelingsperspectieven naar voren: diversificatie van het voedselsysteem, regeneratieve landbouw én intensieve landbouw, alternatieve eiwitten en hergebruik van reststromen, dat soort zaken vergroot de autonomie en vermindert geopolitieke afhankelijkheden. Tegelijkertijd is het nodig de boer te erkennen als hoeder van het platteland en niet alleen als voedselproducent. Daar hoort een passend verdienmodel bij. De melk- en vleesindustrie moeten daarin geen vijand zijn, maar partners in de transities die we maken. Nieuwe bondgenootschappen, zowel statelijk als via bedrijven in de Dutch Diamond-structuur, moeten worden gebouwd op wederkerigheid en gelijkwaardigheid. Dat gebeurt ook vanuit de gedachte dat wij van andere landen en bedrijven kunnen leren. Zolang de business case van veevoer en biobrandstof aantrekkelijker blijft dan die van natuur en duurzame voedselproductie, verandert er echter weinig — en dat is uiteindelijk waar een belangrijke hefboom ligt. Het landgebruik is uiteindelijk wél een zero-sum game. Klimaatverandering haalt ons op die terreinen in. 

De weerbaarheid van ons hele systeem is belangrijk, maar het probleem met de veiligheidsdiscussie is dat we sterk de neiging krijgen om enkel reactief naar vandaag en morgen te kijken en de lange termijn kwijtraken. Die lange termijn is ook een veel productievere manier om met andere landen en partners samen te werken op vraagstukken rondom verduurzaming, technologie en veiligheid. 

De vraag is niet langer of voedsel onderdeel is van geopolitiek, maar of Nederland bereid is zijn voedselbeleid ook daadwerkelijk geopolitiek, ecologisch en strategisch te doordenken. Daarbij is het van belang dat we de lange termijn als uitgangspunt nemen en ons niet laten verleiden om in de waan van de dag te vervallen. Hetzelfde geldt voor het doordenken van onze oude uitgangspunten. De neiging om terug te vallen in de oude dilemma’s is ook in Nederland groot. De perspectiefverschuivingen zoals Julia heeft aangebracht kunnen daarvoor als leidraad gelden. 

FoodFIRST zal zich de komende tijd richten op de verdere uitwerking van een internationale voedselstrategie. Daarbij staan drie vragen centraal: welke rol hebben verschillende actoren, welke belangen en uitruilen horen daarbij, en vanuit welke waarden handelen we? Eenieder die over die thematiek nader in gesprek wil nodigen we van harte uit contact op te nemen met p.bosman@socires.nl

Share

Related posts

May 23, 2025

Dialogue Session on Africa’s Agriculture Development Program 2026-2035 (June 12, 2025)


Read more
June 5, 2024

Oproep van 70 partijen: Nederlandse aanpak voor wereldwijde voedselzekerheid werkt!


Read more
May 7, 2024

Verslag Vijverbergsessie Voedsel, landbouw en klimaat in het kader van de nieuwe Nederlandse Afrikastrategie.


Read more

Contact us


p/a Socires
Grote Marktstraat 45
2511 BH Den Haag
E: foodfirst@socires.nl

© 2026 foodFIRST. All Rights Reserved. Webdesign by vvvisuals Van Veluwen Visuals
    0

    £0.00

      ✕

      Login

      Lost your password?